Plus PS

'Juf Ank is een verzameling van passief-agressieve vrouwen'

Ilse Warringa (42) is de ijzige Juf Ank in de populaire comedy De Luizenmoeder (1,6 miljoen kijkers), waaraan ze ook meeschreef. Ze deed van jongs af aan al mensen na. 'Kampen was mijn Hollywood.'

Ilse Warringa Beeld Renate Beense

Meteen toen de eerste aflevering van De luizenmoeder op tv was geweest - een droogkomische serie bij AvroTros over de verwikkelingen op een basisschool - barstte op Twitter een storm van enthou­siasme los. Het gebeurt niet vaak dat een serie zo snel, zo goed wordt ontvangen.

Het opvallendste personage is de ijzige Juf Ank, gespeelde door Ilse Warringa. Met Diederik Ebbinge, die de sullige schooldirecteur speelt, is ze ook schrijver van de serie.

Al is Warringa voor iedereen die oplettend kijkt naar bijvoorbeeld Het Klokhuis, de Welkom bij...-series of Toren C een gevestigde naam, en heeft ze bovendien een indrukwekkend theater-cv, voor veel mensen is ze onder de radar gebleven.

Maar nu, met Juf Ank, lijkt de doorbraak van Ilse Warringa een feit.

Wie is Juf Ank?
"Juf Ank is een verzameling van allerlei passief-agressieve vrouwen die ik ken. Ik vind dat een erg inspirerende vrouwsoort om te spelen."

Iedereen die u al wat langer volgt, weet dat u meer van dit soort vrouwen in uw repertoire heeft.
"Omdat ik vóel dat daar zo'n enorme bron van frustratie en agressie in zit. En maar proberen om dat allemaal onder een grote mantel van kalmte te verbergen. Alles onder controle, ondertussen de inzinking nabij - dat vind ik heel grappig."

"Vriendinnen van mijn moeder die zo waren, pikte ik er vroeger al uit. Zodra ze de deur uit waren, ging ik ze nadoen. Mijn fantasie wordt erdoor geprikkeld. Hoe zijn zij thuis, met al die onderdrukte agressie, hoe koken ze? Hoe zijn ze in bed?"

Dus als ze druk staan te koken, of bijna klaarkomen...
"Die Ank, denk ik dan, is volgens mij een wilde in bed. Omdat ze alles eronder probeert te houden. Maar áls ze dan losgaat, is het helemaal..."

Uw moeder had dit soort vriendinnen, en die deed u na.
"Maar eigenlijk werd iedereen in mijn jeugd een personage. Dit speelde zich af in Dalfsen, Overijssel. Mijn vader was landmeetkundige, mijn moeder zat in de kinderopvang. Echt zo'n jaren-tachtig-gezin-in-de-provincie."

"Degelijk, weinig geld, de eindjes aan elkaar knopen. Elke zomer kamperen in Zeeland of op Texel. Mijn twee oudere broers, ik en mijn jongere zusje achter in een heel kleine Volkswagen Polo, enorme ruzies, en mijn vader, aan het stuur, die naar achteren maaide."

"We zaten altijd mensen na te doen. Als er mensen op bezoek waren geweest, of uit de kerk - we hadden een groot gevoel voor gedrag. Mijn broer en ik deden er toneelstukjes over, we maakten hoorspelen. Alsmaar dat Sallandse accent, want iedereen in de omgeving praatte zo, maar wij niet."

"Buurvrouwen, deden we ook na. In die tijd had je zo'n beroemde imitator op tv, kom, hoe heet hij ook alweer... Robert Paul! Die kon iedereen nadoen. Dat wilde ik ook worden: Robert Paul."

Hij was uw held?
"Mijn échte, absolute helden waren Theo en Thea. Ik kom uit een echt NCRV-gezin, maar op zondagochtend was het VPRO. Wat Arjan Ederveen en Tosca Niterink maakten was precíes wat wij leuk vonden. Zelfs zo erg dat ik dacht: shit, het ís al gemaakt. Nu hoeft het niet meer."

U zag het als het summum van wat er op humorgebied te bereiken is.
"En nog steeds. Later kwam 30 Minuten, van Arjan Ederveen en Pieter Kramer, óók fantastisch. Baanbrekend. Omdat het niet te duiden is, omdat je niet kunt zien of het echt is of gespeeld, als je erin valt. Dat wilde ik met De Luizenmoeder eerst ook graag, dat het bijna echt zou zijn."

Hadden uw broers en zus, net als u, ook de drang het toneel op te gaan?
"Ik denk dat ik het meeste lef heb gehad van de vier. Ik wilde het écht heel graag, daar heb ik nooit over getwijfeld. Mijn oudste vriend ken ik vanaf mijn negende, hij kan zich nog herinneren dat ik voor de klas stond om liedjes in te studeren en dat ik wilde dat ze exact de juiste tonen zongen. 'Je was heel streng, maar wel geduldig,' zei hij. Het moest goed worden."

"Zo ben ik nog. Ik kan slecht voor mezelf opkomen, ik laat over me heen lopen, maar als het om werk gaat, vecht ik ineens voor de zaak. Als ik iets maak, als het om humor gaat, weet ik precies hoe het moet. Althans, ik denk het te weten. In het dagelijks leven ben ik totaal niet zo."

Voelde u zich niet beklemd, daar in de provincie?
"Ik wilde graag op het toneel, maar er wás helemaal geen toneel. Gitaar spelen, maar er was alleen een muziekschool, waar je eerst door de blokfluit heen moest. Beklemd voelde ik me niet, ik had nogal een rijke binnenwereld en was gewoon bezig met eigen toneelstukjes creëren. Mijn vrienden koos ik uit op Kreatief met Kurk: als ze daarom lachten, zat het goed. Zo doe ik het nog steeds."

U heeft uw opleiding in Kampen gehad, hunkerde u na de middelbare school niet naar Amsterdam of een andere grote stad?
"Mijn ouders waren cultureel niet onderlegd, ik woonde in Dalfsen, ik zat in Zwolle op de middelbare school, internet was er nog niet - ik had geen idee wat er te halen was! Tijdens mijn schooltijd ben ik nooit naar een toneelstuk geweest. Ja, studenten van de Theaterschool in Kampen gaven af en toe een voorstelling op de middelbare school, dat vond ik fantástisch. Naar Kampen, dacht ik dus, dáár doen ze het. Kampen was mijn Hollywood."

"Toen ik eenmaal in Kampen zat kwam ik erachter dat de Kleinkunstacademie bestond, in Amsterdam, en dat je in Kampen tot docent werd opgeleid, wat ik helemaal niet wilde, ik wilde actrice worden!"

Heeft u er wel een goede tijd gehad?
"Ik deed de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar - prachtige naam - midden in dat zwaar-christelijke stadje. Waar verder nog een kunstacademie zat, en een school voor de journalistiek, en een hogeschool voor theologie. Vier opleidingen tussen al die zwarte kousen."

"Wij hadden het gevoel dat we Kampen overnamen. We maakten ook rare dingen, wonderlijke voorstellingen. Met drie klasgenootjes deed ik het project Rectum, een parodie op geëngageerd cabaret. Kijken of mensen erin trapten. Nou, dat deden ze, ze vonden het prachtig, ontroerend. Waren we woedend over: 'Godverdomme, wat een losers!'"

Hoe was u in de liefde?
"Ik ben al vanaf mijn zestiende met mijn man. Het is natuurlijk weleens uit geweest, ik ben weleens verliefd geweest op een ander, we hebben aangerommeld, hebben ons leven gevierd en zijn pas echt gaan samenwonen op mijn zevenentwintigste, vlak voordat we Mees en Wies kregen. Maar toen ik hem voor het eerst zoende, bij café De Papillon in Zwolle, dacht ik al: o mijn god, dit gaat mijn leven lang duren. Ik wíst het gewoon, ik zag ons in een soort helikopterview staan."

"'God­samme, ben ik lekker klaar mee, ik ben zestien en dit ís hem! Daar gáát mijn jeugd!' Ik baalde er ook van, want ik wilde ongebonden zijn. En nog steeds. Ik ben nogal een vrije vogel. Maar het was intuïtie. Die bleek te kloppen."

Op het gebied van humor en van liefde weet u heel goed wat u wilt.
"Dat zijn de gegevens, ja, daar zit het vertrouwen."

Was het een lange weg naar Amsterdam voor u?
"Gerwalt ging in Amsterdam wonen, hij ging fysiotherapie studeren. Ik wilde naar de Kleinkunstacademie, maar werd na de laatste ronde afgewezen. Ik had al een kamer in Amsterdam, omdat ik ervan overtuigd was dat ik zou worden aangenomen."

"Ruut Weissman zei dat ik talent had, maar hij vond mij 'te gevormd', ik had al te veel een eigen manier van spelen. Nu snap ik wel wat hij ermee bedoelde, ik was niet het soort speler waar je alles op kunt plakken. En bovendien deed ik een of andere abstracte Lenny Kuhr-imitatie met een boa. Dat zal ook niet echt hebben geholpen, hahaha."

"Ik ben uiteindelijk Zang-Lichte muziek aan het Conservatorium in Zwolle gaan studeren, maar mijn opleiding in Kampen heb ik afgemaakt. Ik forensde vanuit Amsterdam, en ben bij Stella Den Haag begonnen als docent."

"Al snel ging ik zelf spelen, overal en nergens en uiteindelijk kreeg ik mijn eigen theatergroep, tgBloodyMary. Ik vorm een cabaretduo met Niek Barendsen en doe precies wat ik graag wilde. Altijd heb ik geweten dat als ik goed was, het wel zou worden gezien. Maar ik heb ervoor moeten knokken. Niemand kende mij."

"In het jeugdtheater wel, want daar heb ik veel gedaan. Ik ben maar gaan meedoen aan Cameretten, in 2003, met een solovoorstelling. Ik haalde de finale en werd een beetje gehypet, kreeg een contract bij Mojo, en moest binnen een jaar anderhalf uur maken. In mijn eentje, zonder goede regisseur, ik kreeg het niet voor elkaar."

"Ik paste ook totaal niet in het cabaretwereldje. Moest ik aan die Cabaretestafette meedoen, met allemaal van die jongens. Van die toffe gasten, die heel demonstratief een krant openslaan en dan ter plekke grappen beginnen te maken over wat ze daarin lezen."

U wilde per se actrice worden, heeft u ook altijd teksten geschreven?
"Ik was als kind altijd al aan het schrijven. Ik zegde speelafspraken af omdat ik brieven wilde schrijven. Veertig dagboeken heb ik in de kelder liggen, mijn hele jeugd vanaf mijn zesde staat erin."

Leest u er nog weleens in?
"Ja, maar dat vind ik ook confronterend. Dus ik doe het niet graag."

'Zo'n juf Ank, die zo lekker direct en on-sensitief dingen kan zeggen, met van die koude ogen... Dat zou ik zelf nooit durven' Beeld Renate Beense

Wat vindt u confronterend?
"Ik was altijd mijn familie aan het verdedigen. Terwijl ik me lang niet altijd prettig voelde. Ik was een heftig kind, ongelofelijk fel. Mijn ouders vonden dat lastig. Mijn twee oudere broers waren bedeesd en rustig, en toen kwam er ineens een kleine furie in huis. Daar voelde ik me verschrikkelijk schuldig over. Altijd. Mijn dagboeken staan vol met dát schuldgevoel, over wat ik mijn ouders aandeed, en dat ik 'vanaf nu een goede dochter wil zijn'."

U had woedeaanvallen?
"Ik vond heel vaak dat mij onrecht werd aangedaan. Ongelofelijk veel ruzies met mijn broers, daarin heb ik mij heel alleen gevoeld. Ik kon niet tegen ze op, en ging echt schoppen, slaan, schreeuwen - alles wat in mijn macht lag om ze aan te kunnen. Daarin ben ik niet beschermd door mijn ouders, dat was niet zo leuk. Maar het creëerde wel een band voor het leven, misschien wel omdat we het altijd zelf moesten oplossen. Ik hou nog steeds veel van mijn broers en zusje."

"Toen ik dertien was, verhuisden we naar Witharen, een gat ergens bij Ommen, diep in Overijssel. Dat was om het huwelijk van mijn ouders te redden: in een boerderijtje ergens achteraf opnieuw beginnen - onzin natuurlijk. Ik voelde me geïsoleerd, wilde uit en de hort op, en vond het een ongelofelijke daad van egoïsme. Ik werd de stoorzender. En tegelijk was ik sensitief, voelde alle spanning. De gevleugelde uitspraak tegen mijn moeder, was: 'Is papa goed te pas vandaag?' Dat is streektaal voor 'Gaat het goed met hem?' Daar was ik héél erg mee bezig."

Juf Ank, de rol die u speelt in De Luizenmoeder, is uw wraak op alle mensen die altijd maar rustig kunnen blijven.
"Hahaha, misschien wel. Ik heb een hekel aan passiviteit. Woede kan ik snel oproepen, een verrukkelijke bron om vanuit te spelen. Ergens in mij zit een groot, explosief vat. Maar zo'n juf Ank, die zo lekker direct en on-sensitief dingen kan zeggen, met van die koude ogen... Dat zou ik zelf nooit durven."

U schrijft al uw hele leven, toch is dit uw eerste tv- of filmscenario. Hoe kan dat?
"Ik ben hier vrij onbekend in."

U had het toch kunnen nastreven?
"Ik ben altijd druk bezig geweest met theater maken, met mijn theatergroep en minder met televisie. Op een gegeven moment speelde ik in een regio-komedie voor RTV Oost, die Jan Albert de Weerd, producent en regisseur van De Luizenmoeder, maakte. Hij vertelde toen dat hij bezig was met een serie over een basisschool, over wat er zoal op een schoolplein en in de lerarenkamer gebeurt. En of ik daaraan wilde meeschrijven."

En toen?
"Toen was ik niet meer te stoppen. De ene scène na de andere schreef ik. De vreselijkste dingen. Heerlijke scènes. Het was heel fragmentarisch, er is alweer een hele dramaturgie overheen gegaan, maar ik vind ze nog steeds ontzettend leuk. Jan Albert heeft me echt moeten afremmen toen, ik gíng maar door."

Maar waarom heeft u zelf nooit initiatief genomen om zoiets te schrijven?
"Altijd dat gevoel: niemand kent mij, niemand zit op mij te wachten. Maar ik vind het schrijven verrukkelijk. En het komt nu wel samen allemaal. Misschien ben ik een laatbloeier. Ach, in de provincie, alles gebeurt er net wat later."

En ook bij De Luizenmoeder weet u precies hoe u het wilt hebben?
"De toon van deze serie is erg belangrijk, die moet precies goed zijn. Daar hebben we ook voortdurend voor moeten vechten. Natuurlijk hebben we concessies moeten doen. Het liefst zou ik het als Hertenkamp willen maken. 'Maar het moet voor een breed publiek!' werd er dan gezegd. Fuck dat brede publiek, dacht ik dan, ik wil dat ik het zelf leuk vind, en mijn vrienden, en mijn ouders, en mijn broers en mijn zusje."

U heeft het samen met Diederik Ebbinge geschreven, dat ging wel goed?
"Dat was organisch, we begrepen elkaar goed. De eerste vier afleveringen had ik al geschreven toen hij erbij kwam, latere afleveringen hebben we samen gedaan. Eva Aben, de dramaturg, schreef de plotlijn uit, dan gingen wij heen en weer pielen."

Hoe was het om op een set te staan waar uw teksten werden gespeeld?
"Het was soms lastig. Ik was nou eenmaal niet de regisseur, terwijl ik precies wist hoe ik het bedoeld had. Op een gegeven moment ben ik niet meer gaan kijken, niet meer achter die monitor gaan zitten."

"Niet dat het slecht werd gespeeld, maar ik had een specifieke toon, een ritme in mijn hoofd. Door ritme valt de grap goed, ik ben daar nogal precies in. Als ik een halve dag over een bepaald woord heb nagedacht en dat wordt zomaar vervangen, irriteert mij dat."

"In de eerste aflevering zegt Anton bijvoorbeeld: 'Ik heb heel vaak aan je teruggekoppeld dat je met lege pakken hagelslag ook prima kan knutselen.' Maar eigenlijk had hij moeten zeggen: 'dat je met lege pakken hagelslag ook heel ver kan komen.' Dat is op de set veranderd, en dan is de grap dus weg. Vind ik."

U bent een maximalist.
"Absoluut. Als er een tweede seizoen komt, hoop ik dat meer wordt gerepeteerd op de tekst, op het ritme, op de muzikaliteit van de scènes. Als een scène goed en muzikaal geschreven is, hoef je amper meer te spelen. Gewoon de tekst zeggen. Acteurs willen er altijd heel graag toch nog iets van maken. Dat is een grote fout eigenlijk. Moet ik zeggen, terwijl ik juf Ank zo speel, toch wel echt een type, hahaha!"

Er was een lawine aan positieve reacties op De Luizenmoeder. Dat moet u goed doen.
"Heel erg, en ik had het niet zien aankomen. Er is door ons allemaal veel strijd geleverd om het goed te krijgen. Nog steeds weet ik dat het nóg beter kan. Maar ik ben heel blij dat het zo goed gevallen is, en ik geniet daar enorm van."

Ilse Warringa is op het toneel te zien in Popje, Hou Je Muil met Servaes Nelissen, o.a. 27 januari in de Meervaart, 6 februari in Theater Griffioen in Amstelveen.

Jeugdfoto Ilse Warringa (rechtsonder) Beeld Privé

Ilse Warringa

Geboren
1 juni 1975, Dalfsen

1994-1996
Conservatorium zang lichte muziek

1998
Afgestudeerd Artez Hogeschool voor de Kunsten

1998-2007
Toneelgroepen Stella Den Haag, Het Filiaal en Wederzijds

2003
Tweede bij Cameretten

2005
Oprichting tgBloodyMary

2005-nu
Actrice in en schrijver voor Het Klokhuis (NTR)

2007-nu
Stem in vele tekenfilms en documentaires

2010-nu
Cabaretduo met Niek Barendsen

2011-2016
Toren C

2014-2017
Welkom bij de Gouden Eeuw/Romeinen/IJzeren Eeuw/Jaren '60 (NTR)

2018
De Luizenmoeder

Warringa woont in Amsterdam met Gerwalt Spijkerman en hun kinderen Wies (10) en Mees (13).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.