Plus

Jacqueline de Jong in Stedelijk: etsen en flipperkasten

Musea hadden lange tijd weinig belangstelling voor haar werk, maar miskend voelde Jacqueline de Jong zich nooit. 'Ik kon in goede galeries exposeren. En ik was geobsedeerd door flipperen.'

Voor we door haar tentoonstelling lopen, vraagt kunstenaar Jacqueline de Jong of we eerst naar het begin zullen gaan of naar het eind. Dat kan namelijk allebei. We nemen een kleine omweg via het kinderatelier. Hier staat een aantal flipperkasten waar het publiek op kan spelen, als onderdeel van de tentoonstelling.

Flipperen is belangrijk in de tentoonstelling, het is zelfs een soort rode draad geworden. De kunstenaar, onlangs 80 geworden, beweegt zich als een 'pinball wizard' door de zalen van het Stedelijk Museum.

Er zijn schilderijen van haarzelf te zien, maar ook van collega's en vrienden met wie ze heeft samengewerkt. Ook heeft ze een keuze gemaakt uit de collectie van het museum: schilderijen, prenten, tekeningen, kunstenaarsboeken en archiefmateriaal.

De Jong heeft een bijzondere band met het museum, waar ze in 1957 op de afdeling vorm­geving werd aangenomen door de legendarische directeur Willem Sandberg (1897-1984). "Ik wist niet wat ik moest doen en toen zag ik een advertentie voor de baan in het Stedelijk. Ik werd aangenomen als wetenschappelijk assistent, terwijl ik allesbehalve wetenschappelijk was."

Hengelo
Er is heel veel te zien en de tentoonstelling flippert inderdaad alle kanten op. Maar het begint met een paar intieme zelfportretten van De Jong. "Dit heb ik gemaakt toen ik een jaar of tien was," vertelt ze bij de eerste tekening. "We woonden in Hengelo en ik had heel atypisch haar, heel anders dan andere kinderen. Dat heb ik eigenlijk nog steeds. De kinderen op school scholden mij uit voor Papoea, dus heb ik mijzelf getekend als Papoea."

De andere zelfportretten zijn een paar jaar later gemaakt, toen De Jong in het Stedelijk werkte. "Een van de tekeningen is recent op een veiling teruggevonden. Ontzettend grappig. Het moet uit de tijd van het Stedelijk zijn, want op de achtergrond is het uitzicht op de Lijnbaansgracht waar ik toen woonde."

Lange tijd werd De Jongs werk nauwelijks aangekocht door Nederlandse musea, maar ze voelt zich allerminst miskend. "Ik heb altijd in goede galeries in binnen- en buitenland kunnen exposeren en vijftien jaar geleden had ik een tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen."

Als we door 'haar' zalen in het Stedelijk lopen, kijkt ze met bewondering naar drie Engelse tienermeisjes die haar schilderijen geconcentreerd bestuderen. Ze krijgen op een gegeven moment door dat de kunstenaar aanwezig is en vragen of ze met haar op de foto mogen.

Discipline
Willem Sandberg vond ze een charismatische man. "Hij was natuurlijk een fantastische typograaf en dat vond ik heel interessant. Het heeft me ook geholpen toen ik zelf tijdschriften ging maken. Hij vond discipline een van de belangrijkste dingen; daar heb ik als kunstenaar veel aan gehad."

Haar werk in het Stedelijk vond ze vrij saai. In de zalen waar Pinball Wizard nu is, waren in de jaren vijftig nog stijlkamers. De meubels, keramiek, zilver en andere voorwerpen die er getoond werden, kwamen uit de collectie van
Sophia Adriana Lopez Suasso, een van de grondleggers van het museum. "Die moest ik afstoffen. Af en toe brak ik een schaaltje. Dat vond Sandberg niet erg. 'Ga jij maar lekker door met die vreselijke dingen afstoffen.'"

Na twee jaar vertrok De Jong naar Parijs. Ze wilde graag leren etsen en ging op aanraden van Sandberg en Asger Jorn naar het atelier van de Engelse kunstenaar Stanley Hayter.

Jacqueline de Jong

Kunstenaar heeft voor de expositie in het Stedelijk eigen werk uitgekozen, maar ook werk van vrienden en stukken uit de museumcollectie

In Parijs ontplooide ze zich steeds meer tot schilder, beeldhouwer en grafisch vormgever. Asger Jorn werd haar partner en dat is in haar vroege werk terug te zien, zegt De Jong nu. "Ik had nog niet echt een vorm gevonden. Later begon ik een eigen signatuur te krijgen. Kijk, dit is 1968, toen werd alles kleuriger. Fluorescerender zelfs."

In de laatste deel van de tentoonstelling hangen keramische aardappelen ('baked potatoes'). Daaronder staat een vitrine met 'juwelen': vergulde en verzilverde aardappelplanten. In de laatste zaal is het optimisme van de jaren zestig ver te zoeken.

"In deze schilderijen komen Syrië en de Eerste Wereldoorlog samen vanwege het gebruik van gifgas. Iedereen ziet hier landschappen in, maar het zijn totaal verbrande lichamen."

Ondanks het zware thema ziet De Jong zichzelf niet als pessimistisch. "Ik ben realistisch. Ik geloof dat de mensheid niet helemaal krankzinnig is, ondanks het populisme. Ik laat me niet pessimistisch maken. Ik zie ook mensen als Nancy Pelosi, die opstaan tegen onrecht. Dat houdt de weegschaal toch in balans."

Oeuvreprijs

Toen Jacqueline de Jong in 1971 van Parijs terug naar Amsterdam verhuisde, was flipperen een rage. Op het Museumplein werd het wereldkampioenschap flipperen gehouden. De Jong werkte aan een tijdschrift over de geschiedenis en de betekenis van de flipperkast. Haar documentatie daarover maakt deel uit van de tentoonstelling.

"In Nederland was het een nieuw fenomeen, maar in Parijs stond in elk café een flipperkast. Ik was totaal geobsedeerd. Ik vind het een prachtig spel, omdat het veel met toegepaste kunst te maken heeft. Je zit in een vlak en je bespeelt een instrument. Het ding beweegt ook."

De Jong neemt 18 maart de Prix Aware in ontvangst in Parijs, voor haar loopbaan en oeu­vre. De prijs bestaat uit 10.000 euro en een publicatie.

Pinball Wizard, Het leven en werk van Jacqueline de Jong. Stedelijk Museum, t/m 18 augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden