Plus

Jan Six: 'Ik brak door omdat ik mijn nek uitstak'

Zijn driejarige dochter vindt de jonge man op de nieuwe Rembrandt lelijk, maar kunsthandelaar Jan Six (40) dacht meteen: wat een genot dat ik een knappe jongen heb ontdekt. Niet zijn vondst, maar het 'losbreken' van de familienaam is het belangrijkste. 'Ik laat zien dat ik het zelf kan.'

Jan Six: 'Het begint met een gevoel gebaseerd op wat ik zie.' Beeld Henk Wildschut

Jan Six belt om half tien, een halfuur voor we hebben afgesproken bij hem in de galerie. Hij is onderweg naar de supermarkt om ontbijt te halen; of ik ook iets wil, want hij vindt het vervelend voor mijn neus te eten als ik niets heb.

Op de begane grond in zijn kantoor op de Herengracht, om de hoek van de Leidsegracht, staat zijn ontbijt even later klaar voor hem, twee croissants en een glas jus d'orange. Onaangeroerd. Hij is aan het bellen met een bevriende handelaar gespecialiseerd in negentiende-eeuwse kunst.

Zodra hij ophangt, begint hij te vertellen dat het gesprek ging over een schilderij van, denkt Six, de Duitse impressionist Max Liebermann, dit voorjaar te zien in het Haags Gemeentemuseum.

Liebermann was een groot bewonderaar van Frans Hals, hij maakte vaak kopieën van zijn werk, vertelt Six. Hij pakt er een boek bij (in de uren die volgen doet hij dat nog zeven keer).

"Kijk, Liebermann zei ooit: 'Wanneer men Frans Hals ziet, krijgt men zin om te schilderen, wanneer men Rembrandt ziet, wil je het opgeven.' Rembrandt is te goed, maar Hals is wow, dat kan ik."

"Hij maakte zo'n dertig kopieën naar Hals en gaf ze weg aan mensen die hem het meest dierbaar waren, onder wie zijn vriend Hugo Vogel, een schilder uit Berlijn. Ik weet niet veel van Liebermann, maar die kopieën zitten in mijn hoofd. Soms is een Hals niet echt, maar een kopie gemaakt door Liebermann, ja, dat kan toch weer iets zijn."

"Nu zat ik enige tijd terug door een veilingcatalogus te bladeren met daarin de veiling van de erfenis van Hugo Vogel. En ik zie dát schilderij." Hij wijst naar de muur achter zijn bureau. Daar hangt een doek van twee schutters, naar een van Hals' beroemde schuttersstukken.

"Ik ben er helemaal van overtuigd dat dit het cadeau is van Liebermann aan Vogel. Net als bij mijn Rembrandt onderzoek ik het nu. Het gaat wat stroever omdat Liebermannexperts de kopieën niet goed kennen, er zijn er maar twee teruggevonden."

Hoe weet u het dan zo zeker?
"Het begint met een gevoel gebaseerd op wat ik zie. Daarmee ben ik natuurlijk nog nergens, want het is wel wetenschap; ik moet het begrijpen en bewijzen."

"Gisteren was ik in het Gemeentemuseum en daar zag ik een schilderij dat Liebermann maakte van zijn vrouw. Een intiem doek, heel privé, het zegt: liefje, dit is voor jou, ik schilder je graag, want ik hou van je. Maar als je goed kijkt, wat de meeste mensen niet doen, zie je dat aan de rand spijkertjes zitten. Ik heb er stiekem een foto van gemaakt toen de suppoost niet oplette."

"Kijk. Liebermann spijkerde het doek dus op het spierraam en overschilderde de spijkertjes. Best lelijk, maar dat boeide hem niet, want dit was privé. Geen enkel ander werk in de tentoonstelling heeft spijkertjes, dat waren allemaal opdrachten op geprepareerde doeken."

Hij troont ons mee tot vlak bij zijn 'Liebermann'. "Hier, precies hetzelfde, spijkertjes: een intrinsiek onderdeel van zijn werkwijze als hij een privéschilderij maakte. Als ik deze foto's voorleg aan conservatoren, staren ze me aan alsof ik Mars­taal spreek. Maar dit is toch kijken? Nou ja, zo zie je tegen wat voor muren ik aanloop."

Wat gaat u nu doen?
"Doorgaan met uitpluizen. Mijn tijd zal het wel duren, ik ben relatief jong, de techniek en voortschrijdend inzicht zullen uiteindelijk bewijzen dat ik gelijk heb. Als ik het schilderij nu verkoop als anoniem, krijg ik er een irrelevant bedrag voor, maar als ik kan bewijzen dat het een Liebermann is, kan ik er een huis van kopen."

Rembrandt: Portret van een jonge man. Beeld René Gerritsen

"Ik ben natuurlijk malle Eppie als ik zeg: het zal wel, laat maar. Dat kan ik ook niet. Als ik ergens van overtuigd ben, ga ik als een bulterriër door. De waarheid zit in het object, niet in de mening; de mening verandert, het object niet. Dat is het prachtige van kunst."

Waar is de jonge man eigenlijk?
"Boven. Kom, we gaan naar hem toe."

Hij pakt zijn croissants, jus d'orange en een grote sleutelbos en wijst de weg door hoge marmeren gangen naar de eerste verdieping, waar de andere ruimte is die hij huurt. De jonge man hangt in de voorkamer, niet in de zon, wel mooi in het licht. Zijn buurvrouw is Maria de Medici, geschilderd door Gerrit van Honthorst in 1638.

Zit u weleens aan hem?
"Aan het schilderij? Ja, natuurlijk. Dat moet je doen, het is belangrijk bij een toeschrijving dat je ook de structuur begrijpt. Vooral bij Rembrandt, want hij had heel goed door dat glinsteringen op de verf iets doen voor de ervaring van het kijken."

Vindt u het schilderij echt mooi?
Hij grinnikt. "Ja, heel mooi. Zijn gezicht vind ik waanzinnig goed geschilderd. Ik dacht meteen: wat een genot dat ik een knappe jongen heb ontdekt. Het is echt geen lelijkerd. Wat ik verder geweldig vind, is de kraag, een van de belangrijkste handvatten voor de bewijslevering, door de ruimtelijkheid. Het is net of je je vinger tussen de rimpeling in het kant kunt leggen."

"Rembrandt snapte ook als enige in de Gouden Eeuw hoe out of focus werkt, het duurde tot de impressionisten voor de rest daar iets mee kon. Het is zo magistraal dat hij kon schilderen met scherpte en onscherpte waardoor zijn werk een 3D-effect heeft."

"Ja, en dan die blik natuurlijk. Ik vermoed, maar dit is een aanname en daar moet ik mee oppassen, dat Rembrandt eerst eens met je ging praten voor hij begon. Hoe kijk je uit je doppen als je niet poseert? Wie ben jij?"

Beeld Martin Dijkstra

"Daar zocht hij naar en dat maakt Rembrandt zoveel beter dan de rest. Nog steeds. Er zijn weinig fotografen die kunnen wat hij kon, laat staan schilders. Eindeloos kijken en ineens, paf, heeft hij die blik."

Ik sprak kunstenaar Jeroen Henneman. Hij gelooft niet dat de jonge man een Rembrandt is. 'Ik vind het een schilderij van niks', zei hij, 'de blik van die jongen is leeg, niet Rembrandt'.
"Prima. Er zullen altijd sceptici zijn. Daar kan ik nu niet zoveel mee. Ik heb anderhalf jaar met het schilderij geleefd en de toeschrijving tot in den treure uitgezocht met hulp van iedereen die er in dit vakgebied toe doet, dus ja, ik vind Jeroen een fantastische kunstenaar en een lief mens, maar ik vind hem geen Rembrandt­expert. Ik denk ook niet dat hij zichzelf zo noemt."

Nee. Hij zei: 'Mij interesseert het niet of iets een Rembrandt is, mij interesseert het of het een goed doek is'.
"Ja, en dat vind ik nou wel interessant om over te praten; terecht kun je je afvragen of je het schilderij goed vindt of niet, maar het is niet de kern van de discussie. De man van Ans Markus zei ook op een feestje: 'Dat is natuurlijk helemaal geen Rembrandt'. Mijn vraag is dan: wat is het doel van zo'n opmerking? Wil je een vuurtje opstoken? Heb je technisch bewijs?"

"Ik hoor het wel. Als iemand over een jaar met een gedegen artikel en tien argumenten komt waar ik geen speld tussen krijg, zal ik de eerste zijn om te zeggen: mea culpa, wat zat ik ernaast."

"Ik weet zeker dat het niet zal gebeuren, want dat zou betekenen dat mijn boek volledige onzin is en twaalf gerenommeerde Rembrandtexperts allemaal gek zijn. Sorry dat ik het zeg, maar dat is niet zo aannemelijk."

Vindt u het ook niet nogal Nederlands, zo'n reactie als van meneer Markus?
"Ja, misschien, maar ik moet zeggen dat ik vooral verbaasd was over hoe overwegend goed het nieuws hier ontvangen is, hoe positief. Ik heb zelfs wel gedacht: jongens, kom op, wees ook eens kritisch."

Nederland doet niet mee aan het WK natuurlijk. Een nieuwe Rembrandt compenseert een beetje.
"Ja, de timing was goed, de aandacht was overweldigend. Maar ik heb geen interesse in een Telegraaf-discussie, waarin iedereen met een mening een grote mond opzet. Ik heb het anderhalf jaar heel wetenschappelijk aangepakt, dat wil ik graag zo houden."

Hij werpt een blik op de jonge man, glimlacht. "Er zijn nu drie aanvragen voor internationale tentoonstellingen, het wordt opgenomen in catalogi als een echte Rembrandt. De jonge man zal zijn plek veroveren binnen het corpus van Rembrandts."

"Ik kan je vertellen, op het moment dat Ernst (van de Wetering, dé Rembrandtkenner) 'ja' zei, had ik hem meteen kunnen verkopen. Heb ik niet gedaan omdat ik een kunsthistoricus ben. Een doek moet de plek en de toeschrijving krijgen die het verdient, dat ben ik verplicht aan het object, aan de kunstliefhebbende gemeenschap en aan het Nederlands cultureel erfgoed."

"Met talloze schilderijen doe ik hetzelfde als met de jonge man, dat is mijn werk. Ik ben geen groentje en ik roep niet zomaar wat. Van iedereen heb ik het meest te verliezen. Als het allemaal flauwekul blijkt, ben ik de grap van de kunstwereld. Zo gek ben ik niet."

Hij werpt een snelle blik op de croissantjes.

Misschien moet u even uw ontbijt opeten.
"Straks, ik wil niet kraken op je bandje. Weet je wat leuk is? Er komen veel mensen naar me toe, gewoon in winkels, om te zeggen: je houdt het toch wel in Nederland? Maar ja, ik heb nog geen telefoontje van een Nederlands museum gekregen."

Waarom niet, denkt u?
"Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ze hebben uit precies dezelfde periode nu Marten al, van Oopjen, in het Rijks. Ik denk dat ze daar eerder op zoek zijn naar een late Rembrandt, of een heel vroege uit zijn Leidse periode."

Toch een buitenlandse koper dan?
"Wellicht. Dat zou ook niet erg zijn. Ik ben geen hippie, maar ik geloof wel dat we wereldburgers zijn. Vertaald naar de kunstwereld bedoel ik daarmee: schilderijen reizen. Als een museum het doek koopt, wordt het constant uitgeleend en een particulier zal het ook niet in de keuken hangen."

Of achter de kast zetten, zoals Henneman zei.
Hij schiet in de lach. "Nee, hij verdwijnt niet achter de kast. Wie er ook voor gaat, zal goed zorgdragen voor het schilderij en het beschikbaar houden voor de goegemeenschap, en dan komt het zeker ook nog naar Nederland."

Beeld Martin Dijkstra

"Tom Kaplan, met meer dan tien stuks de grootste Rembrandtverzamelaar ter wereld, heeft er niet een thuis hangen. Toen ik hem daar naar vroeg zei hij: 'O no, that would be very scary.'"

Amerikanen zijn overal bang voor.
"Jawel, maar je moet er ook wel tegen kunnen met een Rembrandt in huis te wonen. Het is een behoorlijke presence."

En u kunt het weten, opgegroeid in dat waanzinnige Six-huis aan de Amstel met al die schilderijen, waaronder een Rembrandt van uw voorvader Jan Six.
"Ja."

Stilte. Voor het eerst houdt de soepele eloquente woordenstroom even op.

Dan: "Dit schilderij is voor mij ook een catharsis. Het is losbreken. Van het verhaal, van de familienaam. Mensen die er niet echt goed over nadenken zeggen: tuurlijk ontdekt die jongen een Rembrandt. Zo werkt het niet; als je geen interesse hebt, maakt het geen hol uit of je in de juiste familie geboren bent. Het kind van Einstein heette Einstein, maar was geen Einstein."

"Ik ontdek Rembrandts omdat ik ontzettend hard werk, niet omdat ik een Six ben. We hadden mijn hele jeugd toeristen over de vloer. Die wilden dan een handje geven en zeiden: 'Ooh, we are three handshakes away from Rembrandt.' Dat vond ik eng en gênant. Nu, bij de jonge man wist ik voor het eerst heel zeker: ik heb dit gezien, ontdekt en hard gemaakt."

"Ik mag iets zeggen over Rembrandt zonder vanuit de familie te redeneren. Dat is een enorme bevrijding. Niet omdat ik het moeilijk heb met die achtergrond, ik wil gewoon laten zien dat ik het zelf kan. En dat ik gelukkig word van kunst."

Maar u ontkomt niet aan uw verleden.
"Nee, dat hoeft ook helemaal niet. Ik ben echt een Amsterdammer en mensen die me goed kennen, weten dat ik smoorstapelverliefd ben op deze stad, je zal me niet snel wegjagen."

"Dat de familie Six hier een behoorlijke afdruk heeft achtergelaten, in het oog lopend en minder zichtbaar, is mooi en bijzonder, maar het maakt me niet per se trots. Ik ben dat wel, voorzichtig, op wat ik zelf heb neergezet in de kunstwereld. Vaak stel ik me ook voor als alleen Jan, dan kan ik rustig opereren."

Dat u met oude kunst werkt, maakt het niet makkelijker. Als u een fantastische neurochirurg was geworden, had niemand gezegd: logisch, hij is een Six.
"Nee, alleen is dat onzin. De familienaam Six is verbonden aan kunst, maar ik ben de eerste Six sinds 1926 die echt in de kunst is gegaan, als beroep. Als neurochirurg was ik doodongelukkig geworden, want ik wist al heel jong dat ik van kunst houd, dat ik oude schilderijen geweldig vind. Het voordeel van dit vak is ook dat je het alleen kunt doen. Kijken doe je zelf, lezen doe je zelf, iets uitpluizen doe je zelf. Dat bevalt me."

Bent u zo graag alleen?
"Nou, ik word niet graag afgeleid als ik heel geconcentreerd ben, maar ik hou ook van praten, om samen tot iets te komen. In dit werk moet je ook sociaal zijn, anders ga je straks nog denken dat alleen jij gelijk hebt."

De jonge man heeft u anderhalf jaar min of meer geheim gehouden. Was dat moeilijk?
Quasisfinxachtig: "Misschien heb ik nog wel veel meer geheimen."

Dat geloof ik direct.
"Nee maar serieus. Ik zag en wist iets wat de rest niet zag. In mijn eentje staarde ik in de mist, dat was best eenzaam."

En dan was u ook nog eens net gescheiden van de moeder van uw kinderen.
Hij gaat achterover zitten. "Nou, ik was al een tijdje gescheiden hoor, het was niet meer zo rauw. Bepalender was dat ik Ronit, mijn lieve vriendin, leerde kennen drie dagen nadat de catalogus op de mat was gevallen."

Beeld Martin Dijkstra

"We werden aan elkaar voorgesteld tijdens een etentje. Er was meteen een megaklik, ik liet de galerie zien, vertelde wat ik deed - je bent natuurlijk heel enthousiast als je verliefd bent - en gelukkig zei ze: ik hou van oudere kunst."

"Ik vroeg: hou je ook van Rembrandt? Vond ze ook prachtig. Je zal me wel een ongelooflijke debiel vinden, zei ik toen, maar ik denk dat het iets gaat worden tussen ons en ik moet kwijt dat ik een Rembrandt heb ontdekt."

Er zijn slechtere binnenkomers.
"Daarom zei ik het niet, want het was al zo duidelijk dat we elkaar ongelooflijk leuk vonden. Het was gewoon zo spannend, het schilderij was nog niet gekocht hè. In de rare periode tussen zien en kopen heb ik haar ontmoet. Zij heeft het echt helemaal meegemaakt terwijl we elkaar steeds beter leerden kennen."

Wat vinden uw kinderen van de jonge man?
"Mijn zoon van vijf vindt het leuk wat papa doet, maar hij laat zich er niet zo over uit. Mijn driejarige dochter is veel uitgesprokener. Ronit en ik gingen met ze naar de Hermitage om te laten zien hoe hij op zaal hing."

"Mijn dochter stormde naar binnen, ging voor hem staan en zei: 'Díe is lelijk!' Ik nog proberen: Vind je het echt niet mooi? Nee. Niet leuk ook? Nee. Helemaal nee, alles nee."

Het alleenstaand vaderschap, hoe combineert dat met de kunsthandel?
"Ik doe het niet alleen, ze zijn om de week bij ons en dan is Ronit er ook enorm voor ze. Weet je, dit vak, los van de kinderen, kun je alleen doen als een obsessie. Anders vind je niks."

"Dat obsessieve zal op bepaalde momenten lastig zijn voor kinderen, een partner, vrienden, ouders. Mijn karakter is zo dat als ik me, zoals ik geregeld doe, onderdompel in een kunsthistorisch avontuur, ik dan..." Hij zoekt naar woorden.

... u dan een tikje ingewikkeld wordt om mee te leven?
"Ja, in die zin dat wanneer ik een game changer op het spoor ben, ik supervergeetachtig ben en waarschijnlijk niet zo attent, ja, een ongelooflijke lummel eigenlijk, soms, maar het heeft wel een doel. Het afgelopen anderhalf jaar zat ik vaak volledig in Rembrandt La La Land. Dat zal best lastig zijn geweest voor mijn omgeving. Gelukkig kan ik nu, achteraf, wel zeggen: het was het waard. Dit verandert alles."

Nu bent u rijk.
"Financiële onafhankelijkheid is fijn, maar het gaat mij meer om erkenning door mensen in het vak. You have landed, schreef een collega-Tefaf-handelaar op leeftijd, die ik een boek had gestuurd met een brief erbij."

"Echt een bijzonder compliment. Dat staat zo los van rijkdom. Bovendien, rijkdom is niet im Frage, want het doek is niet verkocht."

En u was misschien al rijk?
"Nee, het is een grote misvatting dat het voor mij allemaal niet zoveel uitmaakt omdat ik opgegroeid zou zijn met oud geld. Dat is helemaal niet zo. Wij hadden een normale opvoeding op een bijzondere plek. Bij ons thuis werd gehamerd op hard werken en zelf doen."

"Ik heb dit, mijn galerie, uit de grond gestampt met eigen centjes. Ik had geen miljoen uit een familievermogen om lekker te gaan handelen. Uit een erfenis van mijn grootmoedertje kreeg ik tweeduizend euro, dat was het."

"Ik heb er verf van gekocht - deze kleur hier op het houtwerk, duck egg green, heel mooi - en de eerste huur betaald, toen was het op."

"Ik zei tegen mijn ouders: shit, ik heb een contract getekend, maar ik heb de huur niet voor de volgende maand. Nou, zei mijn vader, dan zou ik maar eens aan de slag gaan. Dat heb ik gedaan. Van maand naar maand, en langzaamaan brak ik door, door mijn nek uit te steken en uren te maken, niet door een Six te zijn."

"Voor mij is een euro ook echt een euro. Ik kan echt narrig worden van onzinnig geld uitgeven. Doe niet zo cheap, joh, zeggen vrienden weleens. Niks cheap, om een euro uit te geven moet je er drie verdienen. En natuurlijk ben ik ontzettend blij met die Rembrandt, maar ik kan ook heel erg blij zijn met een prachtige tekening die ik voor honderd pond vind op een of ander klein rotveilinkje in Ierland."

Waar ligt u wakker van?
"Van de gedachte dat ik niets meer vind. In zo'n periode waarin er niets op de markt komt en ik alleen maar rommel tegenkom in catalogi word ik heel onrustig. Mijn markt, 1400, 1500 tot Napoleon, wordt ook alleen maar enger, er komt nooit meer wat bij."

Ja, het is natuurlijk een eindig spelletje wat u speelt.
"Zeker. Ik ben heel blij, hoor, dat al mijn kunstenaars dood zijn. Je kunt eindeloos over ze blijven discussiëren. Als ik handelde in moderne kunst, kon ik bij een aankoop aan de kunstenaar vragen: wat heb je eigenlijk bedoeld? Het antwoord is dan de waarheid. Dat lijkt me verschrikkelijk. Dan ben je niet meer autonoom aan het denken."

"Mijn vakgebied kent andere obstakels. Een Rembrandt ontdekken in 1920 was echt niet zo heel moeilijk. Maar een Rembrandt ontdekken in 2030," - hij fluit met ontzag - "dat is niet zomaar wat."

Gaat het nog een keer lukken?
"Tuurlijk. Tot mijn dood zal ik blijven zoeken en ontdekken. Ik ga nooit met pensioen, maar mijn visies zullen veranderen. Dat is leuk. Ik schrijf vaak met potlood gedachten in mijn kunstboeken, in de kantlijn. Kijk, hier, naast een schilderij toegeschreven aan Frans Hals. Ik schreef eerst: nee, ik denk Judith Leyster, initialen, 2011. Dan bij 2013 staat: Molenaar. In 2016: Leyster. En dan toch: Hals. Dus ik verander, ik groei."

Zou het dan kunnen zijn dat u de jonge man over twee jaar toeschrijft aan een ander?
Hij lacht breed en klopt op de tafel als Frank Underwood in House of Cards. "Nee. Hier ben ik zeker van: dit is een Rembrandt."

Jan Six: Rembrandts Portret van een jonge man, Uitgeverij Prometheus, €19,99.

Cv

Jan Six
25 juni 1978, Amsterdam

1989-1990
Amsterdams Lyceum

1990-1995
Havo Fons Vitae Lyceum

1995-1996
Hbo museologie, Reinwardt Academie

1997-1998
2 jaar in 1 vwo, De Nieuwe School

1998-2003
Kunstgeschiedenis, UvA

2003-2009
Sotheby's, Londen en Amsterdam

2009-heden
Jan Six Fine Arts

Jan Six woont samen met Ronit Palache in De Pijp, deels met zijn twee kinderen uit een eerdere relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden