PlusBoekrecensie

Joan Didion ontstijgt op superieure wijze het gangbare verhaal

De essays en reportages van Joan Didion blijven nog steeds overeind.Beeld REUTERS

‘Ik heb niet alleen altijd moeite gehad om onderscheid te maken tussen wat er echt is gebeurd en wat er had kúnnen gebeuren, maar ik ben er ook nog steeds niet van overtuigd dat dat onderscheid voor wat ik met die herinnering wil van belang is,’ bekent journalist Joan Didion (1934) in het essay Het nut van een notitieboekje (1966). We construeren zelf onze verhalen, is het terugkerende thema in De verhalen die we onszelf vertellen, een selectie van Didions essays door Joost de Vries.

Het nut van een notitieboekje is niet eens het beste essay van de selectie, maar het geeft inzicht in hoe Didion haar verhalen componeerde. Harde journalistiek bedrijven of het verschaffen van een feitenrelaas is nooit haar doel geweest. Haar essays zijn te scharen onder New Journalism: een populaire Amerikaanse stroming in jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, waarbij gebruik werd gemaakt van literaire technieken. De auteur voerde zichzelf (‘ik’) vrijelijk op, speelde met verschillende perspectieven, interne dialogen en dit alles in een zeer persoonlijke stijl.

Zonnebril, cabriolet

De selectie van De Vries valt in drie delen uiteen met chronologische opbouw (1967-2003): Californië, New York en Persoonlijke observaties, afkomstig uit werken als Slouching Towards Bethlehem, The White Album en Where I Was From. Het is een mooie kennismaking met Didion voor wie onbekend is met haar werk. ‘Op de omslagen van haar boeken staat ze steevast zelf, met een zonnebril op, een sigaret in haar hand, tegen een cabriolet geleund – cool as fuck,’ schrijft De Vries in het voorwoord. Net zo cool als haar pen: onomwonden, scherp, een tikkeltje ironisch. Ze heeft een groot gevoel voor humor, maar is ook integer. Hierdoor blijven haar essays en journalistieke reportages uit de jaren 60 en 70 nog steeds overeind. Vermoedelijk omdat Didion – klein, timide, verlegen – de perfecte fly on the wall was in haar jaren als journalist, altijd een beetje op afstand, waardoor ze de tijdgeest goed kon doorzien.

Een fantastisch voorbeeld hiervan is Kruipend naar Betlehem (1967), een fragmentarische – door De Vries de hink-stap-sprong-methode genoemd – reportage over de ‘vermiste kinderen’, oftewel ‘hippies’ in San Francisco. De reportage begint met ironische zwaarmoedigheid: ‘De neergang was niet te stuiten.’

We volgen Didion, zelf op dat moment 32 en eigenlijk te oud voor de hippies: ‘Ik hing er gewoon wat rond en raakte er met wat mensen bevriend.’ Ze ontmoet mensen met onduidelijke politieke idealen die vooral veel blowen en lsd gebruiken, zoals Max en Sharon die naar Afrika en India willen om daar zelf voedsel te verbouwen, ‘wortels en zo’. Haar reportage is vermengd met relevante flarden van songteksten uit die tijd. Didion concludeert: ‘Wat we zagen was een wanhopige poging van een handjevol kinderen, die daartoe bedroevend slecht waren toegerust, om in een sociaal vacuüm een gemeenschap op te bouwen. (..) Ergens tussen 1945 en 1967 hadden we op de een of andere manier verzuimd deze kinderen de spelregels bij te brengen van het spel dat we aan het spelen waren.’

Smoezelig crêpe-de-Chinejasje

In feite waren het, aldus Didion, allemaal mensen die ‘om woorden verlegen zaten’. ‘Zelf geloof ik nog heilig in het idee dat je alleen zelfstandig kunt nadenken als je je eigen taal goed onder de knie hebt,’ merkt ze een tikkeltje hautain op. Daar openbaart zich het ‘ik’; een ietwat conservatieve, nette vrouw. Als ze haar notitieblokje nog eens doorbladert, concludeert ze: ‘Een of andere vrouw in een smoezelig crêpe-de-Chinejasje in een bar in Wilmington interesseert me ook niks. Het gaat me natuurlijk om dat niet in de notitie genoemde meisje in die geblokte zijden jurk. De herinnering aan hoe het was om mij te zijn: dáár gaat het altijd om.’

Ze voert haar ‘ik’ dan wel schijnbaar openhartig op – de wens te scheiden, haar terugkerende paniekaanvallen – maar zoals De Vries scherp observeert: ‘De persoonlijke informatie die ze geeft, komt zo schaars en bovenal zo gestileerd op de pagina’s dat je het niet persoonlijk kunt noemen. Ze blijft mysterieus, de vrouw verborgen achter een enorme zonnebril, ze houdt totale controle over haar verhaal.’ Toch geeft ook dat iets weg over Didion. Wie ze is, laat ze zien aan de hand van wat zij belangrijk vindt.

In haar beroemde essay Sentiment en duiding (1990) over de gruwelijke verkrachting van de Central Parkjogster, draaide het niet om de vraag of de vijf minderjarigen schuldig waren of niet, maar doet Didion verslag van waar de media verslag van deden – en waarvan niet. Ze ontstijgt het gangbare verhaal. Superieur.

Vertaald door Koos Mebius, De Arbeiderspers, €23,50
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden