Plus

Jan Cremer: 'Ik kende mijn vader alleen maar uit verhalen'

In het nieuwe boek van Jan Cremer, Odyssee, gaat hij op zoek naar de wortels van zijn bestaan. Wie waren zijn vader en moeder? 'Als ik iets heb geleerd van het schrijven van dit boek is het dat ik, zonder dat ik dat hiervoor wist, een blauwdruk ben van mijn vader.'

Jan Cremer: 'In plaats van een mak vrouwtje zat mijn vader opgescheept met een vuurspuwende berg'Beeld Ferdy Damman/ANP

'Ik werd door mijn vader gewurgd omdat ik hem had gestoord bij het schrijven aan zijn roman. Ik was twee. Mijn moeder gooide een gloeiend strijkijzer naar zijn hoofd."

Jan Cremer wrijft even over zijn keel. "Ik heb heel lang last gehad van mijn keel. Maar ik judode heel veel en dacht dat het daardoor kwam. Maar toen mijn moeder dat verhaal van die verwurging vertelde, wist ik natuurlijk dat mijn vader daar verantwoordelijk voor was."

Onrust
Het verhaal is te lezen in Odyssee, het boek waarin Jan Cremer op zoek gaat naar zijn familieachtergrond. Fernweh is de ondertitel, en dat woord karakteriseert vooral de vader van Cremer, die in zijn onrust altijd het onbekende wilde ontdekken.

Hij was een tot ingenieur opgeklommen elektromonteur, maar bovenal een avonturier en ontdekkingsreiziger. En hij schreef krantenreportages over zijn reizen. Jan Cremer citeert in Odyssee ruim uit die reportages waarmee hij de Fernweh van zijn vader mooi illustreert.

Over de grenzen
"Nu weet ik dat ik dat onrustige van hem heb, hè. Altijd verder willen, over de grenzen. Op zoek naar een nieuwe horizon. Waarom ik nu pas over hem schrijf? Omdat ik altijd met mezelf bezig was. Ik moest zelf de wereld veroveren, snap je? Mezelf vinden."

"Het begon ergens in 2010, toen ik hoorde dat iemand bezig was de biografie van mijn vader te schrijven. Daar klopte helemaal niets van. Hij werd met totale onverschilligheid behandeld in paar vellen papier."

"Ik kende hem alleen uit verhalen - een grote knappe kerel met helblauwe ogen die voor niemand opzij ging. Want hij stierf toen ik twee was, in 1942, en ik heb eigenlijk geen herinneringen aan hem. Maar ik vond het toch interessant dat iemand met hem bezig was. Maar er kon er natuurlijk maar een iemand een echt boek over hem schrijven, hè."

Doodskist
In 2011, tien jaar na haar dood, doorzocht Jan Cremer de nalatenschap van zijn moeder, de in Hongarije geboren Rozsá Csordás Szomorkay.

"Ik heb die spullen bewust lang laten liggen. Te emotioneel. Ik vond tussen die spullen een oud bordspel van Shell, een soort ganzenbord. Dat heb ik veel met mijn moeder gespeeld bij het licht van een carbidlamp, in de oorlog. Op de achterkant stonden tekeningen van mij. Mijn vader met zijn hoed in een doodskist. Ik had raampjes in die doodskist getekend, zodat hij me altijd kom zien."

"Maar die hoed. Blijkbaar had ik onthouden dat hij altijd zijn hoed op had omdat hij altijd op het punt stond de benen te nemen. Toen was ik weer terug in de Emmastraat in Enschede."

Zijn nieuwsgierigheid naar zijn roots kon hij nu niet langer bedwingen en Jan Cremer dook de archieven in, probeerde mensen te vinden die nog iets over zijn ouders konden vertellen. Begon een odyssee naar zijn afkomst.

Daar was hij al tientallen jaren mee bezig, al toen hij De Hunnen schreef, maar in die tijd stuitte hij steeds op weerstand. Men kende zijn vader 'opeens' niet meer.

Verbonden met schandalen
"Er hing een mythe om zijn persoon. Er werd niet over hem gesproken, maar ik merkte dat hij altijd verbonden was met schandalen. Hij ging maar op reis en liet zijn vrouw en zoontje in Enschede aan hun lot over."

"Overal ter wereld had hij liefjes zitten. En ze waren allemaal tegen Cremer. Die ging maar naar Parijs. Niemand wilde me iets vertellen. Allemaal jaloezie natuurlijk, hè. Hij leidde het leven dat zij wilden leven. Ik was er wel trots op toen ik hoorde hoe ze hem probeerden te ontkennen. Dat hebben ze met mij ook geprobeerd, hè."

Maar hij was vooral geïnteresseerd in zijn moeder, want van haar geschiedenis wist hij nagenoeg niets. De moeder die eind jaren dertig naar Enschede reisde uit liefde voor zijn vader.

"Helemaal niet waar. Mijn vader was veertig jaar ouder dan mijn moeder. Hij ontmoette haar in 1937 in een befaamd café in Boedapest waar zij als serveerster werkte. Ze moest niets van hem weten. Maar ze was stronteigenwijs."

"Ze kwam uit een aristocratische familie. Ze zat op het conservatorium, studeerde piano en ballet, maar haar familie wilde niet dat ze danste, en weigerde haar te ondersteunen. Dus om haar studie te bekostigen werkte ze in een chocoladefabriek, een ziekenhuis, en dus als serveerster."

"Mijn vader, op de terugweg van een van zijn reizen naar Palestina, zag die bloedmooie meid en probeerde haar te versieren. Want hij was een charmeur, en vrouwen vielen bij bosjes voor hem. Man, ik heb tweehonderd brieven van een twintigtal Duitse vrouwen... jongen, dramatisch! Dat alleen al is een boek. Maar goed."

"Mijn moeder krijgt ruzie met haar familie, herinnert zich die oudere man uit Enschede en stapt op de trein. Met liefde had het niets te maken. Ook zij was rusteloos en obstinaat. In haar nalatenschap zat een schrift waarin ze over haar leven schreef. Mijn tocht door de hel heeft ze het genoemd."

Vuurspuwende berg
"Mijn moeder heeft veel van mijn vader weggegooid, wilde niets meer van hem weten. Ik heb maar zes foto's waar hij op staat. Mijn vader had het paard van Troje binnengehaald. In plaats van een mak vrouwtje die naar hem luisterde zat hij opgescheept met een vuurspuwende berg."

"Hij had al snel maar heel weinig contact met haar. Hij was altijd weg. Toen ik geboren werd was hij in Turkije op reportage. Ik zie het zo; mijn vader en moeder waren twee vulkanen die op elkaar botsten en daar ben ik als een raket uit naar boven geschoten."

Karwatsen
Hij zegt nogmaals dat hij met dit boek zijn fundament heeft neergezet.

"De bouwstenen van Jan Cremer. Maar ik heb veel maar heel summier weergegeven omdat ik er niet meer over kon vinden. Zijn reizen naar Afrika, waar hij in Ivoorkust een handelspost had met zijn broer Cornelis. Dat is ook een boek. En het blijkt allemaal te kloppen, hè, van al dat gereis."

"Hij leefde zeven levens, wat ik in feite ook doe. Wat een kleurrijk figuur! Hij had honger naar het leven, honger naar alles, kon zich niet concentreren op één ding. Ik heb dat ook, dat continue achter de horizon willen kijken. Altijd weg willen. Als ik iets heb geleerd van het schrijven van dit boek is het dat ik, zonder dat ik dat hiervoor wist, een blauwdruk ben van mijn vader. Zodra ik kon lopen liep ik weg."

"Maar ik heb de karaktertrekken van beiden, dat begrijp ik nu wel. Mijn moeder was een eigenwijs mens, en ik ben heel streng opgevoed. Ze heeft karwatsen op mijn rug stukgeslagen, nou. Toch heb ik een fantastische jeugd gehad."

Nooit een thuis
Al miste hij wel vaak een vader. "dan zag ik vriendjes met hun vader bezig, fietsen enzo. 'Lieve heer, geef me een vader,' bad ik dan. Maar als ze vijf minuten te laat thuiskwamen kregen ze toch een pak rammel. Dan zei ik snel: 'Lieve heer, geef me alstublieft geen vader'."

Hebben de omzwervingen naar zijn vader en moeder hen thuis gebracht?
"Ik heb nooit een huis gehad, mijn leven zat in een koffer of in een plunjezak, ik was altijd weg. En ik ben nog steeds weg. Nee, dit is het appartement van mijn vrouw."

"Die titel, Odyssee. De overeenkomt met Homerus is een leven vol avontuur. Onderweg krijg je te maken met rampen, monsters, maar ooit kom je weer thuis. Maar ik heb geen thuis, ik ben steeds onderweg. Gelukkig heb ik ook geen thuis, want daar gaat mijn werk over, snap je?"

Jan Cremer: Odyssee, De Bezige Bij, 288 blz, €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden