PlusAlbumrecensie

Joyce DiDonato en Yannick Nézet-Séguin voegen zich met Schuberts Winterreise in een lange traditie

De fameuze Amerikaanse mezzosopraan Joyce DiDonato maakte een opname van Schuberts Winterreise. Aan de piano: dirigent Yannick Nézet-Séguin. De uitvoering is in veel opzichten uitzonderlijk, maar de uitvoering die alle andere overbodig maakt, is het zeker niet.

 Mezzosopraan Joyce DiDonato met dirigent Yannick  Nézet-Séguin die voor Winterreise achter de vleugel is gekropen. Beeld Getty Images
Mezzosopraan Joyce DiDonato met dirigent Yannick Nézet-Séguin die voor Winterreise achter de vleugel is gekropen.Beeld Getty Images

Van Franz Schuberts Winterreise, vaak abusievelijk Der Winterreise genoemd (de muziekpolitie let hier scherp op), bestaan honderden opnamen. Hoeveel het er precies zijn, is onbekend, al mag je niet uitsluiten dat er ergens in de verst gelegen spelonken van het wereldwijde web een complete lijst zou kunnen staan, vermoedelijk in het Japans. Wikipedia houdt het op ‘numerous recordings’ (zo kan ik het ook).

De gepensioneerde Brabantse elektrotechnicus Huib Spoorenberg deed een bewonderenswaardige poging en kwam tot 365 opnamen. Zijn lijst is niet up-to-date, maar geeft wel een aardig beeld van de discografie, ook al omdat hij piraatuitgaven erbij heeft betrokken.

De kampioen van de opnamen van Winterreise is Dietrich Fischer-Dieskau. Tussen 1948 en 1990 zijn van hem vijftien registraties van de beroemdste liederencyclus van Schubert verschenen, met negen verschillende pianisten. Drie keer was dat Gerald Moore en allerwege worden die als de mooiste van het stel bestempeld. Interessant is de piraatuitgave uit 1978, met Maurizio Pollini aan de vleugel.

Hans Hotter is een goede tweede met zeven opnamen (waarvan twee illegale), waarvoor hij zes pianisten vroeg, onder wie Gerald Moore. Hotter was ook degene die Winterreise als eerste integraal opnam, in 1942, voor Deutsche Grammophon.

Lage mannenstemmen

Hermann Prey kwam vanaf 1961 tot zes, elke keer met een andere pianist, Gérard Souzay kwam tot vijf, allemaal met pianist Dalton Baldwin en de eerste in 1958, net zoveel als Robert Holl, die geen enkele keer met dezelfde pianist zong. Daarna volgen Jorma Hynninen, Christoph Prégardien en Matthias Goerne met elk vier versies van de Winterreise. Goerne nam in 2013 met Christoph Eschenbach de mooiste Winterreise op van allemaal, maar voel u vrij het met me oneens te zijn.

In de lijst met opnamen vallen een paar dingen op. Hoewel Schubert zijn Winterreise voor tenor en piano componeerde (hij was voor zover we weten zelf een tenor), zijn op de grammofoonplaten, cd’s en dvd’s de bassen, basbaritons en vooral baritons verre in de meerderheid. Tegenover elke tenor staan drie keer zo veel lagere mannenstemmen. Een verklaring zou kunnen zijn dat de melancholische, droeve en uiteindelijk morose sfeer beter past bij een lage mannenstem, zoals een hogere stem juist beter past bij Die schöne Müllerin.

Eenzelfde som is te maken bij vertolkingen van Winterreise door vrouwen, die overigens nog steeds schaars zijn. De mezzosopranen zijn ten opzichte van sopranen zeer ruim in de meerderheid. Weliswaar was de Mexicaanse sopraan María Bonilla ergens in de jaren vijftig de eerste, maar daarna volgden toch voornamelijk mezzo’s, met als beroemdste Brigitte Fassbaender en Christa Ludwig.

De beroemde mezzosopraan en lieveling van de Amerikaanse muziekpers, Joyce DiDonato, is nu in de voetsporen van de onlangs overleden Ludwig gestapt. Ludwig nam in de jaren tachtig drie keer Winterreise op, steeds met James Levine aan de piano. Levine was toen de music director van de Metropolitan Opera in New York. Bij DiDonato beroert Levines opvolger Yannick Nézet-Séguin de toetsen en in die rol was hij in het openbaar nog niet vaak te horen.

Een echt ondubbelzinnig genot is dat helaas niet. In te veel liederen bewijst hij niet over het technische raffinement te beschikken dat je zou verwachten, of zelfs zou willen eisen. Daar staat tegenover dat hij volledig op de adem van DiDonato speelt, waardoor je begrijpt waarom hij zo’n geweldige operadirigent is.

Reusachtige risico’s

Liedbegeleiding stelt echter ook de hoogste eisen aan de pianistiek en op dat punt laat hij steken vallen. Zijn kleuringscapaciteiten zijn begrensd en zijn toucher is te vaak wat hoekig. Dat wordt deels gecompenseerd door een groot gevoel voor de dramaturgie van de cyclus en door het feit dat DiDonato zich blijkbaar zo vrij voelt dat ze reusachtige risico’s durft te nemen. Op de beste momenten maakt dat van deze Winterreise een aangrijpend minidrama. Op de mindere momenten stoor je je aan het soms weinig ideale Duits, aan de weinig geheimzinnige pianotonen (het begin van Letzte Hoffnung is te weinig evocatief, Im Dorfe is erg matig gearticuleerd) of zelfs aan het gul hoestende publiek.

Goerne/Eschenbach blijft de beste.

Klassiek

Joyce DiDonato en Yannick Nézet-Séguin
Winterreise
(Warner Classics)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden