PlusExclusief

Judikje Kiers, directeur Amsterdam Museum: ‘We zijn zeker woke’

null Beeld Daphne Lucker
Beeld Daphne Lucker

Judikje Kiers is zes jaar directeur van Amsterdam Museum, dat aan de vooravond van een grootscheepse verbouwing staat. Als dochter van de schoolmeester kreeg ze gevoel voor wat er speelt in de maatschappij en werd ze extra kritisch bekeken. ‘Zo voelt het soms ook een beetje bij het museum.’

Lorianne van Gelder

Haar splinternieuwe tijdelijke kantoor zit aan de Herengracht. Het te verbouwen museum ligt tussen de Kalverstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal. Het tijdelijke museum is aan de Amstel. En haar woning bevindt zich tussen de Nes en de Oudezijds. Als ze zou willen, hoeft Judikje Kiers (59), directeur van Amsterdam Museum, nooit het centrum uit.

Het museum waar ze sinds 2016 werkt, heeft ze óók in de binnenstad kunnen houden. Toen Kiers aantrad, lagen er al plannen om naar een ander gebouw te gaan. Ook haar leek dat prachtig: een nieuw pand, ontworpen door toonaangevende architecten, de natte droom van menig museumdirecteur.

Maar gaandeweg begon er iets te ver­anderen: waarom weggaan uit het Burgerweeshuis, zo centraal, zo in het hart van de oude stad? Er kwam een nieuw plan, zodat het kruip-door-sluip-doormuseum, ooit als klooster gebouwd, modern en toekomstbestendig zou worden. De plannen zijn gereed, ze liggen bij de gemeente. Een paar maanden geleden kwam de welstandscommissie (de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) na een hoop kritische noten ook over de brug met een positief advies, net als de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. En de ruim 56 miljoen euro voor de verbouwing is toegezegd.

Alleen: er is nog geen bouwvakker begonnen.

Hoe staat het ervoor? Uw droom is om in 2025 een vernieuwd museum aan de stad te geven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam.

“De status is dat de plannen ter inzage liggen bij de gemeente. We kunnen er nu niet veel aan doen. Het vraagt vooral geduld. Er is lang op gepuzzeld en de plannen zijn geweldig: met de afwisseling van de bestaande historische zalen met nieuwe zalen, vrijwel binnen de schil van het monument, allemaal op plaatsen waar in het verleden al ingrijpend was verbouwd. Maar het moet nog aanbesteed worden en in de huidige bouwmarkt kun je ook geen voorspellingen doen. Dus ik durf niet meer te zeggen dat het in 2025 allemaal af is.”

Waarom wilde u zo graag in de binnenstad blijven? Amsterdam is toch meer dan het centrum.

“Amsterdam Museum is een netwerkmuseum. We werken met verschillende partners, sommige plekken zijn al onderdeel van het museum, zoals Huis Willet-Holthuysen. We organiseren samen met instellingen in Zuidoost en Nieuw-West tentoonstellingen, we hebben een depot in Noord. Maar we vonden het belangrijk om het kloppend hart van het museum in de binnenstad te houden. In het Burgerweeshuis zit je in het oudste stukje van de stad, daar komt de geschiedenis bij wijze van spreken uit de grond. Daarnaast is het van belang om in de ­binnenstad dit soort kwaliteit voor een breed publiek toegankelijk te houden. We kunnen maar één keer de beslissing nemen om weg te gaan en daar moeten we goed over nadenken. Ik ben weer met de gemeente gaan praten of we niet tóch konden blijven. Een nieuw museum bouwen was overigens niet per se goedkoper geweest, want nieuwbouw kan ook heel kostbaar uitpakken.”

En anders staat daar straks Hotel Burgerweeshuis.

“Door het in zijn publieke functie te houden, behoud je het voor de hele stad. Natuurlijk zou het een prachtig hotel kunnen zijn, of een heel mooie appartementencomplex. Maar laten we nou ons best doen om het toegankelijk te houden en het Spui, de Kalverstraat en de Nieuwezijds te blijven verbinden met de publieke functie die het museum heeft. De binnenplaatsen laten we open, niet overdekt, zodat je ook een oase in de binnenstad hebt, met een inhoudelijk verhaal voor Amsterdammers en bezoekers van buiten.”

Verbouwen is voor Kiers gesneden koek. Waar de meeste mensen al stress krijgen van het opknappen van een badkamer, is de vernieuwing van Amsterdam Museum haar tweede hypercomplexe bouwproject. In 2015 leverde ze Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, de voormalige schuilkerk midden op de Wallen, verbouwd af – een monsterklus van veertien jaar. Ze kreeg het voor elkaar het aanpalende pand te betrekken, een ondergrondse doorgang tussen de twee panden te maken en de archeologische vondsten die werden gedaan in de beerput tentoon te stellen. Mede dankzij haar ervaring werd ze de opvolger van Paul Spies bij Amsterdam Museum. Want wie zo’n staaltje politiek, bouwkundig en historisch gevoelig werk aflevert, kan een volgend hoofdpijndossier ook wel aan.

“Ik hou gewoon van verbouwen,” zegt ze lachend.

Amsterdammers weten hun eigen museum, dat tot 2011 ­Amsterdams Historisch heette, nog niet zo goed te vinden. Voor corona was slechts 20 procent van de bezoekers Amsterdams. Ik ging als geboren en getogen Amsterdammer ook zelden naar jullie museum. Weet u waaraan dat ligt?

“Wat was voor jou de reden?”

Jullie waren niet zo zichtbaar. En er kleefde ook een beetje een imago van ‘oude Amsterdamse meuk’ aan.

Kiers lacht. “Meer mensen zullen dat hebben gehad. Ik heb me bij mijn aantreden ook voorgenomen om het museum zichtbaarder en meerstemmiger te maken.”

Wat verstaat u onder dat laatste?

“Letterlijk meer stemmen, meer perspectieven, en van veel meer kanten naar een verhaal of voorwerp kijken. Jaren geleden kwam er een boekje uit bij het – toen nog – Amsterdams Historisch Museum over kijken naar voorwerpen. Daar zat een opdracht in over vijftig manieren om te kijken naar een McDonald’sdoosje. Dat versta ik onder meerstemmigheid of meer perspectieven.”

Welke stem was dominant toen u kwam?

“Die van de kunsthistorische expert. Je moet de openheid hebben om ook andere vragen te stellen, en daardoor weer andere mensen te bereiken. Als je het alleen hebt over de kunsthistorische waarde van een glas, vind je een specifiek publiek. Maar heb je het ook over het ambacht van het maken van dat glas, of over waar het water in het glas vandaan komt, of wie het in handen heeft gehad, dan spreek je ook andere mensen aan.”

Vrienden en collega’s zeggen over u dat u vijftien jaar geleden al bezig was met het afschaffen van Zwarte Piet. Waar komt uw gevoeligheid voor de veranderende tijdsgeest vandaan?

“Ik denk dat ik oprecht nieuwsgierig en open ben naar wat mensen beweegt. Ik wil weten waar de gevoeligheid ligt, ik verplaats me vanzelfsprekend in anderen. En ik ben me ervan bewust dat iedereen blinde vlekken heeft.”

Wat is die van uw?

“Zwarte piet is bij mij lang een blinde vlek geweest, ik leef ook in een witte bubbel. In Museum Ons’ Lieve Heer op Solder verkochten we het hele jaar door boekjes met Zwarte Piet, en tijdens Sinterklaas kwam de Sint met zijn Zwarte Pieten langs. Maar toen ik op een avond in het Bijlmerparktheater hoorde hoe pijnlijk Zwarte Piet kan zijn voor sommige mensen, en ik bij mezelf zag dat het een blinde vlek was, ben ik wat gaan doen. De boekjes gingen eruit, de Zwarte Pieten ook. Ik vond het een lastig onderwerp, omdat ik in mijn omgeving merkte dat er heftig op werd gereageerd, maar ik was overtuigd van wat er moest gebeuren.”

null Beeld Daphne Lucker
Beeld Daphne Lucker

Sinds de verhuizing van Amsterdam Museum naar het pand van de Hermitage is er een nieuwe opstelling en benadering van de collectie. Het is een glimp van wat het vernieuwde museum straks zal zijn. De hoofdtentoonstelling wordt wel ‘superwoke’ genoemd. Klassieke werken over de stad worden geflankeerd door com­mentaar, kritische noten of een tegenbeeld. Naast schilderijen van regentessen hangt werk van Natasja Kensmil, die het aandeel van die regentessen in de slavernij bevraagt, bij een zilveren peper-en-zout­stel staat dat het roofkunst is. En hoewel slechts 8 procent van de 100.000 objecten in de collectie van vrouwen is, is er een volledige wand aan vrouwen en vrouwelijke kunstenaars gewijd.

Is Amsterdam Museum woke?

“Als ik woke in de letterlijke betekenis zie, bewust van maatschappelijke ontwikkelingen en maatschappelijke ongelijkheid, zijn we zeker woke. Als het stadsmuseum van Amsterdam moet dat bewustzijn er ook zijn.

“We laten verschillende perspectieven zien. Bij de expositie over de Gouden Koets vorig jaar, waarvoor ik ook in de renovatiecommissie zat, kwam de voor­zitter van de Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen aan het woord, maar ook activisten van Black Lives Matter. Die vinden dat het paneel Hulde der Koloniën, waarop mensen uit de koloniën onderdanig staan afgebeeld, moet worden verwijderd. Je hoort de uitersten en de gevoeligheden, je hoeft geen compromis te sluiten, maar we willen wel alle kanten van een discussie aan de bezoekers laten zien. Je hoopt dat er een luikje opengaat naar iets nieuws.”

Drie jaar geleden besloten jullie de term Gouden Eeuw niet meer te gebruiken. Zo werd de naam van jullie vaste tentoonstelling aangepast van Hollanders van de Gouden eeuw naar Groepsportretten van de zeventiende eeuw.

“Amsterdam Museum heeft al een langere geschiedenis van het bevragen van de Gouden Eeuw. Wij hadden ook vaker discussies over de term, onder meer dankzij onze curator Imara Limon. Het is een heel gesloten term die niet kijkt naar de donkere kanten van de zeventiende eeuw. Het is niet zo dat we die wegpoetsen of die periode negeren. We hebben gekeken hoe we de term kunnen openbreken, verhalen kunnen toevoegen zodat meer mensen zich erin kunnen herkennen. En dat heeft ertoe geleid dat we de term Gouden Eeuw niet meer als synoniem voor de zeventiende eeuw gebruiken.”

Er klinken steeds meer geluiden dat musea doorslaan in die politieke correctheid.

“Ik denk dat bij elke keuze geldt dat er mensen zijn die ervoor of ertegen zullen zijn. Voor mij persoonlijk is het van belang om goed in de stad van nu te staan. De geschiedenis is niet iets wat af is en in een doosje zit. Je moet je verhouden tot wat er in de stad gebeurt en wat er verandert.”

Kiers groeide op als de dochter van de schoolmeester in het kleine dorpje Daarle, gemeente Hellendoorn. Het was zo klein dat haar ouders eerst op kamers gingen omdat ze moesten wachten tot er een tweede nieuwe inwoner kwam, zodat er een twee-onder-een-kapwoning kon worden gebouwd. Later verhuisde het gezin naar Herwijnen in de Betuwe en voordat ze naar de middelbare school zou gaan, besloten haar ouders naar de Randstad te verhuizen. Zo hoefden de kinderen niet de 20 kilometer heen en weer te fietsen naar het gymnasium. In haar middelbareschooltijd woonde ze in Badhoevedorp en zat ze op school in Amstelveen.

Wat voor kind was u?

“Rustig, geïnteresseerd, ik las veel. Het voordeel van het kind van de schoolmeester zijn was dat we in een dienstwoning aan school woonden en ik altijd een handenarbeidlokaal had waar ik kon knutselen en naaien. Mijn ouders stonden altijd voor iedereen klaar, juist voor de buitenbeentjes. Wellicht komt daar mijn openheid voor anderen vandaan.”

Wat was het nadeel?

Ze lacht. “Dat ik het dochtertje van de schoolmeester was! De dochter van de schoolmeester wordt altijd extra kritisch bekeken, in elk geval door de schoolmeester zelf, om te voorkomen dat het lijkt alsof je wordt voorgetrokken. Zo voelt het soms een beetje bij Amsterdam Museum. Het gebouw is van de gemeente, en soms lijkt het alsof de gemeente er extra alert op is dat procedures precies worden gevolgd, zodat niemand ooit kan zeggen dat er onzorgvuldig is gehandeld.”

U trad in de voetsporen van een directeur die heel zichtbaar was in de stad. Hoe zichtbaar wilt u zijn?

“Ik zie mijn rol als iemand die richting geeft en faciliteert. Ik wil zichtbaar zijn op de momenten dat het ertoe doet, maar vooral ruimte geven aan degenen die het meest weten, de experts. Het is een teamspel. Het betekent dat veel meer mensen van Amsterdam Museum voor de camera staan en het podium pakken. Amsterdam Museum is niet één persoon. Ik hoef niet zelf altijd op de voorgrond te staan.”

Al jaren woont Kiers in een steegje tussen Nes en Oudezijds Voorburgwal. “Echt Wallengebied,” zegt ze. Ook bij haar liggen op de stoep regelmatig een plakkaat kots of lachgascapsules. Schreeuwende dronken mensen op straat zijn schering en inslag.

Hoe ervaart u de binnenstad als bewoner?

“Het heeft nog altijd meer voor- dan nadelen, al zit ik wel net in het iets rustiger deel. Toch is er veel veranderd sinds ik er woon. En ik denk dat er nog grotere ingrepen moeten komen om het leefbaar te houden, want een binnenstad gedijt bij dat er wordt gewoond en gewerkt en dat er musea zijn. En daar moet wel wat voor gebeuren. Laten we nou de regels die we hebben in elk geval handhaven. Al zie ik ook dat het altijd makkelijker gezegd dan gedaan is.”

U kent uw partner Michiel Kleiss, oud-directeur van de RoXY en horecaondernemer, ook uit de buurt, toch?

“We hebben elkaar ontmoet in buurt­comité Chic & Louche.”

U was chic en hij was louche?

“Dat kun je invullen, haha. Het was een initiatief van een oud-stadsdeelraadslid, ondernemers, buurtbewoners en culturele organisaties om de buurt te helpen. Vanuit de gedachte: we kunnen wel zeggen wat we níét willen, maar wat willen we wél? We kwamen er toen achter dat we de combinatie van louche en de toevoeging van chic waardevol zouden vinden. Dus wel sekswerk, maar ook musea. Wel horeca, maar ook een boekhandel, alles in balans. Uiteindelijk is het anders gelopen. Want met de hoeveelheid toeristen die nu het Wallengebied bevolken, is er geen balans meer in te krijgen.”

De Amsterdamse binnenstad is prachtig, maar met de hoge prijzen en de beperkte ruimte vragen steeds meer mensen zich af of het wel voor iedereen is.

“Dat idee is toch doodzonde? Amsterdam is voor mij de veelheid van buurten. Maar dat mensen de verbondenheid met de binnenstad niet meer voelen, vind ik heel erg. Ik wil ook graag alle Amsterdamse schoolkinderen in het vernieuwde museum ontvangen.”

“Je deel te kunnen voelen van een stad, waar bezoekers uit de hele wereld naar komen kijken, een stad met een verhaal van eeuwen: dat is het waard om door veel mensen te worden beleefd. En daar horen andere buurten ook bij: we programmeren in de tentoonstellingen ook Verdedig Noord en binnenkort de Bijlmerramp, en geven ruimte aan kleine buurtmusea door de hele stad.”

Hoe gaat het met Amsterdam?

“Ik geloof in de kracht van de stad. Maar we hebben als Amsterdammers veel op te lossen. Wie kan er wonen, wie kan er werken? Hoe kunnen we het leefbaar houden voor iedereen en het tegelijk mogelijk houden om de stad te bezoeken? Natuurlijk komt iedereen hier naartoe, met al onze musea en grachten. Misschien moet er wat minder aandacht zijn voor de coffeeshops, en meer voor kunnen zijn wie je wilt zijn. We moeten heel goed zorgen voor de stad, maar hij is ook niet kapot te krijgen.”

En hoe lang blijft u nog waar u zit?

“Ik maak graag iets af. Iedereen weet dat. En wat de volgende stap wordt, weet ik echt nog niet. Maar ik ben erg geworteld in Amsterdam.”

Judikje Amsterdam jeugdfoto Beeld x
Judikje Amsterdam jeugdfotoBeeld x

Judikje Kiers
23 oktober 1962, Daarle

1967-1975 Lagere school in Herwijnen
1975-1981 Gymnasium B Hermann Wesselink College in Amstelveen
1981- 1988 Kunstgeschiedenis aan de VU
1991-2001 Wetenschappelijk medewerker educatie Rijksmuseum
2001-2016 Directeur Museum Ons’ Lieve Heer op Solder
2009-2016 Directeur Bijbels Museum
2016-heden Directeur Amsterdam Museum

Nevenfuncties als lid van de raad van advies van Z, Bestuur Overleg Amsterdamse Musea, Commissaris Stadsherstel Amsterdam, Dagelijks bestuur overleg Amsterdamse Culturele Instellingen, Raad van Toezicht Rijksmuseum Twenthe en de Museumfabriek.

Judikje Kiers woont met Michiel Kleiss in Centrum.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden