Joan Lommen: ‘Waar mag je op je werk de hele dag strips lezen?’

PlusInterview

Joan Lommen stopt als hoofdredacteur van de Donald Duck: ‘Wie mag er nou de hele dag strips lezen?’

Joan Lommen: ‘Waar mag je op je werk de hele dag strips lezen?’Beeld Pim Ras Fotografie

Hoofdredacteur Joan Lommen neemt afscheid van haar grote liefde: de Donald Duck. Ze maakte het blad diverser en inclusiever. Indiaan Hiawatha verdween en Katrien Duck werd een onafhankelijker vrouw. ‘Ze loopt niet meer de hele dag met een schort om, maar heeft gewoon een baan.’

Na zoveel jaren kijkt Joan Lommen (62) nog altijd begerig om zich heen in haar werkkamer. Als een kind in een snoepwinkel, of in dit geval stripwinkel. De kartonnen Willie Wortel die zijn hoed afneemt. Goofy die zijn duim opsteekt. Het Mickey Mousepoppetje in de kast. Het Duckportret van Vincent van Gogh uit zijn sterfjaar aan de wand. En op haar bureau Donald Duckpockets, albums, de nieuwste uitgave van het weekblad – nog onuitgepakt in cellofaan – een klusjesmaneditie (‘Waar je van opknapt’), een kookboek en een glanzende Duckvariant van de legendarische elpeehoes Abbey Road van The Beatles, niet met George, Paul, Ringo en John, maar met Willie, Donald, Dagobert en Guus. “Dit is de inspirerendste werkomgeving die ik me kan voorstellen,” zegt Lommen, vanachter haar Donald Duckmondkapje. “Waar mag je op je werk de hele dag strips lezen?”

Ze is bijna 63 jaar, gaat over twee maanden met pensioen. Ferdi Felderhof is haar opvolger. Ze studeerde Nederlands en aardrijkskunde en zag op haar 23ste een advertentie voor leerlingredacteur bij Donald Duck. “Werken bij Donald Duck? Als kind kon je dat niet eens verzínnen,” lacht Lommen. Ze werd aangenomen als hertaler (‘strips vanuit het Engels naar het Nederlands’), werd redacteur, chef, adjunct en is sinds 2016 hoofdredacteur. “Ik ben al bijna veertig jaar bezig met humor, kinderen, strips, heel gekke creatieve mensen om me heen. Een droombaan.”

Modern

Na haar pensionering gaat ze genieten van haar vrijheid, kinderen en kleinkinderen. Maar de strips zal ze blijven lezen, in het bijzonder de Donald Duck. Joan Lommen is trots op het moderniseren dat onder haar leiding gestalte heeft gekregen. “Ik wilde het blad futureproof maken. Dat Donald Duck straks ook 100 wordt. Ik begon de redactie plaatjes te laten zien. Van een vogelverschrikker, telefoondraad, vlieger, telefooncel. Denken jullie dat kinderen dit nog snappen? Jarenlang was Donald Duck een heilige wereld. Niet aan te komen, maar je moet wel met de tijd mee. Televisieschermen en telefoons zijn als eerste veranderd. Natuurlijk zit er nog wel eentje in met een draadje: het toestel van Dagobert Duck, want die is nogal zuinig.”

Het taalgebruik is aangepast, circusdieren zijn verdwenen en ook van Hiawatha werd afscheid genomen. “Naar de Indiaanse gemeenschap konden we dat echt niet meer maken. We zijn ook naar de vrouwenrollen gaan kijken. Katrien Duck is niet ineens sympathieker, maar ze is wel onafhankelijker geworden. Ze loopt niet meer de hele dag met een schort om. Ze heeft gewoon een baan.” Ook is Duckstad diverser geworden. “Met eenden, honden en varkens door elkaar voelden we die noodzaak niet zo. Maar we kregen veel brieven van kinderen. Waarom geen gekleurde figuren? En gelijk hebben ze. Dit is een gekleurde samenleving.”

Altijd rampspoed

Ze houdt van het rumoer in Duckstad. En vertaalt dat af en toe naar haar eigen omgeving. “Gisteren had ik bouwvakkers over de vloer. Ik krijg een nieuwe badkamer. Wat gebeurde er? Die jongens raakten de hoofdleiding. Het water spoot eruit. De brandweer moest er zelfs aan te pas komen. Later zaten we aan de koffie. Die gasten vol spijt. ‘Sorry mevrouw.’ Ik zei: ‘Luister, ik werk bij Donald Duck, dit hoort helemaal bij mijn wereld.’ In Duckstad is voortdurend rampspoed.”

In vergelijking met de echte wereld komt het bij de Ducks ‘vrijwel altijd goed’. “Als er een vliegtuig neerstort, zijn er nooit gewonden,” stelt Lommen die meteen aan de vuurwerkramp in Enschede moet denken. “Die was net geweest toen ik in onze Donald Duck een plaatje zag waarop een vuurwerkfabriek was ontploft. Puur toeval, want de tekeningen worden weken, soms maanden, van te voren gemaakt. Het was gelukkig één klein tekeningetje, maar blij waren we natuurlijk niet. En als het het hoofdverhaal was, zou de wereld te klein zijn geweest. En begrijpelijk, maar nogmaals, we werken ver vooruit.”

Charlie Hebdo

Een ander voorbeeld. “Net na de aanslagen op Charlie Hebdo hadden we een cover met de drie neefjes Kwik, Kwek en Kwak. Ze stonden met een rood potlood dat ze hadden geslepen aan de tanden van een konijn. ‘Donald Duck woord van de vrijheid,’ ging meteen rond. Zo was het helemaal niet bedoeld. En nog een toevalligheid: we hadden net een strip over monstertrucks klaarliggen toen het ongeluk in Haaksbergen gebeurde. Die strip ligt nog steeds op de planken.”

Nadat het wereldberoemde eendje voor het eerst was opgedoken in een tekenfilmpje The Wise Little Hen op 9 juni 1934, verscheen hij twee jaar later als strip op de Sunday Pages van de Amerikaanse kranten. Beroemd werd Donald Duck als weekblad, begonnen in 1952. Anderhalf decennium later raakte de kleine Joan al in vervoering van dat eendje in dat matrozenpakje. “Televisie was in opkomst, maar ik was into strips. De Sjors, de Pep, Tina, Asterix en Lucky Luke. De Donald Duck begon ik bij mijn tante te lezen. Als bijlage van de Margriet. Mijn moeder vond de Donald Duck een tikje ordinair. Margriet was vrijzinnig, wij hadden thuis de Libelle, een katholiek blad. Vijf, zes jaar geleden heb ik de cijfers opgevraagd. Wat bleek? De verkoop van Donald Duck blijft in de katholieke gebieden nog steeds achter.”

Veel andere stripbladen zijn ter ziele gegaan, maar het blad Donald Duck viert volgend jaar zijn 70ste verjaardag. Het geheim? “Relevant blijven. Trends volgen, maar niet zetten. Als iedereen een mobieltje heeft, krijgt Donald er ook één. Maar je moet hem niet als eerste een Applewatch geven. Dat pikt de lezer niet. Het blad staat voor humor, maar ook voor veilig. Op het randje, maar er nooit overheen.”

En wees nou eerlijk, glimlacht ze. “Die eend, die pechvogel in dat matrozenpakkie. Die de vrouw van zijn leven maar niet kan krijgen. Die zo hard moet werken voor z’n geld. Zijn huur amper kan betalen, maar wel een rijke oom heeft. Die is toch tijdloos?”

Duckstad is coronavrij

Nergens in de strips en albums van Donald Duck vind je corona. “Toen we in maart vorig jaar geconfronteerd werden met de pandemie, zeiden we tegen elkaar: wat doen we met corona? Nou, niets. Er is geen corona in Duckstad. Het is een fijne, vrolijke wereld. Die ellende willen we niet. Waarom zouden we kinderen daarmee opzadelen? Bovendien was het praktisch niet haalbaar om dat te tekenen. Constant een mondkapje op en 1,5 meter afstand. Ga jij dan maar eens avonturen beleven. Ondoenlijk.”

Donald Duck in cijfers

- 180.000 abonnees
- 25 redactieleden
- 189 deadlines per jaar
- In 23 landen wordt Donald Duck uitgegeven
- 313 nummerbord van Duckatti, de auto van Donald Duck
- Ruim 150 figuren in Donald Duck
- 1952: het eerste weekblad
- Bijna 3600 weekbladen in 69 jaar
- 400 lezersbrieven per week
- 160.500 volgers op Twitter

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden