Plus

Joodse klanken uit Westertoren: 'Mineur klinkt goed op beiaard'

Dinsdag is op het carillon van de Westertoren een concert te horen met werken van Mathieu Daniël Polak, gebaseerd op Joodse feestdagen.

Links Boudewijn Zwart (beiaardier), rechts componist en beiaardier Mathieu Daniël Polak Beeld Erik Voermans

Als pianostudent kreeg Mathieu Daniël Polak van Jaap Zwart, zijn muziektheoriedocent op de beiaardschool in Amersfoort, de vraag 'of hij zin had eens mee te gaan naar de toren'. De toren - daar stond het carillon. Het was een lange klim. "Die beklimming was meteen al een avontuur, want ik realiseerde me dat ik ergens zou belanden waar een ander nooit komt," zegt Polak.

Wat hij daar hoorde en zag sprak meteen tot zijn verbeelding. En zo werd de eerste impuls gegeven aan wat nu, naast componeren en lesgeven, een belangrijke rol in zijn leven speelt.

"In de pianowereld zit je vast aan het pianorepertoire. Iedereen zou nogal opkijken wanneer je een bewerking van Lente uit Vivaldi's Vier jaargetijden op het programma zou zetten. Maar op beiaard is dat helemaal geen probleem. Daar kun je álles op spelen zonder dat iemand zijn wenkbrauwen begint te fronsen."

Afstandelijk
De klank van de klokken vond hij aanvankelijk 'wat afstandelijk', vergeleken bij de piano. "Ik vond sowieso alles minder dan de piano, als student. Maar naarmate je vordert, je beter leert luisteren en je je meer verdiept, corrigeer je dat vanzelf. Maar het gevoel voor de klokkenklank kwam pas later. Dat kwam voort uit verdere verdieping, toen ik projecten ondernam als December Bells, waarbij ik Joodse muziek en christelijke kerstliedjes trachtte samen te brengen, of Japanese Bells."

"Die Japanse muziek bleek vanwege de pentatoniek trouwens erg goed te klinken op carillons, net als kerktoonsoorten, zigeunertoonladders en de bluesladder, allemaal vanwege die kleine terts, het mineur dat ook in Joodse muziek dominant is. Met chromatiek moet je voorzichtiger zijn."

"Het grappige is dat klassieke stukken door de beiaard worden geatonaliseerd, terwijl atonale muziek helemaal niet vreemd klinkt, omdat het overkomt als iets bekends, namelijk gebeier."

"Zijn eigen stukken voor carillon zou Polak als 'niet bijzonder modern' omschrijven. "Ik ben veel bezig geweest met liederen en die zijn geënt op meezingbare melodieën. In mijn instrumentale werk zit ik meer op het spoor van minimalisme. In het project Chag Sameach, wat Hebreeuws is voor 'fijne feestdag', komen die twee polen vaak samen, naar mijn gevoel."

Gevaarlijke bezigheid
"Weet je wat het is? Grote componisten kun je vaak al na een paar maten herkennen en daar ben ik soms jaloers op, omdat mijn stukken allemaal anders zijn. En als componist kun je niet altijd de noten kiezen die je zelf het mooist vindt omdat je weet, of vermoedt, dat die op die manier al eens eerder zijn gebruikt."

"Dat maakt veel naar muziek van anderen luisteren tot een gevaarlijke bezigheid. Op de beiaard heb ik mijn klankwereld gevonden in gebeier, in het luiden van klokken en je kunt met zeven klokken al snel een mooie soundscape maken."

"Maar dan komt het project Chag Sameach en dan wil je die wereld hechten aan Joodse muziek. Daarbij ontkom je niet aan die melodieën en dat kan tot een conflict leiden, want ik wil het gevoel houden dat ik het zelf ben die de stukken heeft gecomponeerd. Dat is een ontdekkingsreis, zowel voor mij als de luisteraar. Ik heb inmiddels dertig stukken voor beiaard geschreven, waarvan Boudewijn Zwart er op het carillon van de Westertoren achttien gaat spelen."

De gedachte was Joodse melodieën te analyseren die te integreren in zijn eigen minimalistische stijl. "Daarbij zoek ik niet de grenzen op, want ik wil graag dat de stukken ook nog door anderen worden gespeeld. De muziek moet gebruikt kunnen worden bij gepaste gelegenheden, zoals 4 mei, of in thematische programma's. Ook technisch moet het allemaal na vijf keer doorspelen concertklaar uitvoerbaar zijn. Dat is de realiteit van de beiaardier."

Stokkenklavier
Polak componeert zijn beiaardstukken aan de piano. Níet aan het stokkenklavier dat hij thuis heeft staan, waarmee hij kan controleren of alles op het carillon speelbaar is. "Op het stokkenklavier ga je vanzelf dingen bedenken die lekker spelen. Maar dan is de muziek niet het primaat, dus daarom de piano."

Om te horen hoe wat hij heeft bedacht daadwerkelijk zal klinken, moet hij de deur uit, de trap van de kerk op, de toren in. "Aan de piano kun je zorgen dat het goede muziek wordt, maar dat kan soms in de toren enorm tegenvallen. En dat kan dan weer afhankelijk zijn van dat specifieke carillon. Op een andere beiaard kan het fantastisch klinken. Ja, het beiaardvak blijft vol verrassingen!"

Chag Sameach van Mathieu Daniël Polak, door Boudewijn Zwart, Westertoren, dinsdag 7 mei om 19.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.