Jan Cremer ontvangt Frans Banninck Cocq Penning in ambtswoning

Schrijver en schilder Jan Cremer (80) heeft dinsdagmiddag in de ambtswoning aan de Herengracht in Amsterdam de Frans Banninck Cocq Penning ontvangen. 

Jan Cremer ontvangt de Frans Banninck Cocq Penning van wethouder Rutger Groot Wassink.Beeld Ronald Ockhuysen

De penning is een onderscheiding van de stad Amsterdam en wordt verleend aan Amsterdammers die zich ten minste tien jaar bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt op cultureel, maatschappelijk of economisch gebied.

Volgens loco-burgemeester Rutger Groot Wassink is het Cremers grootste verdienste dat hij zich nooit iets van conventies heeft aangetrokken. Daarmee is Cremer ‘een voorganger en een pleitbezorger van het vrije Amsterdam zoals we dat nu kennen en waar iedereen welkom is’. 

Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering in Amsterdam, verslond als puber Ik, Jan Cremer, de roman waarmee Cremer in 1964 doorbrak. “Dat boek was startschot van een explosie die zijn weerga niet kende, en uiteindelijk de grond rijp maakte voor de roerige tijd die erna kwam: van provo’s, kabouters en Damslapers tot enthousiast lsd-gebruik.” 

Die opmerking noodde Cremer, die door zijn vrouw Babette en vrienden met een smoes naar de Herengracht was gelokt, tot een interruptie: “De provo’s en dat soort zaken kwamen dus allemaal ná mij. Dat wil ik voor de geschiedschrijving wel even genoteerd hebben.”

De loco-burgemeester prees eveneens de wijze waarop Cremer (‘u was de eerste post-modernist’) de ‘zelfgecreëerde mythe’ rond zijn kunstenaarschap in stand houdt en zodoende ongrijpbaar blijft voor de gevestigde orde. “U beschikt altijd over een goed verhaal en weet dat altijd goed te verkopen; iets wat mij als politicus vanzelfsprekend fascineert.”

‘Verrast en vereerd’

Cremer zei na afloop in de ambtswoning ‘verrast en vereerd’ te zijn met de erkenning. “Als ik dan toch ergens thuis ben, dan is dat hier en in ons huis in Italië. Al blijft de onrust me voortjagen. De drang om ergens anders te zijn, gaat bij mij nooit meer helemaal uit het systeem.”

De Frans Banninck Cocq Penning is de tweede prijs die Cremer van de stad Amsterdam ontvangt. In 1967 kreeg hij de Prozaprijs van de Gemeente Amsterdam (later de Multatuliprijs). Dat gebeurde destijds met de nodige afkeuring vanuit de politiek. Groot Wassink benadrukte dat het stadsbestuur de Frans Banninck Cocq Penning ‘unaniem’ en ‘vol overtuiging’ aan Cremer heeft toegekend. “Zo is dit ook voor altijd rechtgezet.”

Eerder kregen onder anderen danseres Igone de Jongh, Marloes Krijnen (voormalig directeur van Foam), Max van Weezel, Frank de Boer, Willeke Alberti en Drs. P de onderscheiding, die bestaat uit een stalen penning van zes centimeter doorsnede in een zwart doosje, met bijbehorende zilveren insigne. Het ontwerp is van Mirjam Mieras.

Jan Cremer ontvangt de Frans Banninck Cocq Penning van wethouder Rutger Groot Wassink.Beeld Ronald Ockhuysen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden