Schrijvershotel

Jessica Durlacher: ‘Amsterdam is een trommel vol madeleinekoekjes, een tijdmachine’

Jessica Durlacher. Beeld Ireen Wyers/ Ambassade Hotel
Jessica Durlacher.Beeld Ireen Wyers/ Ambassade Hotel

Toen ik onlangs zomaar te gast was in Amsterdam, als schrijver, in het Ambassade Hotel, dat op een van zijn fijnste plekken staat, recht tegenover het voormalig Instituut van Neerlandistiek waar mijn studie ooit begon, verbaasde het me hoe glad en glanzend de stad kon zijn, en hoe vanzelfsprekend ze zich in de vermomming hult die ze waarschijnlijk aan vreemden toont.

Amsterdam is de stad die ik denk ik het beste ken van alle steden waar ik heb gewoond. Ik ben er geboren, bracht er de eerste dertig jaar van mijn leven door. Ik heb er gestudeerd en gewerkt, allerlei eerste keren meegemaakt. Als ik aan de stad denk of er ben, heb ik altijd heimwee – niet naar plekken maar naar momenten of periodes. Amsterdam is een trommel vol madeleinekoekjes, een plattegrond voor betekenisvolle momenten, een tijdmachine. Indertijd zag ik de stad niet meer omdat ik er deel van uitmaakte.

Maar ook nu ik weer elders woon voelt de stad als mijn grond, heimweegrond, al was ik er voor corona nog zo vaak. De tijd breekt herinneringen op maar plakt ze soms ook aan elkaar.

Tot een paar weken geleden leken de anderhalf jaar die we achter de rug hebben, gemaakt van dezelfde tijd, dezelfde week, hetzelfde uur. Ik kon nog bij elk uur, bij elke gedachte, ik was overal bij geweest.

Allemaal waren we bevangen, introverte mensen geweest zonder veel leven buitenshuis, haatten onze mondkapjes met dezelfde passie, stelden onze wensen elke dag even mismoedig bij, er werd weinig geprikkeld, de genietingen lagen dichtbij huis, we hoefden niet naar zoveel te streven want de kans dat anderen het veel leuker hadden dan wij was even geruststellend als deprimerend klein.

Eén tijd en die heette corona. Weinig dat ons kon opbeuren. Nooit eerder was een lang jaar zo gelijkvormig, het verstrijken van de tijd zo zichtbaar onaangedaan door onze belangrijkheden. We zagen de uren, de dagen, de weken en de maanden verstrijken als nooit ervoor.

Inmiddels lijken we te mogen doorschuiven naar een nieuwe tijd, de poort staat open, ze hebben ons boeltje weer uit de kluis gehaald voor ons, onwennig steken we onze neuzen in de buitenlucht, de geopende winkels, het café en het museum. Het licht doet nog een beetje pijn aan onze ogen, onze sociale spieren zijn wat verslapt en we reageren op het meeste dat ons overkomt met lichte schrik. Zijn we nog wel hetzelfde als ervoor?

Het coronajaar mag ons geheugen tot een klont hebben geperst, het gapende gat tussen de tijd voor de pandemie en nu is juist exponentieel gegroeid. Mijn kledingkast oogt als die van een vreemde. Wie was ik die zulke hoge ongemakkelijke hakken droeg?

Amsterdam (en wijzelf) hebben er een heel nieuw verleden bij, maar ik vraag me wel af of daar ditmaal ook heimwee bij zal horen. Misschien alleen naar het Ambassade Hotel.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt wekelijks een auteur uitgenodigd om tijdens een verblijf in het Ambassade Hotel te beschrijven hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden