PlusInterview

Jarige filmmaker Heddy Honigmann: ‘No hay camino is een cadeau aan mezelf’

Vrijdag wordt Heddy Honigmann zeventig, en wie jarig is, trakteert. In No hay camino blikt de filmmaker terug op haar leven en carrière. De documentaire is haar cadeautje aan het publiek én een cadeau aan zichzelf.

Heddy Honigmann in No hay camino. ‘Het enige gegeven was dat ik de hoofdpersoon ben.’ Beeld
Heddy Honigmann in No hay camino. ‘Het enige gegeven was dat ik de hoofdpersoon ben.’

Dat cadeautje aan zichzelf was niet op voorhand het idee, zegt Honigmann. “De film was heel open – ik wist heel weinig over wat het zou worden.” Vandaar ook de titel, die ‘er is geen weg’ betekent, een frase uit een gedicht van ­Antonio Machado: ‘Wandelaar, er is geen weg/de weg maak je al lopende.’

“Het enige gegeven was dat ik de hoofdpersoon ben,” ­aldus Honigmann, die in Peru werd geboren en sinds haar twintiger jaren in Nederland woont. “En ik wist hoe het zou beginnen: met muziek.”

Om precies te zijn: het Adagio uit Bachs Concert voor hobo en viool in c klein. Het wordt voor Honigmann gespeeld door Liviu Prunaru en Valentina Svyatlovskaya, concertmeester en eerste violiste van het Concertgebouworkest, waarover ze in 2014 de documentaire Om de wereld in 50 concerten maakte. In die openingsscène zegt Prunaru het letterlijk: “Heddy, dit is ons cadeau voor jou.”

Het was ook een van de eerste scènes die werd gefilmd, vertelt Honigmann. “Het opende voor mij het idee: ik ga cadeautjes krijgen. Laat ik daar een plaats aan geven, dat ik geniet van de dingen die gebeuren. Wat ik sowieso doe, ook als ik andere mensen film. Als ik niet zou genieten, zouden mijn gesprekken veel korter duren.”

Open vizier

Honigmann staat bekend als een goede interviewer, iets wat zij zelf – ook weer in No hay camino – toeschrijft aan haar nieuwsgierigheid. Dat lag iets ingewikkelder nu zij zelf het onderwerp was, zegt ze, lachend. “Ik probeer zo min mogelijk te weten van de mensen die ik ga spreken voor mijn films, om ze met een open vizier te ontmoeten. Maar van mezelf weet ik veel meer, natuurlijk.”

De ‘oplossing’ was dat Honigmann alsnog met anderen in gesprek gaat – vrienden, familie, en mensen met wie ze samenwerkte voor haar films, zoals schrijver Kristien Hemmerechts en acteur Johanna ter Steege. “Niet al die gesprekken waren vooraf gepland, ze zijn ontstaan,” zegt Honigmann.

Ze verwijst naar het moment dat ze met de filmcrew in ­Lima het huis opzoekt waar ze opgroeide. “Maar de vrouw die de deur opendoet, laat ons niet binnen. Ik bleef maar proberen, ‘alstublieft, het is maar heel even’, maar het lukte niet. Dat was verschrikkelijk – het is me niet ­gelukt, voor het eerst in mijn leven. Maar nu vind ik het een van de mooiste gesprekjes in de film, juist omdat ik faal.”

Boefjes

De eerste draaidagen voelde Honigmann tot haar eigen verbazing een zekere verlegenheid, merkte ze. “Ik ben wel eerder gefilmd natuurlijk, voor interviews op televisie bijvoorbeeld, maar het is totaal anders voor een film; mijn eigen film. Het was een vreemd gevoel: nu ben jij het ­onderwerp van alles wat opgenomen wordt, dus doe maar je best. Dat ‘doe maar je best’, dat moest ik een beetje vergeten.”

Dat lukte haar gelukkig al snel, merkte ze toen ze het ­materiaal in de montagekamer terugzag. “Ik viel mezelf niet tegen,” zegt ze glimlachend. “Soms was ik verbaasd over mezelf – wat ik vertelde, of waarom ik iets zei op een bepaald moment, of een bepaalde houding. Ik ontmoette mezelf op een nieuwe manier, en dat was soms ook geestig. Zat ik te lachen in de montagekamer.”

Ook van dat deel van het filmproces geniet Honigmann met volle teugen. “In de montage gaat het eindelijk ontstaan, tot leven komen. Al die dingen die je erin hebt ­gestopt krijgen een volgorde, een lengte, een ritme. Ik vind het elke keer jammer als de dag afloopt en er een hele nacht voorbij moet gaan totdat ik het materiaal weer zie.”

Het is lijnrecht tegenovergesteld aan haar houding als ze mensen filmt, zegt ze. “Dan kan ik zeer geduldig zijn, vooral als ze me bevallen, als ik van ze hou – en dat is meestal het geval, want anders zou ik ze niet filmen. Ik weet liefst zo min mogelijk vooraf, maar wél iemands karakter, hoe die persoon in het leven staat. Of om het banaal te zeggen: of het een goede is of een slechte.”

Want de slechten, daarin is Honigmann niet geïnteresseerd, zo blijkt ook luid en duidelijk uit No hay camino. “Er zijn meer dan genoeg mensen die interesse hebben voor de boefjes, en niet zo veel mensen die aandacht geven aan mooie, goede, aardige mensen. Ik wel. Dat heeft misschien te maken met mijn verleden – ik heb al genoeg boefjes ­gezien toen ik opgroeide.”

Levende legende

Heddy Honigmann (Lima, 1951) groeide op in Peru, als dochter van een Poolse moeder van Joodse afkomst en een Oostenrijkse vader. Als twintiger komt ze naar Europa. Ze volgt de filmopleiding aan het Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome en belandt in 1978 in Nederland. Zij was gehuwd met de in 2001 overleden Nederlandse cineast Frans van de Staak; hun zoon Stefan, te zien in No hay camino, volgde ook de Filmacademie.

De thema’s herinnering en nostalgie, die in No hay camino een prominente rol spelen, zijn altijd al centrale begrippen geweest in Honigmanns oeuvre – van de Bernlefverfilming Hersenschimmen (1988) via gevierde documentaires als Metaal en melancholie (1994) en El olvido (2008). Met Crazy (2000) en Forever (2006) won ze een Gouden Kalf voor Beste lange documentaire. In 2013 kreeg ze op Idfa de Living Legend Award, die zeer sporadisch wordt uitgereikt, en in 2016 een oeuvreprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

No hay camino is te zien in De Balie, Eye Filmmuseum, Filmhallen, Het Ketelhuis, Rialto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden