Plus

Jenny Arean: 'Ik ben een einzelgänger'

Jenny Arean (74) verheugt zich op de uitreiking van de Blijvend Applaus Prijs, die ze krijgt voor haar kleinkunstcarrière. Ondertussen is ze gewoon op tournee, en houdt ze thuis aan de keukentafel de wereld in de gaten.

Arean: 'Het allerleukste van programma's bedenken is aan de keukentafel zitten met schrijvers, componisten en regisseurs.' Beeld Linda Stulic

De ouderwetse koperen winkelbel van Jenny Arean doet het niet. Toch hoort ze dat er iemand naar binnen wil. Terwijl ik sta te klooien om geluid uit het ding te krijgen, duikt haar markante verschijning op voor het raampje in de deur. De bel doet het wel, zegt ze, maar alleen met grotemannenkracht.

"Dat is maar goed ook want je knalt uit elkaar, zo'n herrie maakt hij."

Arean gaat voor naar de keuken van haar oergezellige huis aan de Lindengracht waar ze 27 jaar geleden kwam wonen, na het uitvliegen van haar enige dochter Myra, die ze kreeg met haar ex-man, acteur Huib Rooymans.

Myra woont nog steeds in de buurt, met ook een dochter. Het meisje zit vlakbij op de basisschool en komt elke week bij haar grootmoeder lunchen. Garnalenkroketjes van Holtkamp vindt ze lekker. Aan de keukentafel. Daar zit Arean het liefst.

"Wat wil je? Koffie, thee? Ik heb noten­rozijnenbolletjes. Net gehaald. O, en ik heb ook meesterlijke kippensoep. Zelfgemaakt. Wil je die? Ja? Goed zo. Maar eerst even thee misschien. En neem een stukje chocoladecake, het staat ervoor."

De veelvuldig geroemde cabaretière, zangeres en actrice rommelt aan het aanrecht, ondertussen praat ze over de kleine tuin waar we op uitkijken, haar 'beeldige postzegel', zoals ze zegt. "In de zomer is hij echt verschrikkelijk prachtig. De tuinman is nu net geweest. Dat doe ik twee keer per jaar, in het voor- en najaar. Vreselijk vind ik het als hij zo kaal wordt. De tuin dus, niet de tuinman."

Ze kijkt naar buiten en slaakt een meisjesachtig gilletje. "Nee, daar is ie weer! Het roodborstje, daar, in de boom! Ach, zo leuk, ik ben gek op hem. Hij komt elke dag sinds alles is omgespit."

"En op zondagochtend zat ik een keer met de krant, Radio 1 aan, de deur open want het was mooi weer, hoor ik ineens klopklopklop. Zit de bonte specht te tikken, daar in de rietmat van de buren. Práchtig, met die kuif. Dat vind ik zo heerlijk hier: aan de voorkant de stad, achter het huis de natuur. Ik ben heel erg van tuinieren."

Terwijl u bepaald niet het leven leidt van een onkruidwiedende pensionada.
"Nee, maar dit kan ik er natuurlijk best bij hebben. Mijn liefde zit erin. En schei eens uit met dat u, zeg."

Jenny Arean (geboortenaam: Johanna Jenneke Josepha Klarenbeek) is op dit moment op tournee met een muzikale cabaretvoorstelling, samen met collega Marijn Brouwers. Haar zoveelste, sinds ze op haar zestiende begon in het ABC-cabaret van Wim Kan.

Brouwers en zij zingen en spelen oude nummers uit haar repertoire, dat inmiddels 55 jaar beslaat, en Ivo de Wijs en George Groot schreven een aantal nieuwe liedjes en duetten. De recensies zijn unaniem lovend. De tour Jenny & Marijn eindigt op 27 maart 2017 in het Concertgebouw.

Toen we belden om een afspraak te maken, was je net de halve nacht op geweest om het tweede debat tussen Clinton en Trump te kijken. Heb je de verkiezingen zo goed gevolgd?
"Ja natuurlijk. Het is een ramp dat Trump heeft gewonnen. Heb je de documentaire van Michael Moore gezien? Over wat Amerika kan leren van een aantal Europese landen. Moet je terugkijken. Ik heb er nog wat over uitgeknipt. Ja, ik ben een uitknipper. Om het later weer weg te gooien, slaat allemaal helemaal nergens op."

"Hier heb ik het. Over de enige bank in IJsland die overeind bleef in de bankencrisis. Hij werd geleid door alleen vrouwen. Michael Moore interviewde een van hen. De strategie van die vrouwen was: als we het niet snappen, kopen we het niet. Slim hè? Er was trouwens ook nog een optreden van Michael Moore op televisie. Het was in een theater ergens in Ohio of zo. Dat moet je ook terugkijken. Ik zal in de gids opzoeken wanneer het was."

Ze verdwijnt naar de woonkamer en komt terug met een VPRO-gids vol rode strepen. "Kijk, ik ben ook een aanstreper. Doe ik mijn leven lang al. Ook als ik er niet ben, streep ik aan wat ik eventueel had willen zien als ik wel thuis was geweest. Hier, Trumpland. Vijf voor half elf, NPO 3. Terugkijken."

Ze schrijft het op een briefje. "Niet missen. Hij ziet er wel verschrikkelijk uit, met dat puddinghoofd. Hele slappe materialen zeg maar, en een onderkin tot hier. Eigenlijk is het een soort vreemde, dikke, oude vrouw.|

"Hij heeft ook klisknieën. Dat is een bedenksel van pianist Henk van Dijk. Zo'n goed woord vond ik dat altijd. Voor vrouwen bij wie de benen aan de bovenkant tegen elkaar staan en de onderbenen dan zo, naar buiten. Als ze lopen, strijken hun kousen langs elkaar: klis, klis, klis." Ze barst in schaterlachen uit. "Nou, dat heeft Michael Moore dus. Maar wat er uit die man komt, is om in lijstjes te zetten. Heel fijn."

De gids gaat dicht en er komt een boek op tafel, De wereld van gisteren. "Ken je het? De autobiografie van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig. Hij heeft in de Tweede Wereldoorlog zelfmoord gepleegd, samen met zijn vrouw."

"In dit boek beschrijft hij briljant hoe de wereld en de politiek in elkaar steken en hoe de geschiedenis zich herhaalt. Je mag het lenen. Maar alle omgevouwen hoekjes moet je laten zitten. Het staat ook vol krassen. Dat doe ik met mijn nagel als ik in bed lig te lezen en geen potlood bij de hand heb."

Gebruik je je interesse in de wereldpolitiek ook in je voorstellingen?
Ze trekt een vies gezicht. "Nee, daar vertel ik geestige dingen, zing ik mooie liedjes. Niet alleen maar vrolijkheid hoor, ook melancholie. Ja, en ik laat alles schrijven hè, ik schrijf heel weinig zelf. Nooit gedaan."

Maar je reikt toch wel onderwerpen aan waarover je het wilt hebben?
"Jazeker. Het allerleukste van programma's bedenken is hier aan de keukentafel zitten met schrijvers, componisten en regisseurs. Voedsel en drank erbij, lullen over onszelf en over wat we gelezen en gezien hebben. Dat zijn heerlijke avonden waar veel materiaal uitkomt. "

Je eerste solovoorstelling was Gescheiden Vrouw Op Oorlogspad. Zette die een ontwikkeling in gang?
"Vlak na mijn breuk met Ischa Meijer was dat, in 1985. Ik had alleen de titel. Daar ben ik over gaan praten met de schrijvers. Vervolgens zijn we altijd zo te werk gegaan bij mijn soloprogramma's, omdat ik dacht: ik ga niet eeuwig alleen meedoen in producties van anderen. Dat moest maar eens afgelopen zijn, ik wilde ook zelf voorstellingen maken. De staat waarin ik toen verkeerde, een gescheiden vrouw op oorlogspad, was in zekere zin cruciaal om die beslissing te nemen, ja."

Was je dan zo'n vrouw die van jongs af aan altijd verkering had?
"Nee, nooit. Nou ja, nooit. Ik ging natuurlijk heel jong trouwen met Huib. Toen dat misging, heb ik wel verhoudingen gehad. En Ischa. Dat waren woelige, woeste tijden. Hij wilde per se het toneel op. Hij moest heel veel eieren kwijt. Was geweldig, hoor. Hij was vreemd en bijzonder. En hij schreef erg mooie dingen voor me."

"We hadden het ontzettend leuk, op tournee ook. Als ik iets afkeurde, was hij woest. Maar goed, toen solo. Ischa zei altijd al dat ik het alleen kon en dat iedereen wel voor me zou willen schrijven. Dat was voor mij geen vanzelfsprekendheid."

"Het is van groot belang geweest dat hij dat zei. En hij had gelijk. Ik kon het alleen en men wilde voor me schrijven. Daardoor kreeg ik een ander stempel. Ik ging mijn eigen smaak bepalen. Ja, want wist ik veel, met mijn twee jaar huishoudschool."

Waarom zeg je dat zo geringschattend?
"Nou, ik kijk er niet op neer, maar ik was wel al op mijn vijftiende van school af, terwijl ik graag wilde leren. Bloedjaloers ben ik altijd geweest op kinderen die naar de theaterschool mochten. Smaakbepalende kennis opdoen. Leren spelen. Schrijven. Je kunt het later allemaal wegflikkeren als je wilt, maar de kans krijgen om te ontwikkelen wat er in je zit, is een groot goed."

'Op zich vind ik leven erg prettig, ik lach wat af' Beeld Linda Stulic

Heb je daarom zo'n honger naar kennis, met al dat aanstrepen, omvouwen, uitknippen en krassen?
"Absoluut. Ik vond de huishoudschool zo vernederend. Met dat enge uniform: een schort met je zelfgeborduurde naam erop, zo'n lelijke muts op de hele dag. En dan leren strijken - de ene week met een kolenboutje, de andere week met een elektrisch boutje - en de was doen."

"Eerst de spullen laten weken in een teil, dan wrijven over een bord. Terwijl wij thuis al een wasmachine huurden. Er gebeurde daar niets voor de geest. Ja, we hadden een zangleraar. Die man nam mooie platen mee. Vies eten maken, dat deden we veel. Naoorlogs koken, met blokjes margarine."

"Na twee jaar was het mooi geweest. Ik ben in de huishouding gaan werken, eerst bij vervelende mensen, daarna bij leuke. Op een dag stond ik daar 's ochtends nog de ramen te lappen en deed ik 's middags auditie bij Wim Kan. Daarna ging de wereld open."

En nu, bijna zestig jaar later, krijg je de Blijvend Applaus Prijs.
"Dat is natuurlijk wel iets. Honderd jaar aan het toneel en een soort gezicht hebben bepaald."

Ik vind de naam van de prijs niet zo goed gekozen. Het komt door dat woord blijvend. Dat heeft iets als: die is nu zo oud, daar blijven we gewoon voor klappen tot ze neervalt, wat ze ook doet.
"Zo zie ik het niet. Het is een eervolle oeuvreprijs, het gaat om wat je hebt gedaan. Ja, je bent ineens stokoud, dat wel. Maar goed, ik ben 74, dat is ook oud. En niemand doet meer wat ik doe: muzikaal cabaret maken. Zo, nu wil je wel kippensoep, denk ik."

Ze staat weer op en warmt in een steelpannetje soep op die ze schept uit een grote pan op het fornuis.

Vind je het vervelend als ik iets vraag over de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde waarvan je lid bent?
Ze draait zich abrupt om. "Nou ja, zeg. Je bent al de tweede in een week die daarover begint. Van de week ook al een schouwburgdirecteur. Komt door die prijs, denk ik. Blijvend applaus, onderweg naar het einde."

Ze grinnikt. "Het is niks nieuws, hoor. Ik wil het al zo sinds die stichting bestaat. De huidige discussie over een voltooid leven zet mij niet opnieuw aan het denken. Nu moet er weer hulp bij, geloof ik hè? Een begeleider. Dat is natuurlijk volstrekt niet de bedoeling. Een beetje zo'n vreemd begripvol mens aan mijn bed. Ga weg, zeg. Ik wil het in mijn eentje kunnen regelen, met die Drionpil, die er niet is maar die ze heus wel kunnen maken."

Heb je al iemand verloren aan een vrijwillig levenseinde?
"Een bevriende collega heeft het net gedaan. Hij was 73 en nog puik, maar hij had een tia gehad, zijn ogen deden het steeds slechter en zijn vriend was overleden na 48 jaar samen. Wanneer het goed geweest is,
bepaal je zelf. Daar zijn mensen prima toe in staat, ook al weet je niet van tevoren hoe je water bij je wijn gooit."

"Een oud-actrice die je niet bij naam mag noemen, had de middelen al jaren voor haar dood in huis. Ze heeft ze nooit genomen en is uiteindelijk op natuurlijke wijze gestorven."

"Waarmee ik wil zeggen: die rare angst voor de Drionpil is totaal onzinnig. Je krijgt heus niet ineens massaal een golf van zelfdodingen onder 75-plussers. De menselijke overlevingsdrang is krankzinnig groot en het verleggen van grenzen in wat we kunnen verdragen is ook menselijk. Wacht, even die zin opzoeken die zijn bovenbuurman me mailde."

Ze buigt zich naar de computer, die op een klein, overvol bureau achter de keukentafel staat.

"Die zin is geeeeeeestig. Waar is mijn bril? O ja, dit is hem: 'Af en toe releveren wij nog de tekst van een goede vriendin van hem die op de aankondiging van zijn onomkeerbare besluit reageerde met de woorden: O, mag ik dan je gordijnen hebben?' Ik lachte er eerst hartelijk om, maar in tweede instantie moest ik er toch over nadenken. Kan iemand zich zo'n opmerking permitteren omdat hij heel dicht bij iemand staat of is het nou oeverloos cynisme?"

"Zijn uitvaart was er een met veel ontroering en heel veel lachen. Om meesterlijke filmpjes die zijn vriend en hij hadden gemaakt. Eentje in een raar Spaans cowboydorp met een sneu dierentuintje, waar ik ook nog eens ben geweest met Myra. Ja, het was een man die nooit het kind in zichzelf is kwijtgeraakt. Dat zijn de leuksten."

Jij hebt dat ook, vind ik.
"Dat is fijn om te horen. Ik heb het ook hartstikke leuk. Niet dat ik de hele dag vrolijk rondspring, dat zou doodgriezelig zijn, maar op zich vind ik leven erg prettig. Ik lach wat af."

Maak je je weinig zorgen?
"Zeker wel. Ik maak me zorgen over een naderende Derde Wereldoorlog. En in kleiner verband over die vreselijke hoge brug op de hoek van de Brouwersgracht en de Prinsengracht waar slingerende toeristen naast elkaar klitten en vrachtwagens onmogelijke bochten maken, terwijl mijn kleindochter eroverheen moet om hier te komen lunchen."

"Over mezelf maak ik me niet meer zo druk. Wat ik prettig vind, nu ik ouder ben, is dat ik niet meer alleen hoef te werken om geld te verdienen. Ik kan leven van wat ik heb. Dat is een fijn gevoel. Ik had ooit eens een heel goed lied. Gerard Cox had het voor me geschreven.

Dat zal god me nou toch wel besparen
Dat ik op het einde van mijn jaren
ergens in een krot zit weggedouwd
straatarm oud
Niemand om je heen
alleen maar lijken
die vanaf het kastje naar je kijken
in hun lijstjes van mahoniehout
straatarm oud.

Daar was ik vroeger als de dood voor, straatarm en oud. Een gruwelijke combinatie. Het gaat gepaard met een onwaardigheid die razend maakt, denk ik. En ik wil niet razend zijn."

Volgens mij zit je aan de veilige kant van de razernij.
"Ik geloof het ook. Als ik mijn haar sta te wassen - gebogen boven het bad, de sproeier uit en aan, föhnen, borstelen - denk ik wel vaak: hoe lang zou ik dit nou nog zo kunnen?"

"Dat lijkt me wel een lastig agendapunt; afhankelijk worden van zo'n kapper in een bejaardentehuis die handenwrijvend zegt: nou mevrouw, zullen we een lekker fris kort kopje doen? Dat je denkt: rot op, ik wil het zo. Hoe lang houd je het vol om alles zelf te doen? Het is zaak om bijtijds de sportschool in te gaan en de boel een beetje onder handen te houden."

Wij blijven sowieso voor je klappen.
"Fijn. Wil je nog iets? Koffie, thee, een glas bier, limonade?"

Nee hoor. Kun je er goed tegen om in de bloemetjes te worden gezet?
"Ik vind dat leuk, ja. Vele jaren geleden, toen ik 65 werd, kreeg ik ook een hommage. Dat was geweldig. In die Blijvend Applaus-middag in De Kleine Komedie heb ik ook zin. Iedereen doet er stiekem en opgewonden over. Het gaat vast feestelijk worden, met veel collega's die geestige dingen doen."

'Ik vond de huishoudschool zo vernederend' Beeld Linda Stulic

Gunnen jullie elkaar iets, als kleinkunstenaars onder elkaar?
"Ik geloof van wel, al moet je dat eigenlijk niet aan mij vragen, want ik ben een einzelgänger. Van kinds af aan al ben ik reuze op mezelf. Rode lopers vind ik gruwelijk. Ik ga liever naar een try-out kijken. Als ik het dan goed vind of er iemand in zit van wie ik hou, ga ik nog eens kijken als het ingespeeld is. Feesten vind ik ook niks, zo met heel veel bovenop elkaar. Narigheid."

"Eten aan een tafel, zoals ik doe met de schrijvers van mijn voorstellingen, daar hou ik van. Koken voor vrienden vind ik ook heerlijk. Lullen en lachen om jezelf en anderen - roddelen is op zich wel leuk - en dat er nog eens iemand moet huilen om het een of het ander als er een goeie neut in zit. Dat zijn van die lekkere mensenavonden."

Je komt me voor als iemand die altijd de hort op is.
"Ik? Nee, helemaal niet. Ik hou van thuis. Vroeger ging ik wel meer op pad, hoor. Naar de Smoeshaan en zo, toen ik nog op de Prinsengracht naast het Pulitzerhotel woonde. Dat was een kippeneindje op de fiets."

"Vanaf hier vind ik het een hele onderneming, en dan met een goeie slok op weer terug. Als het me nog eens overkomt, loop ik naar huis door de Marnixstraat, met de fiets aan de hand. Dat kan ik behappen. Heel soms gebeurt dat nog, ik zit nu weer in een andere fase in mijn leven. Je moet blijven opschuiven naar iets nieuws."

"Daarover gesproken. Het Hamiltoncomplex. Moet je zien. Dertien meisjes van dertien jaar, en een man. Onvergetelijk mooie voorstelling van Lies Pauwels. Wat een wijf. Het is van Het Paleis, een Vlaams gezelschap. Je moet ervoor naar Antwerpen, maar dat is het waard. Ik heb ergens het telefoonnummer. Ja, ik ben een zendeling met boeken en voorstellingen. Als je iets moois leest of ziet, moet je het toch doorvertellen? Hier is het nummer. Ik zou meteen bellen. Nu kan het nog."

Een halfuur later sta ik buiten, met twee gereserveerde kaartjes voor Het Hamiltoncomplex in Antwerpen, een briefje met de uitzendtijd van Trumpland, de biografie van Stefan Zweig én een tupperwaredoos meesterlijke kippensoep.

Jenny Arean Beeld -

Jenny Arean

4 oktober 1942, Lisse

1954-1956
Tweede Christelijke Nijverheidsschool voor meisjes in Amsterdam

1960
Debuut bij het ABC-Cabaret van Wim Kan

1963
Eerste grote rol in Meid Met Een Mes

1971
Eerste samenwerking met Annie M.G. Schmidt in En Nu Naar Bed

1980-1984
Aantal theaterprogramma's met Ischa Meijer

1985
Eerste solo­voorstelling Gescheiden Vrouw Op Oorlogspad

Prijzen
Onder andere de Johan Kaart-prijs, twee keer de Annie M.G. Schmidt-prijs, twee keer een Edison, een Gouden Harp, een Gouden Noten­kraker

Jenny Arean woont in Amsterdam. Ze heeft een dochter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden