Plus Expositie

Je ziet steeds weer andere dingen in de sculpturen van Matthew Monahan

De sculpturen van Matthew Monahan bij Fons Welters zijn enorm, maar tegelijk vluchtig en ongrijpbaar.

Twee verfrommelde koppen van Matthew Monahan. Beeld Kees Keijer

Je zou het de slipstream van de waarneming kunnen noemen. Bij de beelden van Matthew Monahan blijft je oog aan het oppervlak kleven terwijl je om ze heen loopt. Vanuit elke hoek geven ze steeds weer een andere indruk.

Monahan (1972) presenteert bij Fons Welters een serie van zeven sculpturen die zijn gemaakt van dun staal, beschilderd met olieverf. Hij begon steeds met een plat stuk roestvrij staal, waarop hij een realistisch portret schilderde, zij het met enorm uitgerekte proporties. Daarna verfrommelde hij het staal, zodat de afbeelding van het gezicht vol plooien en knikken kwam te zitten. De koppen werden min of meer halfrond, kwamen tot leven. Zo verwordt schilderkunst tot beeldhouwkunst.

Dat verfrommelen moet een lastig proces zijn geweest, soms onomkeerbaar. In een van de vroegste beelden uit de serie zie je dat het oppervlak gescheurd is. Je kunt staal maar beperkt terugbuigen, op een gegeven moment vallen er gaten in het oppervlak. De beelden zijn vrij in de ruimte geplaatst, waardoor je ook de binnenkant van de gezichten kunt bekijken.

Carbonpapier

De methode in staal heeft hij met vallen en opstaan zelf ontwikkeld. In het verleden maakte Monahan vaker beelden met gevouwen canvas of karton. Hij woont en werkt momenteel in Los Angeles, waar hij ook vandaan komt. In de jaren negentig woonde Monahan in Amsterdam, waar hij studeerde aan De Ateliers en indruk maakte met grote tekeningen van symmetrische figuren. Hij tekende daarbij de helft van een staande figuur op een half blad papier. Door een procedé dat lijkt op het maken van een doorslag met carbonpapier werd de figuur verdubbeld als het blad werd opengevouwen. Het eindresultaat was ook voor de kunstenaar zelf steeds verrassend. Er ontstonden vreemde wezens die doen denken aan archeologische artefacten, maar tegelijk aan sciencefiction­figuren.

Vluchtig en aanwezig

Hij kon het uiterlijk van de figuren wel sturen, maar het toeval speelde een belangrijke rol. Ook in de nieuwe beelden bij Fons Welters wist Monahan van tevoren niet precies hoe het eindresultaat eruit zou gaan zien. Het buigen, plooien en verfrommelen van het roestvrijstalen oppervlak kan nog zo gecontroleerd verlopen, ook hier heeft de kunstenaar niet alles zelf in de hand.

Door om de beelden te lopen zie je steeds weer andere dingen. Ze hebben een enorme aan­wezigheid, maar tegelijk zijn de figuren vluchtig en ongrijpbaar. Het is alsof de complexe persoonlijkheid van dit werk van Monahan zich pas ontvouwt als de toeschouwer daar de tijd voor neemt. 

Boy Don’t Cry

Matthew Monahan
Waar
Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140
Te zien t/m 11/1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden