PlusInterview

Jeannette Smit neemt afscheid van Theater Bellevue: ‘Ik dacht: we kunnen alles kwijtraken’

Ze kwam voor de dwarsfluit vanuit Hengelo naar Amsterdam, maar vond haar plek niet in de concertzaal. Het werd het theater. Na bijna 22 jaar neemt Jeannette Smit (66) vandaag afscheid als directeur van Bellevue.

Hans Smit
Jeannette Smit: ‘Het grootste compliment dat je als theater kunt krijgen: dat mensen nieuwsgierig zijn naar wat je voor ze geregeld hebt.’ Beeld Ivo van der Bent
Jeannette Smit: ‘Het grootste compliment dat je als theater kunt krijgen: dat mensen nieuwsgierig zijn naar wat je voor ze geregeld hebt.’Beeld Ivo van der Bent

Eigenlijk is ze al weg, 1 april gaf ze het stokje over aan opvolger Eve Hopkins, maar het feestelijke afscheid is vandaag. In de tussentijd was ze nog regelmatig aan de Leidsekade. Bij voorstellingen, uiteraard. Jeannette Smit: “Dat is toch anders dan voorheen, ik ben nu echt bezoeker en voel me minder voldaan als ik een voorstelling uitloop. Als directeur voelde dat als het moment van een gezamenlijke klus die geklaard was.”

Ze zal wat voorstellingen gezien hebben in de loop van die ruim 21 jaar. Toch is die donkere zaal niet haar favoriete plek, dat is de ruime lichte hal van Bellevue: “Rustig en statig, maar toegankelijk. De plek waar alles en iedereen samenkomt. Het geroezemoes, de mensen, de reuring daar is me het liefst. Ik sta ook heel graag voor aanvang gewoon te kijken wie er zijn. Zo leuk.”

Is er volgens u een typisch Bellevuepubliek?

“Voor de lunchvoorstellingen is dat natuurlijk het cliché van de oudere meisjes van mijn leeftijd die tijd en geld hebben en zin in het onbekende, want dat is het leuke: we spelen helemaal niet op safe in de lunch, we doen daar soms hele rare dingen. Dat interesseert ze geen biet, ze komen gewoon!”

“En voor alle Bellevuegangers geldt dat ze een ruimhartige nieuwsgierigheid hebben. Dat is het grootste compliment dat je als theater kunt krijgen: dat mensen nieuwsgierig zijn naar wat je voor ze geregeld hebt.”

In 2000 begon ze in wat toen nog de Theatercombinatie Bellevue/Nieuwe de la Mar was. Ze kwam van Het Veem Theater dat ze had opgericht en bestierd. Smit: “Ik zei altijd dat er daarna twee plekken waren waar ik zou willen werken: de Toneelschuur of Bellevue. Het De la Mar kende ik eigenlijk niet zo goed. De programmering daar moest ik me ook echt eigen maken, maar ik was er in no time verslingerd aan, ook aan het publiek trouwens.”

Ze zwijgt even. “Stel je voor: mijn vader kwam er geregeld. Hij was een paar maanden voordat ik directeur werd, overleden. Op een opname van Wim Kan hoor je mijn vader heel hard lachen in de zaal. Ik dacht wel: o, als hij toch geweten had dat ik van zíj́n theater directeur was geworden!”

Zes jaar later was dat voorbij, toen bleef alleen Bellevue over, het Nieuwe De la Mar ging naar Joop van den Ende. Hoe heeft u dat ervaren?

“Als een zwarte bladzijde in mijn werkend bestaan. Toenmalig wethouder Hannah Belliot en haar ambtenaren hadden geen geld voor ons renovatieplan en toen diende Joop van den Ende zich aan. Dat was voor hen één plus één is drie. Begrijpelijk, maar dat hebben ze heel slecht gecommuniceerd. Ze waren al ver met Joop in gesprek toen ik ervan hoorde. Daar kan Joop niks aan doen, dat is gewoon hoe de ambtenaren het verkloot hebben.”

Pijnlijk

“Zeker, toen was het choose your battles. Ik moest mijn allerbeste beentje voorzetten voor Bellevue en mijn mensen, en zorgen dat ik wat meer uit de subsidiepot kon halen, want alleen staan was een groot risico. Ik dacht: we kunnen alles kwijtraken, maar het dna van dat gebouw moeten we coûte que coûte overeind houden.”

Het erfgoed van Toneelgroep Centrum en Klein Bellevue.

“Ja! Dat voelt ook echt als een verantwoordelijkheid en ook heel eervol, dat je een deel van de Amsterdamse geschiedenis op je bord krijgt en die mee mag vormen. Geweldig toch voor iemand die uit Twente komt, haha!”

Die voor de dwarsfluit naar Amsterdam kwam.

“Ik kwam er op het conservatorium snel achter dat zes uur per dag studeren driehoog achter en leven te midden van allerlei brave violistjes, helemaal mijn wereld niet was. Ik had een heel ander leven naast dat studeren, ik deed allerlei rare dingen.”

Zoals?

“Ik zong mee in een stuk van Philip Glass in het Holland Festival, en ik zat in muziektheatergezelschap De Rode Kapel waarmee we op 1 meibijeenkomsten en in kraakpanden heel obscure stukken speelden en ook nog heel slecht acteerden.”

Is een theaterdirecteur een gemankeerd acteur?

“Haha, néééé! Een theaterdirecteur is gewoon een heel goeie ex-musicus (lacht). Nee hoor, en theaterdirecteur is ook geen vak, het is gewoon wie je bent.”

Met als belangrijkste eigenschap?

“Houden van de mensen met wie je het doet en voor wie je het doet. Je medewerkers, maar ook de spelers en het publiek. Alles wat er nodig is om iedereen met een veertje in het lijf naar buiten te sturen. Daar moet je liefde voor hebben én nieuwsgierig zijn. Ja, die twee eigenschappen, eigenlijk.”

Wat verandert er onder Eve Hopkins?

“Dat moet je haar vragen, hè? Maar ik denk – en dat zeg ik met pijn in het hart, omdat het niet zo is dat ik het niet belangrijk vind – aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. Daar ben ik gewoon niet meer de geschikte persoon voor. Ik vind dat het moet gebeuren en daar gaat Eve voor zorgen. Dat is waar ze goed in is en dat wens ik Bellevue ook toe, en sowieso de stad: dat er bewustzijn voor is bij de directies.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden