PlusInterview

Jeroen van Merwijk is terminaal ziek: ‘Ik begrijp niets van al die bucketlijsten’

Jeroen van Merwijk is een Nederlandse cabaretier, kunstschilder en tekst- en liedschrijver.Beeld Martin Dijkstra/Lumen

Cabaretier Jeroen van Merwijk (65) is terminaal ziek en schreef daar een boek over: Kanker voor beginners. Hoewel hij zich vermoedelijk in de laatste maanden van zijn leven bevindt, is zijn toon luchtig.

Jeroen van Merwijk verschijnt voor een computerscherm in zijn huis in Zuid-Frankrijk. Echtgenote Jeannette heeft de internetverbinding vooraf getest. Nu schuift ze een kookwekker over het tafelblad. Dat zal aftellen tot er een uur voorbij is. Want hoewel Van Merwijk (65) er patent uitziet, kent zijn energie limieten. En hij wil vanmiddag ook nog schilderen.

Sinds Van Merwijk begin dit jaar de diagnose uitgezaaide darmkanker kreeg, wil hij zijn tijd zo prettig mogelijk besteden. Mede daarom koos hij er deze zomer voor een reeks chemo-behandelingen niet te verlengen. De belasting woog niet op tegen het beoogde effect.

In het atelier van zijn tweede huis nabij Toulouse is hij nu dagelijks vijf uur aan het werk. Hij tekent en schildert, maar schrijft nauwelijks meer. De theatermaker die zijn oudejaarsconference 2019 de omineuze titel Was volgend jaar maar vast voorbij meegaf, heeft zijn laatste voorstelling – opnieuw een oudejaars – moeten schrappen. “Ik moest reëel zijn. Het lukt me niet meer om 60 voorstellingen in twee maanden te volbrengen.”

Wel is er nu het boekje Kanker voor beginners, waarin Van Merwijk op opvallend opgewekte toon beschrijft hoe hij tijdens een van z’n laatste voorstellingen in december in De Kleine Komedie pijn onder zijn borstbeen voelt. Het blijkt een tumor op zijn lever. Een uitzaaiing, wijst onderzoek later uit. Het is het begin van een parcours langs ziekenhuizen en kankercentra dat eindigt op het Franse platteland. En met de diagnose ‘uitbehandeld.’

Hoe gaat het nu met u?

“Ik heb niet zo’n goede tijd nu. Ik voel dat de kanker toch wel z’n werk doet. Ik slaap minder, heb gewoon pijn, vooral aan mijn lever. Daarvan lig ik ’s nachts wakker. Maar geestelijk voel ik me nog steeds heel goed. Ik ga zometeen weer lekker aan het werk.”

U beschrijft uw ziekte in Kanker voor beginners op luchtige toon. Waarom die keuze?

“Als je het woord kanker hoort, schiet iedereen altijd meteen in de paniekstand. Alsof de wereld vergaat. Dat gevoel had ik dus helemaal niet, toen ik het hoorde. Ik heb juist heel veel aan die kanker gehad. Ik wil niet zeggen dat ik die kanker niet had willen missen…hoewel, in zekere zin klopt dat wel. Je merkt hoe lief mensen met je bezig zijn. Ze vertellen je dingen die ze vroeger nooit tegen je zeiden. En daarbij komt nog dat je als patiënt terechtkomt in allerlei nieuwe situaties, die – het ziekenhuis is net het echte leven – een zekere komische waarde hebben.”

Het klinkt bijna alsof u van de medische molen hebt genoten.

“Dat is een groot woord, maar ik heb altijd een antenne voor het absurde gehad. Die wordt fijn benut nu. Er valt heel veel te lachen als kankerpatiënt. Natuurlijk is het ook tragisch dat je te horen krijgt dat je doodgaat. Maar dat geldt toch vooral als je jong bent. Op mijn leeftijd heb je het grootste deel van je leven wel gehad. Je hebt je kunnen ontplooien.”

U schrijft: ‘Ik ben gelukkiger dan ik in jaren ben geweest.’

“Dat is echt zo, ja. Ik hoef niet meer op te treden, hoef geen geld meer te verdienen. Die stress is weg. Het rare is dat juist nu mensen allemaal schilderijen en vazen van me willen. Er wordt zelfs gewerkt aan een overzichtstentoonstelling.”

Wat vindt u daarvan?

“Het is een gedeelte ramptoerisme, laten we eerlijk wezen. Ik denk dat die theaters ook vol waren gelopen. Mensen willen zien hoe een kankerpatiënt eruitziet. Had ik niet erg gevonden. Ik had er grappen over kunnen maken.”

Er spreekt zelfs opluchting uit uw beschrijving van het moment dat u uw diagnose hoort.

“Ik heb het leven altijd als iets zwaars ervaren. Dan is het niet erg als die last van je wordt afgenomen. Ik zie er geen probleem in dat het leven eindigt, hoewel ik heel goed snap dat niet iedereen er zo tegenaan kijkt.”

Ik vermoed dat bij velen de doodsangst al die mooie momenten overschaduwt.

“En dat begrijp ik ook best, hoor. Maar dat is denk ik niet nodig. Ik ben niet bang om dood te gaan. Ik sta niet te trappelen, maar de dood hoort net zo bij het leven als je grijze haren en je blauwe ogen.”

Je hoort mensen in deze situaties soms zeggen: ‘Ik had nog zó veel willen doen.’

“Maar dat heb ik dus ook niet. Ik begrijp niets van al die bucketlijsten. Snap totaal niet wat het voordeel is om nu nog bovenop de Andes te klimmen of door een oerwoud te trekken.’’

Het zou ook kunnen zijn dat u denkt: ik had mijn beste werk nog niet gemaakt.

“Natuurlijk: de lol van het kunstenaarschap is elke dag te geloven dat je je beste werk kunt maken. Maar ik heb dat inmiddels wel gedaan. Ik heb het kunstenaarschap altijd gezien als een tocht in een sloepje dat water maakt en dreigt te zinken. Mijn manier om water uit dat bootje te krijgen is het maken van liedjes of schilderijen. Maar ondanks al dat werk is de zee aan het eind van je leven nog net zo woelig en blijft dat bootje lek.”

Dat klinkt ook enigszins zinloos.

“Sisyfusarbeid, ja. Kijk naar Picasso. Die bleef tot op zijn sterfbed werken. Hij wist ook wel dat hij geen Guernica meer zou maken, maar dat hoeft ook niet. Het gaat om de noodzaak.”

Die voelt u nu vooral voor het schilderen?

“Ik heb gemerkt dat ik met liedjes schrijven moeiteloos heb kunnen ophouden. Een liedje bestaat ook pas als je het voor mensen gaat zingen. Dat zie ik er niet meer van komen. Ik heb nu eigenlijk het leven waarop ik hoopte toen ik van de kunstacademie kwam: alleen maar schilderen. Maar ja, daar kon ik niet van leven.”

Als u er wel van had kunnen bestaan, hadden we de cabaretier Van Merwijk niet gekend.

“Dat denk ik niet, nee. Hoewel: het schrijven van een liedje, het pielen aan zo’n tekst, is een genot. Sommige collega’s vinden optreden het leukst, bij mij is dat precies andersom. Na een keer of twintig zingen had ik het altijd wel gehad. Maar ja, dan moest ik nog door.”

Toch wilde u het podium nog een keer op.

“Ik had me ontzettend verheugd op het spelen met die kanker. Want als je kanker hebt, ben je zielig en kun je veel meer zeggen. Ik zou beginnen over de teleurstelling van mensen dat ik er momenteel nog zo goed uitzie. Die opening was heerlijk geweest: ‘Sorry, dames en heren, dat ik niet in een rolstoel opkom. Ik begrijp dat sommigen hadden gehoopt er getuige van te zijn dat ik vanavond live het loodje zou leggen.’ Ik heb als cabaretier altijd graag de grenzen opgezocht, maar dat kan met kanker nog veel beter.”

Het zou een oudejaarsconference worden. Wat had u willen zeggen over het jaar?

“Ik zou corona niet noemen, denk ik. Lijkt me een mooie uitdaging. Maar goed, de theaters zitten op slot. Ik hoorde collega’s zeggen: ‘Het is lastig spelen voor dertig man.’ Dat weet ik al, want bij mij zaten er ook zonder corona soms maar dertig. Best te doen, als ze naast elkaar mogen zitten. Cabaret is contactsport en die kan nu niet worden gespeeld.”

Hoe denkt u eigenlijk dat het kwam dat er soms maar dertig man kwam kijken?

“Doordat mijn shows nooit op televisie zijn geweest. Bij de Vara heerste het volkomen onbegrijpelijke misverstand dat liedjes een zapmoment zijn. Ja, veel liedjes zijn dat inderdaad, omdat het kutliedjes zijn. Maar goede liedjes, en die maak ik, zijn de sterkste vorm die er bestaat. Misschien lag het ook aan mijn bonkigheid. Heeft mijn collega André Manuel ook last van. Krankzinnig dat die nooit op tv komt. Dat is tenminste een echte cabaretier. Daar zit je je af en toe kapot aan te ergeren.”

Dat moet?

“Tuurlijk! Daar gaat het juist om! Je moet zeggen wat de mensen niet willen horen. Je maakt een grap. Oké, dat is dan een grap. Maar het wordt leuk als je zout in de wond gaat wrijven, jennen. Dat vindt het publiek minder prettig. Maar ik hoef ook niet te worden toegejuicht. Het gaat erom de pijngrens in de samenleving op te rekken.”

De cabaretier moet ook een lul kunnen zijn, zei u eerder.

“Ja, bij een aardige cabaretier kan ik me niets voorstellen. Daarom zijn veel cabaretiers ook geen cabaretiers, maar entertainers. Dat beroep wil ik niet bagatelliseren, maar het is echt iets anders.”

Bent u wel tevreden over wat u op uw manier heeft bereikt?

“Ja, ik heb mijn plek gevonden. Aan de rand. Maar zonder volle zalen was het soms lastig om het financieel vol te houden.”

In het boek beschrijft u een nachtelijk gesprek met uw echtgenote. Op haar aandringen concludeert u dat u vanaf dan met meer voldoening op uw leven terugkijkt.

“Dat was een belangrijk besluit, ja. Door een ziekte als deze word je eenvoudigweg gedwongen de eindafrekening op te maken. Ik ben altijd nogal goed in zelfhaat geweest. Da’s leuk en aardig, maar je kunt er ook in doorslaan. Dat gedrag probeer ik te veranderen. Er mag ook trots en blijheid bij. Wat ik heb gedaan is toch niet helemaal niets geweest.”

“Ook in mijn persoonlijk leven kregen mensen wel een beetje genoeg van Van Merwijk met z’n grote bek en z’n betweterigheid. Die houding hoorde een beetje bij mijn vak. De mensen om me heen werden een soort proeftuin. Dat snapten ze niet altijd.”

Maar diep vanbinnen bent u eigenlijk een lieve man?

“Je wordt door die kanker absoluut liever, ja. Omdat je ook veel meer zachtheid ervaart, ga je die ook teruggeven. Dat is eigenlijk veel beter, had ik veel eerder moeten doen. Gewoon zeggen dat iemand belangrijk voor je is geweest. Dat is heel fijn. Eigenlijk kan ik iedereen een goeie kanker aanraden. Pfoe, dat zou een goede gedachte onder een cabaretvoorstelling zijn trouwens.”

Wie wil reageren op het verhaal van Jeroen van Merwijk of op zijn boek (uitg. Thomas Rap, €19,99), kan dat doen via kankervoorbeginners@thomasrap.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden