PlusTen slotte

Jan Willem Loot (1943-2021): verbinder tussen muzikale ego’s

Jan Willem Loot, die vrijdag op 77-jarige leeftijd is overleden, was de langstzittende orkestdirecteur van Nederland.

null Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Gedurende zijn werkzame leven gaf Loot leiding aan vijf orkesten, te beginnen bij het Overijssels Philharmonisch Orkest in Enschede, waar hij op zijn 28ste, na een voltooide rechtenstudie in Groningen en cellolessen bij René van Ast en Bertus van Lier, aantrad als adjunct. Een jaar later al werd hij directeur. 

Hij zette een voortvarend programmabeleid op, voorkwam dat het orkest fuseerde met Het Gelders Orkest en trok een streep door de vastgeroeste gedachte dat een chef-dirigent kon aanblijven zolang hij wilde, ook al waren de musici hem al jaren beu.

Toen hij merkte dat het orkest hem niet kon of wilde volgen in zijn ambities, stapte hij in 1979 over naar het Amsterdams Philharmonisch Orkest, als opvolger van Jan Huckriede. De taak die hem daar wachtte zou oneindig veel zwaarder zijn dan hij had ingeschat, want het APhO werd door Den Haag opgedrongen te fuseren met het Utrechts Symfonie Orkest en het Nederlands Kamerorkest.

Teleurstelling

Dat nieuwe orkest, Nederlands Philharmonisch Orkest, zou het belangrijkste begeleidingsensemble moeten worden van De Nederlandse Opera. Het werd pas echt ingewikkeld toen de beoogde chef-dirigent, Edo de Waart, op het allerlaatste moment afhaakte, tot diepe teleurstelling van Loot.

Op intuïtie benaderde hij een onbekende Oostduitser, genaamd Hartmut Haenchen. Hoewel de relatie met operabaas Pierre Audi vaak onder spanning stond, zou de periode Haenchen bij het NedPhO en DNO bijzonder succesvol zijn.

In 1998 werd Loot algemeen directeur van het Concertgebouworkest. Daar was behoefte aan een ervaren man, die rust kon brengen in de gelederen. Loot had maar één doelstelling: ‘De muziek en het orkest moeten gedijen. Ik ben er alleen om daar de juiste voorwaarden voor te scheppen.’

Repareren verstoorde band

Hij stroomlijnde er de chefsovergang van Riccardo Chailly naar Mariss Jansons, wist de verstoorde band met Bernard Haitink te repareren door hem een eretitel aan te bieden, zag op zijn 65ste hoe het KCO in het vermaarde tijdschrift Grammophone werd uitgeroepen tot ‘het beste orkest ter wereld’ en zorgde er mede voor dat het orkest een eigen platenlabel kreeg, RCO Live.

Hij was nog geen jaar met pensioen toen het Orchestre de France in Parijs hem vroeg als artistiek directeur, een functie die hij tot 2012 vervulde. Zijn biograaf Franz Straatman, die in 2009 het boek De witte kuif op het frontbalkon publiceerde en meende Loots volledige leven in de muziek te hebben geboekstaafd, zal het knarsetandend hebben aangezien.

In Parijs werkte Loot samen met chef-dirigent Daniele Gatti, die in 2016 naar Amsterdam kwam en daar in 2018 weer moest vertrekken. Loot had daar gemengde gevoelens over, maar hield die in het openbaar voor zich.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden