Plus

Jean Dubuffet zocht spontane verbeelding en originaliteit

De reguliere kunst vond Jean Dubuffet veel te aangeleerd, door tradities voorgevormd. Ware kunst, 'Art Brut', kwam van kinderen, gevangenen en psychiatrisch patiënten.

Aloïse Corbaz, Scène met een gebloemde zkus in gouache, 1947. Beeld Aloïse Corbaz

Het was nogal gedurfd om te zeggen dat deze door autodidacten vervaardigde Art Brut (vrij vertaald als 'rauwe kunst') óók kunst is. Kunstenaar, schrijver en voormalig wijnhandelaar Jean Dubuffet (1901-1985) ging zelfs nog een stap verder en gaf de catalogus de provocerende titel: 'L'art brut preféré aux arts culturels'.

Door met zijn Art Brut te dwepen, werd hij wel bestempeld als vijand van de westerse culturele traditie - terwijl hij die uiteindelijk verrijkte. Kunstenaars als Joan Miró, Tristan Tzara en Karel Appel waren bij de opening van de tentoonstelling en het is niet moeilijk je voor te stellen hoe Art Brut hen heeft beïnvloed.

Buitenbeentjes
Dubuffet zocht spontane verbeelding en originaliteit, en geloofde niet dat hij die kon vinden in het officiële kunstcircuit. Die kunst was te aangeleerd, te doordacht, te veel door tradities voorgevormd. Hij zocht kunst van buitenbeentjes, gemaakt buiten de kunstopleidingen, ongehinderd door traditionele schoonheidsbegrippen en onafhankelijk van commerciële galeries.

Daartoe struinde hij psychiatrische instellingen, gevangenissen en etnografische musea af. Hij correspondeerde met dokters over de kunst van hun patiënten. Hij kreeg advies van volkskunstverzamelaars. Leraren tipten hem de beste kindertekeningen.

Zo legde hij een kunstcollectie aan die hij onderbracht in de Compagnie de l'Art Brut en die hij voor het eerst aan het publiek toonde in 1949 in Parijs. Uiteindelijk doneerde hij de hele collectie aan de stad Lausanne in Zwitserland, dat in 1976 het museum Collection de l'Art Brut opende.

Bij hun veertigjarige bestaan in 2016 hebben zij Dubuffets tentoonstelling uit 1949 voor het grootste gedeelte gereconstrueerd, en die tentoonstelling is nu naar Amsterdam gehaald door het Outsider Art Museum (Art Brut werd in 1972 omgedoopt tot Outsider Art).

Het is bijzonder hier de bakermat van Art Brut te kunnen zien. Het is een buitengewoon gevarieerde tentoonstelling; van onbehouwen kindertekeningen tot complexe zelfbedachte mythologieën. Er zijn mysterieuze aquarellen van medium Marie-Louise Bergeaud (1897-1983), die zich een paar jaar na haar opname in een kliniek in Neuilly-sur-Marne godin Antinéa noemde.

En geestige assemblages van curiosahandelaar Pascal-Désir Maisonneuve (1863-1934), die met koraal en schelpen portretten maakte van vorsten en politici, en daarmee zijn anarchistische ideeën uitte. Spiritueel genezer Fleury-Joseph Crépin (1875-1948) geloofde dat de Tweede Wereldoorlog zou eindigen zodra hij zijn driehonderdste schilderij voltooide. Wat nog bewaarheid werd ook.

Le Grand Wölfli
Hoe deze uiteenlopende werken van wisselende kwaliteit in 1949 gerangschikt waren is onbekend: er zijn geen foto's van. De werken waren gegroepeerd op basis van hun herkomst. Zo hingen alle werken uit een kliniek in het Zwitserse Waldau bij elkaar, met onder meer de tekeningen van de inmiddels bekendste outsiderkunstenaar: Adolf Wölfli (1864-1930).

Van 's ochtends vroeg tot 's avonds tekende Wölfli met potlood vellen papier vol met hetzelfde gezichtje, bloemen, tekst, muzieknoten. Alle loze ruimtes zijn vol gearceerd, Wölfli leed duidelijk aan horror vacui (vrees voor het lege).

Om een imaginair levensverhaal te vertellen, heeft hij een geheel eigen beeldtaal en tekensysteem ontwikkeld. 'Le Grand Wölfli' noemde Dubuffet hem. Doordat het museum in Lausanne Wölfli's werk presenteerde bij andere werken uit de Waldau-kliniek komt de nadruk te liggen op het ziektebeeld van de maker.

Daar was het Dubuffet niet om te doen en het Outsider Art Museum evenmin. Niet de diagnose maar de belevingswereld van de kunstenaar is leidend. De vormgever van het museum heeft meer gekeken naar visuele overeenkomsten.

Zo vinden de arceringen in de volgetekende vellen van Wölfli weerklank in de woeste steken van de dichte borduurwerken van Juliette Élisa Bataille (1896-?) die ervoor in de vitrine liggen.

Het nadeel van deze indeling is dat je geen goed beeld krijgt van waar Dubuffet naartoe reisde om Art Brut te ontdekken. Dat zou je wel verwachten. De tentoonstelling begint met een citaat uit de catalogus van de Fransman: True art always crops up wherever you don't expect it. Die onverwachte vindplaatsen komen hier niet goed uit de verf, maar de zonderlinge kunstwerken zelf verrassen beslist.

Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst: t/m 25/8 in Outsider Art Museum (gevestigd in ­Hermitage Amsterdam).

Miguel Hernandez, Zonder titel. Beeld Atelier de Numérisation
Auguste Forestier, Zonder titel. Beeld Auguste Forestier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden