Plus

Jongeren bouwen met succes hun eigen feestje in musea

Op vrijdagavond is alles anders in het Van Gogh en het Stedelijk: de gemiddelde leeftijd van het publiek ligt jaren lager dan normaal, de sfeer is lekker los.

Vincent op Vrijdag in het Van Gogh Beeld Claudia Crobatia

Jongens met petjes op, meisjes met bontkragen. Normaal is dit niet het publiek dat snel het museum weet te vinden. Maar nu staan ze schouder aan schouder, een biertje in de hand, mee te dansen op de hiphop die gedraaid wordt in het Stedelijk Museum.

Gemêleerd publiek
Elke vrijdagavond worden daar activiteiten georganiseerd voor jongeren tussen de vijftien en negentien jaar door de Blik­openers, een groep jongeren in dienst van het Stedelijk Museum die leeftijdsgenoten naar het museum moeten zien te trekken. "Het is een groot succes. Deze hiphopavond is helemaal uitverkocht. Er zijn meer dan tweehonderd jongeren," zegt Marie-José Raven van het Stedelijk. "Er komt een gemêleerd publiek op af, ook jongeren die normaal niet zo snel in musea komen."

Niet alleen in het Stedelijk Museum zijn de vrijdagavonden populair, ook in het Van Gogh Museum bezoeken veel jongeren de activiteiten bij Vincent op Vrijdag. Roos Wijnen organiseert deze avonden. "Het idee was bezoekers tekeningen te laten maken. In een zaal konden ze op de grond gaan zitten, teken­spullen pakken en aan de slag gaan."

Creatief en interactief
De ­avonden in het Van Gogh zijn bedoeld voor jonge Amsterdammers tussen de achttien en dertig jaar oud. "Ik wist niet zeker of deze groep wel zin had om op de grond te zitten kleuren, maar er zijn in totaal achthonderd tekeningen gemaakt. Deze groep is erg creatief en wil dus graag interactief bezig zijn," zegt Wijnen.

Ook in het Stedelijk Museum merken ze dat jongeren interesse hebben in de workshops. "De jongeren konden T-shirts beschilderen, en na een uur waren de shirt al op. We hadden niet verwacht dat zo veel mensen dit wilden doen," aldus Raven.

De kracht ligt volgens beide musea bij het team dat de manifestaties organiseert. De Blikopeners van het Stedelijk nodigen jongeren uit hun eigen netwerk uit. "Wij delen een evenement altijd op Facebook en andere sociale media. Onze vrienden zien dan op hun tijdlijn dat er iets te doen is hier. We weten ook wat onze vrienden leuk vinden, daarom is het zo een succes," zegt Abel Levie (16). "En voor ons is het ook leuk. Wij hebben tijd om met onze vrienden te praten en iets met ze te drinken."

Gat tussen groepen
Ook in het Van Gogh worden de avonden georganiseerd door mensen die zelf in de doelgroep vallen. "Daardoor kunnen we vanuit onze eigen interesse programma's maken voor jonge Amsterdammers," zegt Wijnen.
Zo krijgen beide musea op vrijdagavonden een doelgroep over de vloer die anders niet zo snel in een museum komt. Wijnen: "Vaak zijn er bij musea programma's voor kinderen en voor families. Er zit een gat tussen die groepen. Op dit moment zijn musea bezig dat gat te dichten. Deze doelgroep heeft behoefte aan duiding."

"Wij vertalen vroeg-modernistische kunst naar een hedendaagse context. Een deel van de brieven die Vincent van Gogh schreef, gaat over de band met zijn broer Theo. Deze brieven hebben ons geïnspireerd om met het thema broederschap te werken."

Praten over orgasmes
Bij de Vincent op Vrijdag in februari, die in het teken stond van de tentoonstelling Lichte ­Zeden over de prostitutie in de Franse kunst, werd jongeren gevraagd voor de camera te vertellen wat ze van bepaalde kwesties vinden. "Zoals het faken van een orgasme en het sturen van naaktfoto's. Ook hier deden veel jongeren aan mee, maar dit komt ook een klein beetje omdat er gedronken mag worden en mensen daardoor losser worden."

Huh, alcohol en jongeren? Het Van Gogh Museum controleert aan de bar de identiteitskaarten. "En we hebben de regel dat in de museumzalen niet wordt gedronken. Daar houden de deelnemers zich goed aan en het komt ook niet voor dat ze dronken worden. Iedereen gedraagt zich altijd goed."
"Het is best gek, want er worden op een avond echt veel biertjes en cocktails gedronken, maar niemand gaat over zijn of haar grens heen," stelt Wijnen. "Mensen weten dat ze in een museum zijn en gedragen zich daar naar. De vrijdagavonden zijn om tien uur afgelopen. Daarna kunnen ze in de stad verder feesten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden