PlusRecensie

Journalistiek eerbetoon aan de Nieuwezijds: ‘Heeft iemand nog een leuk verhaal voor de voorpagina?’

Met een boek en een beeld eert oud-journalistencollectief Argus de Nieuwezijds Voorburgwal, tot de jaren zeventig van de vorige eeuw het kloppend journalistiek hart van Amsterdam. Over krantjes maken, de goede oude tijd en sterke verhalen in journalistencafé Scheltema.

Hans van der Beek
Nieuwezijds Voorburgwal 234-240, ter hoogte van het Algemeen Handelsblad (1928). Linksboven journalistencafé Scheltema. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam
Nieuwezijds Voorburgwal 234-240, ter hoogte van het Algemeen Handelsblad (1928). Linksboven journalistencafé Scheltema.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

Op de redactie van De Telegraaf werden telefoons en typemachines aan de bureaus vastgeschroefd, ‘om een eind te maken aan het gooi- en smijtwerk waarmee menige kwade dronk of driftbui werd bekoeld’.

Bij Elsevier had hoofdredacteur Ferry Hoogendijk niet bepaald een hoge dunk van het team, waarmee hij elke week zijn blad moest zien te vullen: ‘Van de vijfenveertig redacteuren liggen er vijftien in echtscheiding, zijn er vijftien dronken en met de overige vijftien moet je de krant maken.’ Zijn opvolger André Spoor: ‘Uitroken is, geloof ik, het enige wat erop zit.’

Het zijn maar twee van de werkelijk talloze anekdotes die oud-journalisten Paul Arnoldussen en Rudie Kagie beschrijven in hun boek De Nieuwezijds. Herinneringen aan een krantenboulevard. Voor diegene die minder bekend is met de Amsterdamse persgeschiedenis (of nog nooit met een oud-journalist op café is geweest): tot diep in de vorige eeuw was de Nieuwezijds Voorburgwal een walhalla voor journalisten en ieder ander die van sterkte verhalen hield.

Hoogtijdagen

Tientallen kranten en tijdschriften, ook de meest obscure, waren vanaf halverwege de negentiende eeuw gevestigd op de Nieuwezijds. De decennia na de Tweede Wereldoorlog mogen gerust de hoogtijdagen worden genoemd, zowel in oplages als in drankomzet in de naburige cafés.

De straat werd met trots de Fleet Street van Amsterdam genoemd, naar de vermaarde krantenstraat in Londen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was het wel gedaan met de pret. Eén voor één vertrokken de grote redacties uit het centrum.

Arnoldussen (oud-Parool) en Kagie (oud-Vrij Nederland) vormen ook de hoofdredactie van de tweewekelijkse opiniekrant Argus, vernoemd naar de stripjournalist uit Tom Poes, met lichte kenmerken van een rat. De redactie bestaat uit gepensioneerde journalisten die het ‘krantje maken’ niet kunnen laten, en allemaal met een voorliefde voor een goed verhaal en dan graag over die goede, oude tijd.

Als eerbetoon aan de Nieuwzijds is er nu behalve het boek ook een beeld van die fictieve journalist Argus, donderdag 16 juni onthuld op een nieuw plantsoen aan de Nieuwezijds – niet toevallig vlak bij café Scheltema. Voor het ontwerp van het beeld vroegen de initiatoren ontwerper Saske van der Eerden.

Cisca Dresselhuys, die in 1966 met hoge verwachting naar Trouw op de Nieuwezijds vertrok en er al snel achterkwam dat die redactie daar ‘De fietsenstalling’ werd genoemd (het gebouw was veel minder soeps dan de grachtenpanden van de andere redacties), onthulde het beeld.

Vrijgevochten anarchie

In het uiterst vermakelijke boek wandelen Arnoldussen en Kagie fictief door de straat, en dat nemen ze ruim. Ze beginnen bij café Karpershoek aan het begin van de Martelaarsgracht en eindigen op het Spui bij de café Hoppe. Het zijn de uithoeken van het journalistieke kloppend hart van de Nieuwezijds, want zoals de auteurs terecht opmerken: een paar honderd meter lopen is best lang voor een collega met dorst.

De auteurs staan stil bij elke voorgevel waarachter persgeschiedenis schuil gaat en beschrijven bij voorkeur de, zoals ze het noemen, ‘vrijgevochten anarchie’ die na de oorlog op de krantenboulevard heerste. En dan is een volgende fraaie anekdote niet ver.

Een letterzetter van dagblad De Tijd werd ontslagen, niet tot zijn genoegen. In zijn laatste nachtdienst nam hij een zogenaamde ‘stopper’ waarmee opengebleven gaten op een advertentiepagina werden gevuld: ‘Hier behoorde uw advertentie te staan’ – en plaatste die tussen de overlijdensadvertenties.

Bij De Telegraaf wilde de stem van de nieuwschef rond vier uur ‘s middags nog wel eens over de redactie schallen: ‘Heeft iemand nog een leuk verhaal voor op de één morgen? Het hoeft niet waar te zijn, als we er maar geen gedonder mee krijgen.’

Drankinname en sterke verhalen

Maar de mooiste verhalen komen toch uit de boezem van de Amsterdamse Fleet Street: café Scheltema. Hier kwamen de redacteuren van concurrerende dag- en weekbladen na werktijd – en ook onder werktijd trouwens – bijeen om elkaar te overtoepen in drankinname en sterke verhalen. Met uitzondering van de collega's van De Waarheid trouwens: die werden geacht na werktijd te colporteren of ander nuttig partijwerk te doen.

Schitterend citaat van Trouw-journalist Bert Klei: ‘Ik herinner me hoe vreugde mij besprong toen de dienstdoende ober mij voor ’t eerst met mijn naam aansprak: nu hoorde ik er echt bij, nu was ik journalistiek niet meer kapot te krijgen.’

In het café heerste een strakke hiërarchie, wie waar mocht aanschuiven, wie goed was en wie fout. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de redacteuren van Het Parool, Simon Carmiggelt voorop, het hoogste woord hadden. Volgens de auteurs vond ‘menig collega het een hoogst arrogant gezelschap’.

Brand in een kippenschuur

Toch was het, op de onvermijdelijke vechtpartijen na, zeker geen haat en nijd in het café, integendeel. Misschien wel de mooiste anekdote uit het boek komt van Telegraaf-verslaggever Arnold Burlage, die op de redactie geen eigen bureau had, en Scheltema gebruikte als flexwerkplek.

Als ergens ver weg in het land iets gebeurde dat niet al te groot was, maar toch in de krant van morgen moest – hij noemt zelf ter illustratie een kippenschuur in brand op de Veluwe – werd daar een leerling naartoe gestuurd. Die keerde terug naar Scheltema met een stukje dat met carbonpapier een keer of tien werd uitgetikt.

Burlage: ‘Dat belden we allemaal door naar de krant waar we voor werkten, met wat veranderingen hier en daar, zodat we toch een eigen verhaal hadden.’

Die goede oude tijd, inderdaad.

Paul Arnoldussen en Rudie Kagie, De Nieuwezijds, Herinneringen aan een krantenboulevard. Uitgeverij De Republiek, €19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden