PlusAchtergrond

Joel Coen leent voor The Tragedy of Macbeth van al zijn beroemde voorgangers en zet dat naar zijn hand

Met The Tragedy of Macbeth, vanaf vrijdag te zien op Apple TV+, schaart Joel Coen zich in een lange en illustere rij filmmakers die het werk van William Shakespeare onder handen namen.

Joost Broeren-Huitenga
The Tragedy of Macbeth. Beeld Courtesy of Apple
The Tragedy of Macbeth.Beeld Courtesy of Apple

Wat bezielt Joel Coen (1954) om Macbeth te verfilmen? Met zijn broer Ethan (1957) behoort Coen tot de meest gevierde Amerikaanse filmmakers, alom geroemd om hun uit duizenden herkenbare stijl. Sinds hun debuut Blood Simple uit 1984 bouwden de broers een oeuvre vol originele en eigengereide verhalen.

Dus waarom kiest Joel Coen ervoor om, nu hij voor het eerst een film maakt zonder broer Ethan, een stuk van William Shakespeare onder handen te nemen, de meest verfilmde auteur aller tijden? En waarom uitgerekend Macbeth, een van Shakespeares meest verfilmde stukken? Nog geen acht jaar geleden verscheen er nog een grote verfilming van (met Michael Fassbender in de titelrol), en het werd eerder onder handen genomen door gevierde regisseurs als Orson Welles (Macbeth, 1948), Akira Kurosawa (Throne of Blood, 1957) en Roman Polanski (The Tragedy of Macbeth, 1971).

Gestage stroom

In het Guinness Book of World Records staat Shakespeare officieel vermeld als de meest verfilmde schrijver ooit. Bij de laatste update uit 2016 vermeldde het lemma 1121 (televisie)films. Op filmdatabase Imdb staat de teller van films gebaseerd op Shakespeares werken inmiddels op 1645. Ongetwijfeld zijn beide cijfers flink opgeblazen met directe registraties van theateropvoeringen, maar dan nog.

Al direct in de vroegste jaren van het medium werd Shakespeare op film gezet. Naslagwerken vermelden een versie van Macbeth uit 1898, die niet bewaard is gebleven; de eerste nog bestaande Shakespearefilm is een King John uit 1899. Net iets meer dan een minuut lang toont het, zoals veel filmpjes destijds, slechts één scène uit een succesvolle theaterversie uit die tijd.

Toen films vervolgens langer werden, bleef Shakespeare een betrouwbare bron – dat zijn werken beroemd én copyrightvrij waren, was mooi meegenomen. De gestage stroom films werd groter toen film er vanaf de jaren twintig geluid bij kreeg, en zwol nog verder aan met de komst van televisie in de jaren veertig. Het nieuwe medium had, net als film in zijn vroege jaren, zijn respectabiliteit te bewijzen. En er waren pieken rond Shakespeares eeuwfeesten – de vieringen van zijn 300ste en 400ste sterfdag in 1916 en 2016, zijn 400ste verjaardag in 1964.

Veruit de meeste van die films zijn ‘directe’ adaptaties, maar veel van de interessantste films zijn juist de films die Shakespeare naar een andere tijd en plaats vertalen. Er is een soort westernversie van Romeo en Julia uit 1912, geplaatst onder de Amerikaanse indianen. De koningsdrama’s werden veelvuldig verplaatst naar het misdaadmilieu – met Macbeth als New Yorkse gangster (Joe Macbeth, 1955) of drugsdealer in een Britse achterstandswijk (Macbeth on the Estate, 1997). De vele bewerkingen tot tiener-romcoms die in de jaren 2000 plotseling in de mode kwamen. Of Richard III met Ian McKellen uit 1995, die speelt in een fascistische versie van het Londen van de jaren dertig.

Nalatenschap

Waarom Coen voor Macbeth koos, en waarom precies nu, weet alleen hijzelf. Veel meer dan dat het verfilmen van het stuk een lang gekoesterde wens was, heeft hij er in interviews niet over losgelaten.

Frances McDormand in The Tragedy of Macbeth. Beeld Courtesy of Apple
Frances McDormand in The Tragedy of Macbeth.Beeld Courtesy of Apple

Maar speculeren staat vrij. Ten eerste is het verhaal van absolute macht die absoluut corrumpeert vandaag de dag natuurlijk bij uitstek relevant. Bovendien biedt het personage Lady Macbeth een glansrol voor Coens echtgenote Frances McDormand, ook medeproducent van de film; ze was al in vier eerdere films van de broers te zien. En wie weet raakte het verhaal van een man die de leiding grijpt en vervolgens in het reine probeert te komen met zijn nalatenschap ook een persoonlijke snaar, voor de regisseur die op zijn 66ste debuteert als solist.

Coen, filmfanaat der filmfanaten, is zich in ieder geval overduidelijk bewust van al die beroemde voorgangers. Hij leent hun beste elementen en zet ze naar zijn hand – het theatrale expressionisme van Welles, het hardvochtige nihilisme van Polanski. Zo bleek er toch weer iets toe te voegen aan Macbeth, en bewijst Coen opnieuw de zeggingskracht van de inmiddels ruim vierhonderd jaar oude tekst.

The Tragedy of Macbeth is vanaf 14 januari te zien op Apple TV+ en draait later dit jaar in de Nederlandse bioscoop.

Laurence Olivier

Wie het over Shakespeare op film heeft, kan niet om acteur en regisseur Laurence Olivier (1907-1989) heen. Als tienjarig jongetje speelde Olivier de teksten van De Bard al bij het schooltoneel, en die band zou de rest van zijn leven vormen – voornamelijk in het theater, maar ook op film. Zijn speelfilmdebuut met Henry V (1944) is het eerste onbetwiste meesterwerk onder de Shakespearefilms, en ook zijn versies van Hamlet (1948) en Richard III (1955) zijn klassiekers. Slechts enkele jaren voor zijn dood speelde hij nog een memorabele King Lear (1983) voor de Britse televisie.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden