Ten slotte

Joe Cocker (1944-2014): hoe de wildeman een lieve oom werd

Zelf schrijven deed hij niet, maar songs van anderen wist de gisteren overleden Joe Cocker volledig de zijne te maken. Ook de Beatles zelf waren onder de indruk van zijn uitvoering van hun 'With a little help from my friends'.

1970, tijdens de Mad dogs & Englishmentournee. Beeld Linda Wolf/AP

Niemand die hem zo goed kon imiteren als John Belushi. De Amerikaanse komiek liet het in 1976 zien in een aflevering van Saturday Night Live. Joe Cocker was er te gast en zong 'Feelin' alright'. Belushi stond naast hem en maakte, met groot komisch effect, precies dezelfde bewegingen. Ook hij bewoog hortend en stotend als een spasticus, trok zijn gezicht in een rare grimas en speelde afwisselend luchtgitaar en luchtpiano.

Uiterlijk was de imitatie perfect, muzikaal niet. Belushi kon best zingen, maar zo'n rauw en raspend geluid als dat van Joe Cocker wist hij niet te produceren. Dat kon alleen Cocker zelf. De Engelsman had een zo ongepolijst stemgeluid dat je je bij optredens afvroeg hoe hij na afloop nog zou kunnen praten, zo veel had hij van zijn keel gevraagd.

Hoe komt een zanger aan zo'n geluid? Het was Cocker, die ter wereld kwam en opgroeide in de Noord-­Engelse industriestad Sheffield, deels aangeboren. Flink roken en drinken deden de rest. Daar heeft hij een hoge prijs voor moeten betalen. Een groot deel van zijn leven was Joe Cocker zwaar verslaafd aan alcohol en gisteren overleed hij, zeventig jaar oud, aan longkanker.

Leerlingloodgieter
Zijn signature song was 'With a little help from my friends', een in 1968 gemaakte cover van een nummer van The Beatles. Bij hen werd het, nogal matigjes, gezongen door Ringo Starr. Bij Cocker werd het een dampende, kolkende soulsong, waarin hij zijn hele ziel en zaligheid legde. Bij optredens deed hij er nog een schepje bovenop door het nummer te voorzien van een als een oerschreeuw klinkende uithaal.

Niemand die onbewogen bleef bij Cockers uitvoering van 'With a little help'. Ook de Beatles zelf niet, die Cockers versie beschouwden als de beste cover ooit gemaakt van hun werk. Cocker raakte bevriend met de Beatles, die hem in hun nadagen soms nieuw materiaal lieten horen voordat ze het zelf hadden opgenomen.

Zo kon het gebeuren dat Cocker het nummer 'She came in through the bath­room window' eerder uitbracht dan de Beatles zelf. Ook het door Geor­ge Harrison geschreven Something coverde hij. Eerder, in 1964, helemaal aan het begin van zijn carrière, had Cocker ook al eens een song van The Beatles op de plaat gezet. Maar zijn versie van 'I'll cry instead', die hij zelf overigens verafschuwde, flopte toen volledig. Cocker combineerde in die beginjaren de muziek met een baan als leerlingloodgieter.

Oerschreeuw
De Amerikaanse soulzanger Ray Charles was zijn grote voorbeeld, maar ook hield hij veel van rock-'n-roll en blues. Met het nummer Marjorine proefde de jonge Joe Cocker voor het eerst van het succes. Zijn doorbraak kwam met 'With a little help from my friends'. Eerst thuis in Engeland, toen in Amerika, waar hij het nummer in 1969 zong op Woodstock. In de film die van het festival werd gemaakt, was Cockers optreden, compleet natuurlijk met die oerschreeuw, één van de hoogtepunten.

In Amerika leerde hij Leon Russell kennen, een muzikant, zanger en songschrijver met wie hij een paar jaar innig samenwerkte. Het was Russell die de band samenstelde waarmee Cocker in 1970 door de Verenigde Staten trok: een bont gezelschap van zo'n dertig muzikanten en zangers, dat Mad Dogs & Englishmen werd genoemd, naar een jarendertigliedje van Noël Coward.

Zoals dat toen ging, werden tijdens de tournee excessief veel drugs gebruikt. Maar mooie muziek werd er ook gemaakt: het live-album Mad dogs & Englishmen is volgens velen het beste in Cockers oeuvre. 44 jaar na dato klinken ze nog even opwindend als toen: de covers die Joe Cocker op het album zingt van songs van The Stones, Traffic en Dylan, maar net zo makkelijk ook van Ray Charles, Otis Redding en Sam and Dave.

Vriendelijkheid zelve
Aan zelf schrijven deed hij niet, maar hij wist nummers van anderen volledig de zijne te maken. Met de heroïneverslaving die hij in Amerika had opgedaan, wist Joe Cocker af te rekenenen, maar alcohol bleef een groot probleem. Mede daardoor waren de jaren zeventig Joe Cockers donkere jaren. Hij kwam te laat of zelfs helemaal niet opdagen bij optredens en beledigde soms het publiek.

Een zeldzaam hoogtepunt in die tijd was in 1974 het album 'I can stand a little rain' met Cockers versie van Billy Prestons 'You are so beautiful'. De gevoelig gezongen ballad liep vooruit op het soort muziek waarmee Cocker in de jaren tachtig en negentig het succes hervond. Met het in duet met Jennifer Warnes gezongen 'Up where we belong' (uit de film 'An officer and a gentleman') had hij in 1982 weer een enorme hit.

En nadat hij de drank had afgezworen was hij de vriendelijkheid zelve, een soort lieve, oude oom. Een keiharde werker, die het liefst avond aan avond op het podium stond, werd hij toen ook. Was hij niet aan het toeren, dan trok hij zich terug op zijn afgelegen boerderij in Colorado. Verwijzend naar wildere tijden heette die The Mad Dog Ranch.

2013, op het Montreux Jazz Festival. Beeld Sandro Campardo/EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden