Plus

Jeroen Henneman: 'Ik ben elke dag wel ergens mee aan het prutsen'

Nieuwsgierigheid en discipline. Veel meer heb je niet nodig, vindt Jeroen Henneman (74). De kunstenaar is altijd iets aan het maken. 'Aan het einde van de dag constateer ik soms: nee, het werkt niet. Heb ik wel een hartstikke leuke dag gehad.'

Jeroen Henneman: 'Van mijn talent als kunstenaar weet ik niets, wel van mijn nieuwsgierigheid en discipline' Beeld Friso Keuris

Jeroen Henneman opent de voordeur van zijn huis aan het Vondelpark niet met 'Hallo' of 'Kom binnen' maar met 'Voilà!', gevolgd door de mededeling dat we snel naar boven moeten omdat hij midden in een boterham zit.

"Mijn zoon Hawick was net bezig eieren te maken en vroeg of ik ook wilde. Als je kind je zoiets aanbiedt, kun je dat niet afslaan."

In de nauwsluitende lift, die zijn vrouw Caroline Krouwels en hij hebben laten installeren, legt hij uit hoe het huis in elkaar zit. Of beter gezegd: huizen, want het zijn er twee. Henneman gaat zijn roerei eten in wat hij noemt 'de afdeling van mijn vrouw'. Haar huis, waar ook hij veel tijd doorbrengt, heeft een doorgang naar het buurhuis.

Atelier
Daar verhuisde Henneman naartoe in 1978. Hij gebruikt het ook als archief, opslag en atelier. "Als ik lang doorwerk, slaap ik er. Het heeft alles. Toen ik Caroline leerde kennen, 27 jaar geleden, dacht ik: samenwonen kan ik nooit meer. Dan komen er allemaal meubels bij en, nou ja, ik wilde dat compromis niet nog eens.

Beneden had ik gelukkig nog een etage. Die heb ik aan haar verkocht. Maar ja, toen we in 1997 onze zoon kregen, werd dat te klein. Toevallig kwam net dit huis vrij en zodoende. Het is van haar. Ik heb hier officieel niets te maken."

Hij staart naar het balkon, waar een van De Vogels van keramisch gestraald rvs staat, door hem gemaakt in 2008. "Mmm. Die moet nodig weer eens worden schoongespoten."

Als hij klaar is met eten, gaat hij voor naar een kamer op de bovenste verdieping in het andere huis. Onderweg passeren we het ene kunstwerk na het andere, van hemzelf en van vele anderen. "Zoals je ziet ben ik er niet tegen om tussen mijn eigen werk te zitten, maar je moet niet overdrijven."

Meetkundige figuren
Nu en dan wijst hij iets aan. "Lucio Fontana. Willem de Kooning. Ben ik gek op. Dit is een van mijn laatste aanwinsten. Een ets van Donald Judd. Die heeft hij niet veel ­gemaakt. Beeldschoon. Grafiek van Bruce Nauman. Goeie kunstenaar. Robert Mangold. Ellsworth Kelly. Mijn helden verzamel ik hier."

We blijven even staan voor een serie van François Morellet: lichtgrijze vlakken met meetkundige figuren in donkergrijze, zwarte en witte strepen en bogen. "Af en toe zit ik op Twitter. Ik gebruik het als een dagboek, uitsluitend met afbeeldingen."

"Vlak voor Morellets dood, in mei vorig jaar, prees ik een tentoonstelling aan van zijn werk in het museum voor hedendaagse kunst in Val-de-Marne. Ik had een afbeelding van hem gemonteerd in een foto uit de tentoonstelling, alsof hij daar zelf stond te kijken, met de vermelding dat hij die week 90 zou worden. Hij stuurde me persoonlijk een vriendelijk dankbericht. Voor die tweet. Daar was ik blij mee."

Zijn beeldend kunstenaars vaak zo royaal in het erkennen en prijzen van elkaar?
"Er zitten altijd kribbige figuren tussen, maar doorgaans kun je wel zeggen dat wij ­beschaafd met ­elkaar omgaan. Er zijn grote kunstenaars ­geweest die schreven over hoe zielig het is het werk van een ander af te vallen. Marcel Duchamp bijvoorbeeld, en veel eerder al de Italiaanse schilder Francesco Ferrari. Ze hebben gelijk. Laat anderen met rust. Doe het zelf goed. De reden om te zeggen dat een ander er niets van kan, ben je ­natuurlijk zelf."

"Pas op voor het opstapje. Zo, nu zijn we in het archief, rotzooi, televisiekamer, enorme activiteit van opslag. Hier vogel ik als ik niet aan het werk ben in mijn atelier, of bij goed weer in de tuin."

Ik zou nooit meer buiten komen als ik uw huis had.
"Toen ik hierheen verhuisde vanuit een donker pakhuis aan de Oudezijds Achterburgwal, had ik ook dat gevoel. Ik keek uit over het park en dacht: ik ga nooit meer weg. Dat is nu bijna veertig jaar geleden. Het ­Byzantium werd net gebouwd. Het Marriott Hotel heb ik zien verrijzen. Het oude gebouw van het Gemeente-Energiebedrijf was er nog. Met drie fantastische eikenbomen ernaast."

"Het gebouw was nauwelijks weg of ze waaiden bij de eerste middelmatige storm alledrie om, zo over de Stadhouderskade. Ze kregen niet eerder wind van die kant, dus ze hadden daar geen stevige verankering gemaakt in de grond. Zielig. Die enorme boom daar heb ik zien opgroeien. Mijn beeld op het dak van het Belastingkantoor staat erachter. Het Wiel. Vroeger kon ik het zien. Tot het boompje een boom werd."

Maakt u elke dag iets?
"Ja, of ik ben ergens mee aan het prutsen. Knippen, plakken. Van mijn talent als kunstenaar weet ik niets, wel van mijn nieuwsgierigheid en discipline. Daar heb ik controle over. Veel meer heb je niet nodig. Elke ochtend sta ik nieuwsgierig op. Of ik zie meteen iets waarvan ik me voorstel dat je er dit of dat mee kan doen. Dan ga ik naar de winkel en koop wat ik nodig denk te hebben: een magneet, een slinger, een motortje. Aan het einde van de dag constateer ik soms: nee, het werkt niet. Heb ik wel een hartstikke leuke dag gehad."

'Ongenoegen, verdriet, ontgoocheling; het is altijd hetzelfde' Beeld Friso Keuris

Voert u alles uit wat u bedenkt?
"Ik teken het altijd eerst. Dan voer ik het eigenlijk al uit. Vervolgens zegt mijn fantasie of het iets toevoegt als ik het getekende in de werkelijkheid laat bestaan in een driedimensionaal object. Soms is dat kleine tekeningetje sprekend genoeg. Soms voeg ik er een ­dimensie aan toe. En soms kán ik dingen ­gewoon niet in de werkelijkheid zetten omdat wat ik wil technisch niet mogelijk is, of nog niet. Ik heb laden vol tekeningen waarmee ik ooit verder kan. Of niet."

Wat vindt u moeilijk?
"Eenvoud. Lastig, hoor. Met name toen ik kleiner was, jonger, dacht ik vaak: minder ­Jeroen, minder. Ik was vaak te barok, voegde elementen toe die nergens toe dienden, ­gewoon sier. Minimalistisch word je met de jaren, als je streng voor jezelf bent. Met jaren bedoel ik niet leeftijd maar ervaring, al speelt de tijd daar natuurlijk wel een rol in."

Hij staat op om gevulde koeken te pakken. Terwijl hij rommelt in de keukenkastjes gaat zijn telefoon. Als hij weer zit, kijkt hij wie belde. Iemand van zijn voetbalclub, zegt hij, een groep Amsterdamse mannen met wie hij al een vijftigtal jaren bevriend is, al heeft het speelveld zich inmiddels verlegd van de grasmat naar het café.

"Het is nu meer een social club, maar vroeger voetbalden we veel. Ik heb ook nog de Herenclub natuurlijk, zonder balsport. De voetbalclub is een bont gezelschap. Filmers, medici, twee tandartsen, gewone mensen, de koning van de jeu de boules en een geniale Spanjaard."

"Hij regelde altijd dat we een of twee keer per jaar in het buitenland konden spelen. Tegen de advocaten van Orvieto. Of in Frankrijk tegen de veteranen van F.C. Auzon in de Auvergne; een van de weinige wedstrijden die we hebben gewonnen. Naar wedstrijden in het buitenland namen we voor de zekerheid wat vrienden mee die echt konden voetballen."

En nu kunnen jullie het allemaal niet meer?
"Nee. Nou ja, we kunnen het nog wel, maar je moet stoppen want je blessures genezen niet meer. Dat sluipt erin. In het begin gaat het zo: je krijgt een schop, je mankt twee dagen en de volgende wedstrijd speel je weer mee. Tien jaar later krijg je weer eens zo'n schop en moet je de week erna overslaan. Weer tien jaar later krijg je een schop en zit je drie maanden aan de kant. We hebben ook wel gebroken benen gehad. Dan wordt het lastig hoor, doorspelen. Op een goed moment neem je het risico niet meer."

De vriendschap blijft zich vernieuwen, maar de gewrichten laten het afweten.
"Ja, en ik merk nu hoe diep onze band is, want we zijn niet opgehouden elkaar te zien. Ik ervaar zo'n groep als een enorme rijkdom. Toen ik in 1965 in Amsterdam kwam vanuit Antwerpen, kende ik hier niemand. Ja, twee mensen: Gerben Hellinga en Pieter Wartena. Zij zaten toevallig in dat clubje en ik mocht erbij."

"Binnen de voetbalclub zat weer een wandelclub, daar deed ik ook aan mee. Zelf ben ik een schaatser en er was ook jaren een schaatsclub. Elke winter maakten we lange tochten, met een auto of twee naar Heeg in Friesland, schaatsen en dan logeren waar we uitkwamen. Als het kon schaatsten we soms terug naar Amsterdam; de auto's haalden we later weer op."

Grappig dat u zo van de clubjes bent. Is dat een reactie op de dagen alleen in het atelier? Zijn al die met u meewandelende, meevoetballende en meeschaatsende mannen een bevrijding van uzelf?
"Nee zeg, zo erg is het allemaal niet. Het is niet zozeer dat ik van clubjes hou, maar ik heb mensen nodig, andere meningen en gedachten. Wat ik allemaal vind en denk, moet af en toe worden gereguleerd en getoetst. Vroeger deed ik veel toneel: decors maken, regisseren, schrijven. Dat heb ik altijd ervaren als aangenaam, door het samenwerken. Ik hou van alleen zijn, en ik ben het ook veel, maar de gedeelde voorbereiding van een theaterstuk is comfortabel."

"Samenzijn voedt je ook op. Als ik alleen ben, laat ik een wind wanneer ik wil. Dat kan niet als je met andere mensen werkt. Het confronteert je met allerlei fatsoensafspraken die buiten jou om zijn gemaakt om alles in goede banen te leiden. Dat vind ik toch wel een zinnige en leuke gang van zaken."

'Ik ben emotioneel, alleen ben ik niet mededeelzaam daarover, omdat ik heb gemerkt dat dat niet veel helpt' Beeld Friso Keuris

Kwam u pas zo laat in aanraking met die fatsoensafspraken?
"Nee, ik heb als kind natuurlijk een ­opvoeding genoten van mijn ouders, maar voor ik naar Amsterdam kwam, zwierf ik lang alleen rond in het buitenland en daar werd ik een beetje een wildeman van."

De toegang tot België is u ooit voor eeuwig ontzegd. Wat had u uitgespookt?
"Een beetje stoute dingen. Is later allemaal herzien. Waar het me om gaat, is dat ik het in die theatertijd ontroerend prettig vond opgenomen te worden en famille, met de ­absolute zekerheid dat het ook weer overging. Met mijn voetbalteam en de Herenclub is dat anders, die vrienden zijn een wezenlijk onderdeel van mijn dagelijks leven."

Maakt u nog nieuwe vrienden?
"Niet vaak meer. Heel lang komen er nog mensen bij, zeker tot je zestigste. Daarna wordt de frequentie van begrafenissen groter." Hij grinnikt.

"Daar leer je ook nog wel­eens een leuk iemand kennen, maar dat is toch minder. Het heeft niet meer die sappigheid. Je hebt andere uitgangspunten. Vroeger kon ik bevriend raken met iemand omdat hij bijvoorbeeld een ongelooflijke waaghals was en ik wilde zien of ik daar misschien wat van kon leren. Dat gebeurt niet meer."

Hij tikt op zijn monografie Verzameld Werk die naast hem op een tafeltje ligt. "Ik weet dat ik de rijke complexiteit in mijn werk niet oneindig rijker kan maken. Maar ik kan het wel verfijnen. Wat mij altijd zal interesseren is hoe ik als beeldend kunstenaar gebruik kan maken van het misleiden van de hersenen. Zoals in dat werk beneden, met die twee ovalen. Zag je dat hangen?"

Hij bladert door het boek. "Hier. Een wit ovaal geschilderd op een grijze achtergrond. Daaronder een zwart ovaal, precies even groot. Het is niets meer dan twee ovalen op een grijs doek. Maar dat is niet wat je ziet. Jij ziet een gekanteld wit cirkelvormig vlak en zijn schaduw."

Ik zie een zwart gat met een witte dekplaat.
"Kan ook nog. Hoe dan ook, je kunt hoog of laag springen, het is moeilijk te zien dat het twee ovalen zijn, meer niet. Krankzinnig toch, die dictatuur van je hersenen? Zij maken de dienst uit."

Ziet u wel twee ovalen als u beneden komt en uw oog erop valt?
"In een miljoenste seconde zie ik wat het echt is. Dan zeggen ook mijn hersenen: nee hoor, dit schilderij heeft een grotere rijkdom dan alleen twee ovalen. Maar ik kan het wel manipuleren. Ik weet wat ik moet doen om die dictatuur van de hersenen in werking te stellen. Wat minder zwart, iets meer wit toevoegen. Het gaat over minimale kleurverschillen en halve millimeters. Soms is het lang zoeken, maar ineens is er dan balans."

Maakt u kunst om de verwondering in die technische zoektocht?
"Ook wel, ja. Ik vind het prettig, een leven van maken. Mandjes vlechten, die verkoop je, met dat geld koop je lekker eten, en dan vlecht je weer mandjes. Bovendien heb ik de hele tijd een mooie, milde confrontatie met mezelf. Het werk komt wel uit mijn hart en geest. Dat kan teleurstellend zijn, soms bemoedigend."

Hoezeer hangen die teleurstellingen en bemoedigingen samen met wat er gebeurt in uw persoonlijke leven, in uw relaties?
"Weet ik niet. Ik vermoed dat het een rol speelt, maar ik zie dat niet duidelijk terug in mijn werk. Alhoewel, laatst heb ik met ­iemand zitten kijken naar alles wat ik heb ­gemaakt, juist om te zien of we uit het werk konden herleiden wat er zich toen in mijn leven afspeelde."

"Een essentie van beeldende kunst is toch dat je als maker een harmonieuze verhouding krijgt met je gedachten. Hoe ga je ermee om? Hoe verbeeld je ze? En hoe verhoudt die verbeelding zich vervolgens tot de buitenwereld die het ook nog eens te zien krijgt? Het is een complex krachtenveld, dat mij een gerieflijk gevoel kan geven."

Jeroen Henneman: 'Mijn werk heeft een gebrek aan zichtbare ernst. Dat vind ik belangrijk' Beeld Friso Keuris

Waar zag u uw leven terug tijdens het ­bekijken van uw werk?
"Ik zag de tijd van de chaotische, zorgelijke, bijna dodelijke nasleep na de geboorte van Hawick, na een zwangerschap van 25 weken, terug in een serie zwart-witte, grote schilderijen van hoofdsteden. Daar was ik in 1991 al mee begonnen. Acht jaar later heb ik hem pas gecomplementeerd. Wat heeft ­Hawick daarmee te maken? Ik denk dat ik op die manier rustig in het atelier in zijn nabijheid steeds hetzelfde kon doen, dat ik een onderwerp verzon om dicht bij hem te blijven."

Zag u ook zoiets na de geboorte van uw eerste kind?
"Vanessa is uit 1968. Dat was zo'n andere tijd. Ik was verblind door daadkracht, zo ontzettend veel aan het werk. Kijk maar in het boek. 1968, '69, '70, achter elkaar. Technische installaties, schilderijen, reliëfs. Niet te geloven wat ik toen allemaal heb gebakken. Ik liep over."

Wat is de gemeenschappelijke noemer in al uw werk van de jaren zestig tot nu?
"Het is helder. En het heeft een gebrek aan zichtbare ernst. Dat vind ik belangrijk. Het moet ernstig zijn, maar ik wil niet dat je dat denkt als je ernaar kijkt. De ernst moet uit beeld. Dat is mijn talent, denk ik."

Hoe vertaalt zich dat terug naar wat er zich in uw hoofd afspeelt?
"De helderheid in mijn hoofd is van een ongelooflijke eenvoud. Ik denk niet veel. Er valt ook niet zoveel te denken, denk ik altijd maar. Ook over emoties en gevoeligheden kan ik heel eenvoudig denken. Niet zo gedetailleerd. Hoe dat in mijn werk komt, is geheimzinnig, maar dat het erin komt, is zeker."

Wat bedoelt u met niet gedetailleerd over emoties?
"Er zijn niet zo veel varianten om bepaalde gevoelige kwesties mee uit te drukken. Ongenoegen, verdriet, ontgoocheling; het is altijd hetzelfde. Ja maar, toen en toen was het wel héél erg, zeggen mensen dan. Ja, denk ik dan, net zo erg als de vorige keer. Dit is een raar onderwerp overigens."

Waarom?
"Omdat alsmaar praten over je emoties weinig zinvol is. Ik ben emotioneel, alleen ben ik niet mededeelzaam daarover, omdat ik heb gemerkt dat dat niet veel helpt. Ja, als iemand je verlaat en je schrikt je dood, is het belangrijk je vrienden de oren van hun kop te lullen, zodat je je eigen verdediging en rechtvaardiging hoort uitspreken. Niet te lang, maar je moet het doen. Daardoor kun je analyseren waar je een punt hebt en waar je onzin uitkraamt. Dat helpt je te genezen, ook voor een volgende keer. Misschien."

"Ik vind het ook nergens voor nodig mijn emoties te zoeken in wat ik maak. Het enige wat mij nu fascineert, is dat wij nog maar net zijn begonnen aan de abstracte kunst. Die bestaat een dikke honderd jaar en we weten er nog betrekkelijk weinig van. Ik denk soms: moet ik niet een beetje opschieten?"

Omdat u ook geen 28 meer bent?
"Nee, omdat er nog zoveel dingen te doen zijn die wellicht iets bijdragen aan het leren kijken naar het abstracte. Kijk, de staande ­tekeningen van metaal of hout waarvan veel mensen mij kennen, zijn een symbiose tussen een tekening en een object, waarbij ik de ruimte tot drager van de lijnen maak en niet het papier. Dat moet ook mogelijk zijn in schilderijen. Daar zoek ik al lang naar. Ik ben in de buurt, maar ik heb het nog niet."

"Het is een ruis in mijn hoofd als ik een wandeling maak door een prachtig landschap, dan kan het me een opgejaagd gevoel geven. Man, ga toch eens naar huis en zoek uit hoe dat zit, denk ik dan. Maar goed, wandelen is ook ­belangrijk."

Wandelt u liever in de stad of in de ­natuur?
"Ik ga graag met Caroline naar vreemde steden, in een prettig hotel zitten en alles ­bezoeken wat zo'n stad heeft. Maar het liefst ben ik op het platteland want ik hou ontzettend van doodstil."

"Afgelopen zomer gingen Max Pam en ik varen in Ierland. We gingen voor anker in een zijtakje van de Shannon, een prachtige rivier. De temperatuur van de lucht was heerlijk en het was ontzettend oorverdovend stil. Niet te geloven. Alsof we in een gesmolten pot goud zaten. Zo fantastisch."

"Het riet wuifde even niet, het water klotste niet tegen de boot. Het enige wat we hoorden was een tikje van een touwtje dat zich schikte of het korte gekraak van een venster dat te strak in de sponning zat. Onbekende, minuscule microgeluidjes die je nieuwsgierigheid opwekken. Ja, dan ben ik wel gelukkig."

'Met name toen ik jonger was, dacht ik vaak: minder Jeroen, minder. Ik was vaak te barok' Beeld -

Jeroen Henneman
17 oktober 1942, Haarlem

1959-1961
Instituut voor Kunstnijverheid

1963
Rijksnormaalschool voor Tee­kenonderwijzers

1964
Rijksakademie van Beeldende Kunsten en Hoger Instituut voor Schone Kunsten (Antwerpen)

1966
Eerste expositie

Werken in de openbare ruimte (selectie):
De Kus (1982) Zuidoost
Het Wiel (1996) Belastingkantoor
De Schreeuw (2006) Oosterpark

2000
Portret van ­koningin Beatrix

2002
Verschijning
Verzameld Werk

Henneman woont in Amsterdam. Hij heeft een zoon met zijn huidige vrouw en een dochter uit een vroegere relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden