Plus

Jules Deelder: 'Ik dicht óók voor Jan Lul'

Jules Deelder schreef het Poëziegeschenk Rotterdamse kost voor de Poëzieweek, die donderdag begint. Deelder is ruim een halve eeuw dichter. 'Het blijft hard werken, ook na vijftig jaar.'

Jules Deelder: 'Om te leven moet je iedere dag je eigen leven op het spel zetten'Beeld Hollandse Hoogte

Aan de muur een vaantje van zijn favoriete voetbalploeg Sparta. Uit de luidsprekers zijn favoriete muziek. Jazz.

Het café waar hij aan een tafeltje zit, is Café Ari, vernoemd naar zijn dochter. De man is Jules Deelder. Dichter. Zoals altijd onmiskenbaar Jules Deelder. Modieuze bril, sikje, hoed, het strakke pak, met daar overheen een lange, bruine leren jas. En de Rotterdamse tongval.

Hij is inmiddels 72, maar hij praat er geen woord minder om. "Vereerd met het verzoek om het Poëziegeschenk te schrijven? Joh. Ik heb ja gezegd, maar het werd wel tijd, toch?"

Hij was een van de dichters die optraden tijdens de roemruchte avond Poëzie in Carré op 28 februari 1966. Het was zijn doorbraak. Hij is ruim vijftig jaar dichter. Rotterdamse kost is ook onmiskenbaar Deelder. Korte gedichten. Puntig, en met een enorm tempo.

Poëzie over Rotterdams eten die natuurlijk over meer gaat, over het Rotterdamse dat zo anders is dan de rest van het land. Zoals blijkt uit het openingsgedicht: Waar de natie/ bietjes eet// bikt Rotterdam/ z'n kroten// Vandaar dat hier/ de krotenkoker// heerst waar elders/ in den lande// de zakkenwasser/ prevaleert

Meneer Deelder, hoe staat het met de poëzie in Nederland?
"Ik moet zeggen, het aantal dichters neemt omgekeerd evenredig aan het aantal lezers toe. Haha. Echt, en al die gasten die online... Ze denken ook: oooh ja, dat ze dan kennen dichten! En er zijn cursussen, dan ken je het leren. Ja, kom nou, dàààg! Dat gaat allemaal over joh. Het kan toch niet dat iedereen maar kan dichten? Het is gewoon niet zo. Velen zijn geroepen, weinig uitverkoren. Zo is het toch?"

"Talent is dun gezaaid, en dat zal zo blijven. Dit bundeltje, heb ik toch lang aan gewerkt. Ja, het ziet eruit alsof het zo, poeh!, op een namiddag is opgeschreven. Die schijnbare achteloosheid. Dat is hard werken hoor. Ja meneer, ook na vijftig jaar dichterschap.""

Hoe bent u begonnen?
"Ik ben begonnen. Niemand vroeg erom hè? Er zijn wel meer mensen die in een periode gedichten gaan schrijven. Voor mij was het vanaf het begin bittere ernst...

Nou ja, een serieuze zaak. Eerst denk je: je gaat er niet mee te koop lopen. En dat is ook romantisch, dat je je gedichten opbergt in een boek waarvan je zo'n vierkant uit hebt gesneden, weet je wel? Dat idee, dat je deel hebt aan een soort van geheim. of zoiets. Romantische ideeën, daar is de mens toch vatbaar voor. Ik was dichter."

"In de Avro­bode stond zo'n advertentie dat je visitekaartjes kon laten drukken. Ja, dat doe ik! Ik was geloof ik twaalf, maar ik zei dat ik achttien was. En daar stond het hoor. 'Jules Deelder. Dichter.' Jaaah! Magisch, man. Aansteller, dacht iedereen. Dat houdt wel weer op. Maar ik ben doorgegaan. En als het je ernst is, dan moeten ze je toch serieus gaan nemen, toch?"

Wat heeft vijftig jaar dichten u gebracht?
"Aan dichten valt geen stuiver te verdienen, maar dat is geen overweging om ermee te stoppen. Alsof je daaraan zit te denken als je begint met dichten... Dat is een overweging van mensen die risicoloos willen leven."

"Maar ik vrees dat het leven een risico is. Iedere dag weer. Om te leven moet je iedere dag je eigen leven op het spel zetten. Voortgedreven door een onvervulbaar verlangen. Dat is de motor. Ik heb eens een gedicht geschreven: De onafhankelijke geest/ gelauwerd en geprezen/ wordt in stilte gevreesd/ als gevaar voor de vrede/ Nagel aan de doodkist die/ geweten heet. Geen idee waar het vandaan kwam. Maar het klopt."

"Ik word altijd bestempeld als podiumdichter. Ja, dat bén ik ook, maar dat gelul van 'ja die podiumdichters, oké, maar als je het leest is het toch niet goed'. Dat is nog steeds niet weg, je hebt nog steeds die tweedeling. De meer academische opvatting van poëzie, je weet wel, die hermetische toestanden, waarbij het lijkt dat ze erop uit zijn dat zo weinig mogelijk mensen er een touw aan vast kunnen knopen. Rot op!"

"En die gasten zeiken dan de toegankelijke dichters af. Ik heb dan de indruk dat die gasten poëzie zitten te bedrijven voor mekaar alleen, is het niet? Mooischrijverij. Literatureluur. Pleur op joh! Je schrijft toch niet voor een kleine wereld?"

"Je schrijft toch ook voor de mensen die er geen verstand van hebben! Toch? Ik heb altijd geschreven voor mensen die geen talent hebben om poëzie te schrijven. Ja, zo zie ik dat. Ja joh, ik heb weleens een hermetische bundel geschreven. Hier, dan zul je het hebben ook. Junkers 88. Daar breken ze zich nu nog het hoofd over. Was het weer té hermetisch. Haha."

"Nee joh, ik schrijf voor mensen die geen verstand van poëzie hebben in plaats van voor die gasten die daar maar zo'n beetje komma's zitten te neuken. Ik schrijf niet voor Jan Lul, zeggen die hermetische gasten dan. Ook nog op boze toon hè! Nou, ik schrijf óók voor Jan Lul. Het moet je niet uitmaken, joh. Het moet je echt niet uitmaken... Kom op joh!"

Er zit weinig 'ik' in uw gedichten. Waarom?
"Niemand is toch geïnteresseerd in mijn zielenroerselen? Het gaat er toch om dat je juist de zielenroerselen van de medemens vertolkt? Dan herkennen ze het, toch? Dan raak je de mensen met poëzie. En met humor. Ja, joh, als je dat niet hebt, tsjongejonge zeg..."

"Als ik geen gevoel voor humor zou hebben zou ik me aan de hoogste boom ... weet je wel? Ja toch? Mensen zonder humor zijn te beklagen joh. Maar als je die mensen nou aan bet lachen kan maken. Dat is toch een mooie taak? Ik treed nog steeds op. Muziek, voorlezen, platen draaien. Alleen, of met de band. Vanavond moet ik met de band naar Wijk bij Duurstede. On the road, man. Dat doe ik m'n hele leven. Kom ik toch aan de kost."

Roterdamse kost. Dit boekje krijgt u van de boekhandel cadeau als u in de periode van 26/1 t/m 2/2 voor ten minste €12,50 een dichtbundel koopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden