Plus Interview

Jannah Loontjes: ‘Ik wil niemand nodig hebben’

In Als het over liefde gaat, een ‘literaire pelgrimage’ door Umbrië in het voetspoor van Frida Vogels, ontdekt Jannah Loontjens hoe universeel het persoonlijke is.

Jannah Loontjens (1974) werd in Denemarken geboren. Ze groeide op in Zweden en Nederland en promoveerde in de filosofie in Amsterdam. Naast dicht- en essaybundels publiceerde ze vier romans. Vorig jaar verscheen de roman Wie weet, die speelt in Amsterdam op de avond voor de grote protestmars na de aanslag op Charlie Hebdo. Beeld TO

Het eindeloos analyseren, van zichzelf en anderen – dat zit in haar, zegt Jannah Loontjens (45). Maar nooit eerder heeft ze zo over zichzelf geschreven als in Als het over liefde gaat. Het zit haar heel dicht op de huid. “Dat paste bij de opzet, ik wilde net zo eerlijk zijn als Frida Vogels. Ik wilde net zo precies naar mezelf kijken als zij dat doet in haar romans en gepubliceerde dagboeken. Ik heb de lezer nooit eerder zo dichtbij laten komen.”

Vogels, van wie na de trilogie De harde kern dagboeken van 1954 tot 1978 werden uitgegeven, is haar literaire heldin. In februari 2012 stuurde Loontjens de teruggetrokken, in Bologna wonende schrijfster een brief. Ze wilde haar graag bezoeken en misschien samen een wandeling maken, naar de vele wandelingen die zij in haar werk beschrijft.

Maar mocht Vogels haar liever niet ontvangen, zou ze dan een route kunnen uittekenen die ze kon nawandelen? ‘Ergens in Italië waar u graag kwam of nog altijd komt. Dat lijkt mij ‘mieters’, om uw woordgebruik te lenen.’

Een week later ontving ze een brief. Bezoek noch verdere correspondentie werd op prijs gesteld. Wel had Vogels een kopie bijgevoegd van aantekeningen van een wandeling die ze maakte met haar Italiaanse echtgenoot Enzo in 1968 in Umbrië.

Loontjens is niet iemand die uit zichzelf zomaar op wandelvakantie gaat en het plan bleef liggen – tot ze besloot niet langer op de vlucht te slaan ‘voor de schijnbaar doelloze ondernemingen die buiten het dagelijkse patroon vallen, maar die misschien juist wel zingeving verschaffen aan deze reeks van elkaar opvolgende dagen, maanden, jaren, altijd maar door verplichtingen en plichtgevoel voortbewogen’. 

In de zomer van 2018 vloog ze met haar geliefde, de Soedanees-Britse schrijver Jamal Mahjoub, naar Perugia voor een tocht langs Umbrische bergdorpen en –stadjes, waar het wandelpad van toen een zinderende plak asfalt blijkt. De improviserende auteur botst met de beter voorbereide ex-bergbeklimmer Jamal en dat ene beeldschone plaatsje blijkt de filmset van de nieuwe film van Paul Verhoeven. Onderwijl reflecteert Loontjens op haar jeugd en liefdesleven, op Frida Vogels en het schrijverschap.

U wilde vooral eerlijk schrijven. Dat betekent dat u ook onverbloemd de strubbelingen onderweg beschrijft. En soms best ongenadig bent – ook  naar uzelf.

“Ik ben echt een heel ander soort schrijver dan Frida Vogels, maar de manier waarop ze haar leven onder een vergrootglas legt, het fileren, wilde ik navolgen. Het geeft je het gevoel dat je greep krijgt op de dingen. In eerlijkheid ligt ook nieuwsgierigheid. Het is een zoekend denken. Wat voor motieven liggen erachter, bij mezelf, bij de ander? Je probeert steeds verder te gaan, steeds dieper door te dringen.”

U beschrijft hoe u zich gaandeweg afvraagt wat dat moet worden met de aantekeningen in uw notitieboek. Het schrijven voelt niettemin als ‘persoonlijke noodzaak’.

“Een persoonlijke noodzaak voel ik altijd. Als ik aan een boek werk, sta ik ermee op en ga ik ermee naar bed. Het is wat me voortbeweegt. Toen ik hier mee begon, wist ik alleen dat het íets moest worden, maar niet wát. Meestal denk ik van te voren lang na over hoe het boek in elkaar moet zitten, maar ik wist niet in wat voor vorm ik dit moest gieten.” Lacht: “Het is eigenlijk een gek boek. Het gaat aan de ene kant over wandelen, maar aan de andere kant over de liefde en over schrijven. Het heeft uiteindelijk zichzelf geschreven en dat bleek ook weer een enorme vrijheid. Dat  zoeken naar vrijheid is tegelijk ook het thema van het boek. Vrijheid in het leven, in de liefde, in het schrijven.”

Een groot zelfonderzoek is het ook. U gaat terug naar uw jeugd. Tot uw achtste woonde u in een huisje in de Zweedse bossen waar uw vader en broer achterbleven toen u met uw moeder in een kraakpand in Den Haag belandde.

“Een zelfonderzoek inderdaad, over grote onderwerpen als gebondenheid en ongebondenheid. Ik wilde weten hoe het komt dat ik altijd onafhankelijk wil zijn. Ik wil niemand nodig hebben. Dat is ook wat ik herken in Frida Vogels. Jamal wil mij onderweg helpen en dan reageer ik opstandig. Ik wil in mijn onafhankelijkheid met hem samen zijn, maar dat kan niet in een relatie. Daarin maak je jezelf altijd afhankelijk van elkaar. Terugkijkend op mijn kindertijd zie ik dat ik vrij eenzaam was. We verhuisden veel, dus moest ik uitkijken me te binden, altijd klaar zijn om afscheid te nemen. Ik voelde sterk dat ik beter op mezelf kon staan om niemand tot last te zijn.”

Jamal wilde de route voorbereiden. U wilde kijken wat er op uw pad kwam.  

“Ik wilde wandelen zoals Frida dat in 1968 had gedaan, dus niet eerst kijken op internet. Jamal was daardoor vaak geërgerd. Ik geloof dat er vrijheid zit in het níet vooraf vastleggen. In zelf speuren, nieuwsgierigheid, het níet weten en dagdromen. Iets wat we in deze tijd kwijtraken.Alles wat we willen weten, kunnen we elk moment opzoeken.”

Maar af en toe moest toch die telefoon aan, voor de gps.

“Geen internet, geen Google, hadden we afgesproken. Alleen bellen met mijn en met zijn kinderen. Maar een paar keer waren we echt verdwaald en moesten we op Google Maps kijken. Dat voelde als falen. Het was ook zo heet dat ik gewoon gered wilde worden. Het was afzien. We waren tien dagen op pad, maar het voelde veel langer. We waren blij dat we weer naar huis mochten. Dat kwam door een hittegolf. We waren uitgeput. Sommige dorpen en stadjes waren ook totaal uitgestorven. Dan vroegen we ons af: wat doen we hier?”

“In al dat ploeteren, zit ook humor. Jamal is het boek nu aan het lezen. Langzaam, want zijn Nederlands is nog niet heel goed. Af en toe roept hij: ‘OMG, I’m mansplaining!’. Dat dééd hij ook. Maar soms had hij gelijk en was ik gewoon koppig. We zijn allebei koppig. We weten het van elkaar, we begrijpen het, maar het is wel lastig als je samen ergens heen moet.”

Er zijn momenten dat u bijna overkookt van frustratie.

“Ik wilde dat Jamal mij in mijn impulsieve ideeën en oplossingen zou volgen. Hij wilde dat de dingen die hij van tevoren had bedacht zo zouden lopen. Ik voelde me soms erg ellendig, ja. Wel voelde ik me vrij om het allemaal op te schrijven en daarbij zag ik ook de menselijkheid ervan. Ik dacht eerst: is dit wel voor publiek bestemd? Maar het is eigenlijk universeel, het heeft iets tragikomisch. Je hoeft Frida Vogels niet gelezen te hebben om in dit boek herkenning te vinden.”

Die berg die jullie hadden beklommen op weg naar een dorp. Om, bijna boven, dat dorp op de berg ertegenover te zien liggen....

“Ja, vreselijk! We werden toch weer gered, door een boer met een tractor. Ik heb lang vastgehouden dat ik de route van Frida precies wilde volgen, maar die bleek nogal onlogisch. Ze ging heen en weer, deed stukken liftend en met de bus en nam soms de trein. Ik voelde wel dat ik in die vergelijkbare natuur echt in haar voetsporen liep.”

De rust die zij in haar wandelen ervaart, vond u juist helemaal niet. 

“Zij wandelt om zich kalm en vrij te voelen. Ik dacht: dat ga ik ook ervaren. Ik ga een soort openen, een opademen van mijn geest vinden. Maar bij mij gingen mijn gedachten vooral dwalen. Ik ben veel onrustiger, ongeduldiger, impulsiever en onbesuisder dan zij.”

Wat heeft u gedaan met die stomme blauwe wandelschoenen die u van Jamal aan moest?

“Die staan in de kast. Ik heb ze sindsdien niet meer gedragen. Ik was hem wel dankbaar dat ik niet op mijn slippers ben gegaan of op mijn Puma’s. Dat was echt onmogelijk geweest.”

“Ik heb tijdens het wandelen veel over mij en Jamal nagedacht. Over wat ons samen heeft gebracht, hoe zich dat verhield tot andere relaties waaruit ik vaak ben weggevlucht. Dat wil ik niet weer doen. Ik wil bij Jamal blijven. Ik durf het bijna niet te benoemen als iets goed gaat. Ik ben bang het te vervormen. Bang om het aan te tasten. Bang dat het ophoudt te bestaan. Maar ik zal het toch maar even zeggen: mijn wens om bij hem te blijven, is alleen maar sterker geworden.”

De wandeling die Jannah Loontjens maakte, baseerde ze op een wandeling die Frida Vogels maakte in 1968 in Umbrië. Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden