PlusAchtergrond

JP Coen veroverde de Banda-eilanden. Hoe kijken jongeren naar die geschiedenis?

Jan Pieterszoon Coen veroverde 400 jaar geleden op hardhandige wijze de Banda-eilanden. Fotografe Isabelle Boon onderzocht hoe Bandanese jongeren van nu naar de geschiedenis kijken.

Jongen in Fort Concordia. Beeld Isabelle Boon
Jongen in Fort Concordia.Beeld Isabelle Boon

Niet veel zo triest als een museum zonder bezoekers. Wachtend op betere tijden hangt in het Scheepvaartmuseum sinds deze week de tentoonstelling I love Banda. Op de site van het museum is er al veel van te zien, maar dat haalt het niet bij een echt bezoek natuurlijk. Ga vooral kijken als het weer kan. De expositie van foto’s van Isabelle Boon is prachtig en biedt volop nieuwe inzichten in de complexe banden tussen Nederland en Indonesië, nu en toen.

Vijf keer bezocht Boon in de periode 2016-2019 de Banda-eilanden. Voor haar eerdere project, Heritage in Transition, fotografeerde ze de herbestemming van koloniaal erfgoed in oude delen van de steden Jakarta en Semarang op Java. Ook op de Banda-eilanden, een groep van tien kleine vulkanische eilanden in de Indonesische provincie Zuid-Molukken, is dat verleden nog heel tastbaar. Er staan volop standbeelden en gebouwen uit de Nederlandse tijd; het in de 17de eeuw door de VOC gebouwde Fort Belgica op Banda Neira is zelfs het grootste Europese fort in Indonesië.

Isabelle Boon (1972) concentreerde zich op de Banda-eilanden vooral op jongeren, die er in groten getale zijn. Ze hangen rond bij de oude forten en op de lokale landingsbaan, waar maar twee keer per week een vliegtuigje landt en die de rest van de tijd dienst doet als dorpsplein. De jongeren doen wat jongeren overal ter wereld doen. Ze zijn in de weer met hun telefoon, flirten met elkaar, scheuren op brommers. En shirts van FC Barcelona zijn ook op Banda populair.

Dromen en ambities

Wat Boon interesseerde, is hoe die jongeren kijken naar de geschiedenis van de eilanden. Zes jonge Bandanezen hebben binnen de tentoonstelling een eigen minitentoonstelling. We leren over hun dromen en ambities en komen ook veel te weten over het leven op zo’n klein eiland. Maar van de zes is student Ode de enige die echt geïnteresseerd is in de koloniale overheersing van de Banda-eilanden en daar ook een uitgesproken, negatieve mening over heeft.

Op de eilanden, die in oppervlak nog niet half zo groot zijn als de Waddeneilanden, wonen zo’n 15.000 mensen. Begin 17de eeuw zouden het er evenveel geweest kunnen zijn: de schattingen van het inwoneraantal op het moment dat Jan Pieterszoon Coen er in februari 1621 voet aan wal zette, lopen uiteen van 10.000 tot 15.000.

Toen Coen de eilanden aan het einde van het jaar had bedwongen, waren er naar schatting nog slechts 1000 bewoners over (hoewel Coen het in zijn officiële verslag zelf hield op ‘slechts’ 2500 dodelijke slachtoffers). De anderen waren vermoord, van honger omgekomen, gevlucht of tot slaaf gemaakt. De verovering van de eilanden, bekend als het Bloedbad van Banda, is een van de zwartste bladzijden van de Nederlandse koloniale geschiedenis.

Diana in de zee.
 Beeld Isabelle Boon
Diana in de zee.Beeld Isabelle Boon

Ontvolking was Coens doel en daarbij leek alles geoorloofd. Bijzonder wreed was zijn optreden tegen de dorpshoofden, de orang kaya. Een deel van hen werd als slaaf naar Batavia afgevoerd, anderen werden onthoofd of zelfs levend gevierendeeld. Zo gevreesd en gehaat was de naamgever van de Amsterdamse Coentunnel dat sommige oorspronkelijke Bandanezen zich liever van de rotsen wierpen dan zich aan hem over te geven.

Vruchtbare vulkaangrond

Het eerste dat je op I love Banda ziet is een foto van de Gunung Api (Vuurberg), een nog actieve vulkaan, die het herkenningspunt van de Banda-eilanden is. Juist die vruchtbare vulkaangrond maakt de eilanden uitermate geschikt voor muskaatbomen. Tot in de 18de groeiden de bomen zelfs nergens anders ter wereld. Met de verovering van de Banda-eilanden verkreeg de VOC het monopolie op de uiterst lucratieve handel in nootmuskaat en foelie, de producten van de muskaatboom.

Restanten van de oude plantages, die perken werden genoemd, zijn nog zichtbaar. Banda was de eerste op slavernij gebaseerde kolonie onder Nederlands bestuur. Na Coens ontvolking of ­genocide werden er slaven uit China, India en het huidige Indonesië te werk gesteld. De huidige Bandanezen zijn er veelal afstammelingen van.

Behalve foto’s biedt de tentoonstelling I love Banda ook door Isabelle Boon gemaakte films van vooral feesten en plechtigheden. Op een video-installatie zien we de uitvoering van een krijgsdans, de cakalele, die de moord op de orang kaya in 1621 verbeeldt. De bamboestokken die dansers meedragen verwijzen naar de staken waarop de hoofden van de dorpsoudsten werden gespietst.

Bij de viering van het islamitische offerfeest Idul Adha leeft het koloniale verleden van de Banda-eilanden op luchtiger wijze voort; na een officiële optocht vermaakt men zich met oud-Hollandse spelletjes als zaklopen, koekhappen en spijkerpoepen.

I love Banda, Scheepvaartmuseum, t/m 7/11. Tot de heropening is er een uitgebreid onlineprogramma met video’s, minicolleges en een podcastserie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden