PlusBoekrecensie

Je moet je best doen om een slechte alinea te vinden bij Marije Langelaar

Het prozadebuut van dichteres Marije Langelaar is een drieluik dat hier en daar voelt als een verhalenbundel. Dat maakt het boek geen moment minder knap of fascinerend. 

De Arbeiderspers, €18,50, 144 blz.

Het is geen nieuw verhaal, de gekooide huisvrouw die zich bevrijdt. Dit is wel nieuw: de gekooide huisvrouw was ooit een condor. Haar condorziel nestelde zich in een menselijke vrucht, het begin van een lang leven als mens, waarin het verlangen naar het vorige leven nooit helemaal zal verdwijnen.

Als de vrouw een kind krijgt, wordt de heimwee naar het gevleugelde leven nog luidruchtiger, net als de roep vanuit ‘het dorp’ en ‘de menigte’ dat ze te losbandig is. Te wild. Te vrij.

Terwijl ze zich met tegenzin probeert te schikken naar de plaatselijke mores, vat ze haar groeiende onvrede in brieven aan een mannelijke mede-condor. Dit alles speelt zich trouwens af in een Zuid-Amerikaans land – ­vermoedelijk Peru of Bolivia.

Raar verhaal? Valt mee. Brieven aan de condor is het derde verhaal van In het jaar van de rode os, het prozadebuut van dichteres Marije Langelaar (1978). In het verhaal daarvóór lijdt de hele wereld aan GZD: Geleidelijke Zwaartekracht Deprivatie. De zwaartekracht hapert. Eens in de zoveel tijd vallen we met zijn allen omhoog – en als de zwaartekracht opeens weer werkt, smakken we keihard, vaak fataal, op de aarde neer. Tenminste, als we dan niet al in de dampkring zijn verbrand.

Het eerste verhaal, over een meisje met een problematisch zwangere moeder, is relatief normaal – in elk geval qua uitgangspunt. Maar de wereld van het meisje is nauwelijks minder raadselachtig en vervreemdend dan die van de haperende zwaartekracht of de condorhuisvrouw.

In het jaar van de rode os is uitgebracht als roman. Het drieluik voelt meer als een verhalenbundel – de grootste overeenkomst tussen de sterk verschillende delen is dat ze alle drie vanuit de eerste persoon worden verteld, door een vrouwelijke hoofdpersoon. Sommige elementen komen terug in andere verhalen, meer als echo’s of details dan als een duidelijke rode draad.

Ook de toon verschilt. Al beschrijft Langelaar de vervreemding van haar personages – of is het hetzelfde personage? – wel steeds in heldere, vaak dichterlijke zinnen, precies en suggestief tegelijk. Je moet je best doen om een slechte alinea te vinden, en eigenlijk onttrekt Langelaars prozadebuut zich sowieso aan simpele kwalificaties als ‘goed’ of ‘slecht’, drie of vier sterren. Je kunt hoogstens zeggen dat het eerder knap en fascinerend is dan meeslepend of ontroerend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden