Plus

Jean Tinguely in Stedelijk Museum: piepen, kraken en altijd in beweging

Piepen, kraken en altijd in beweging. Inmiddels zijn ook de machines van de Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely antiek, blijkt uit een expositie in het Stedelijk.

Le Cyclop, Jean Tinguely, 1970Beeld Christian Baur

Het blijft leuk, een kunstwerk met een knop. Beeldhouwwerken waren vroeger vooral statische dingen op een sokkel, maar Jean Tinguely kwam in de jaren zestig met kunstwerken waar een draad aan zit die naar een voetknop leidt. Als je erop trapt, worden ijzeren gevaartes door elektromotoren in gang gezet.

Oude fietswielen draaien rond, kettingen slaan ratelend op stalen buizen, schroot wordt heen en weer gezwiept. Het roestige gevaarte piept, ratelt en kraakt en toeschouwers krijgen vrijwel altijd een brede grijns op het gezicht. Kunst en humor gaan prima samen. Als de tijd om is, is de serene rust in het museum terug­gekeerd.

Het Stedelijk Museum bezit een aantal van zulke werken en ze golden lang als publieks­lievelingen voor jong en oud. Op de overzichtstentoonstelling van Jean Tinguely worden ze nu in een bredere context geplaatst.

In de eerste zaal wordt getoond hoe de Zwitser, die een etaleursopleiding volgde, zijn eerste abstract-­geometrische werken maakte. Als schilder was hij altijd ontevreden over de werkwijze. "Ik kwam simpelweg nooit tot het punt dat ik kon zegen: oké het werk is af."

Kwartier verplichte rust
De oplossing was om werk te maken dat nooit een definitief eindresultaat had, omdat het altijd in beweging gezet kon worden en steeds een andere gedaante kon aannemen.

In 1952 vertrok hij naar Parijs, waar hij een aantal kunstwerken maakte met kleine motoren en draadsculpturen die in beweging gezet kunnen worden. Met ijzerdraad maakte hij tandwielen die in elkaar grijpen, zodat aangehechte vormpjes een dansje maken.

Helaas zijn deze prachtige vroege werken inmiddels te kostbaar en te fragiel om daadwerkelijk te bewegen. Ook de latere schrootwerken zijn ten dode opgeschreven als ze constant zouden draaien. Het museum staat bij de presentatie van deze werken steeds voor een dilemma.

Het origineel slijt en gaat onherroepelijk kapot, maar het kan ook niet de bedoeling zijn dat deze werken altijd stilstaan. Het Stedelijk werkt nu met timers bij de werken, zodat ze af en toe in werking gezet kunnen worden en tussendoor verplicht een kwartier rust houden.

Interactieve tentoonstellingen
De tentoonstelling volgt het werk van Tinguely min of meer chronologisch. De kinetische sculpturen zijn sfeervol aangelicht waardoor ze speelse schaduwen werpen op de wanden. Specifieke zalen besteden aandacht aan bijvoorbeeld gefilmde registraties van projecten en performances, de samenwerking met Niki de Saint Phalle, en Tinguely's werk op papier.

Ook staat het Stedelijk uitgebreid stil om de eigen ­geschiedenis te bewieroken, in zalen over de interactieve tentoonstellingen Bewogen Beweging (1961) en Dylaby (1962). Tinguely was bij beide tentoonstellingen betrokken als kunstenaar en medesamensteller.

Coma
Tinguely komt ook naar voren als een poseur, die het imago van zijn kunstenaarschap geweldig kon verkopen. Hij vertelde iedereen die het maar wilde horen dat het begrip kunst 'cochonnerie' was, oftewel bullshit. Maar ondertussen etaleerde hij zichzelf wel als een kunstenaar pur sang en was zijn werk te zien in alle internationale musea voor moderne kunst.

Op 14 maart 1959 vond Tinguely's eerste publieke performance plaats. Vanuit van een Cessnavliegtuigje verspreidde hij strooibiljetten boven Düsseldorf, een manifest met de eerste zin 'Alles beweegt, er is geen stilstand'. Althans, dat suggereert een foto waarop te zien is hoe Tinguely met een stapel papier uit een vliegtuigraampje hangt.

Hoogstwaarschijnlijk heeft de gebeurtenis nooit plaatsgevonden en zijn de foto's in scène gezet. Tinguely wist maar al te goed welke suggestie van foto's uit kan gaan.

Hartaandoening
De vrolijke ratelmachines worden gaandeweg steeds groter, theatraler en pompeuzer. Tinguely ontwerpt enorme paviljoens vol glijbanen, een reuzenrad en zuilen van chocola. In de jaren tachtig wordt zijn werk steeds oppervlakkiger en commerciëler.

Dat verandert als Tinguely in 1985 een hartaandoening krijgt waardoor hij twee weken in coma ligt. Daarna gaat hij meer nadenken over de dood. In deze tijd is de kunstenaar getuige van een enorme brand op een boerderij in de buurt van zijn woning. Tinguely krijgt van de boer toestemming om de resten van balken, landbouwmachines en dierenskeletten mee te nemen.

Hiermee maakte hij de monumentale installatie Mengele-­Totentanz, die nu in de erezaal is opgesteld. Een maispersmachine is van het merk Mengele, het familiebedrijf van de beruchte arts van het concentratiekamp Auschwitz. De macabere installatie over de vergankelijkheid van het leven is een prachtig slot­akkoord van deze grillige tentoonstelling.

Jean Tinguely, Machinespektakel.
T/m 5 maart 2017 in het Stedelijk Museum.

Tinguely's sculptuur Rotozaza No. 1, in Museum Tinguely in ZwitserlandBeeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden