Jacksons geest waart rond op North Sea Jazz

Het North Sea Jazz kwam traag op gang dit jaar. Letterlijk: vrijdag kampte de metrolijn naar het Ahoy' met een urenlange storing. En figuurlijk: overal hoorde je mensen zeggen dat ze hun draai niet konden vinden. Niet verwonderlijk. Het programma boodnauwelijks verrassingen en de grote acts vielen tegen.

Natuurlijk was het bijzonder om de 83-jarige blueslegende B.B. King te zien - en gezien het feit dat hij in een rolstoel naar het podium werd gereden, was het misschien echt de laatste kans - maar de toon van een festival wordt niet gezet met een afscheid. En wie zich had verheugd op het jeugdige elan van Duffy, zag een stijf dametje in een glitterjurk heen en weer over het podium trippelen en alsmaar datzelfde lammetjesvibrato produceren. De sfeer bleef lauw.

In een middelgrote zaal presenteerde het North Sea de meest urgente Japanse jazzbands van het moment. Zo strak als de Japanners er uit zagen, zo strak klonk ook de hardbop van groepen als Quasimode en Kyoto Jazz Massive Live Set. Maar voor opwinding zorgde alleen Soil & Pimp. En die krankzinnige formatie - een stoïcijnse pooier geflankeerd door een rimtesectie en twee blazers die zo snoeihard spelen dat het lijkt of ze ten oorlog gaan - is al vaste gast van het festival.

Een nieuw geluid was wel te vinden in het kleine zaaltje met de naam Yenisei. Daar speelde trompettist Matthias Schriefl, afkomstig uit een Oost-Duits plaatsje waar men naar zijn zeggen nog Lederhosen draagt. Hij speelde trompet als een jonge olifant: verlegen, wanhopig en vertederend.

Midden in een ruig rockgedeelte met stevige onheilspellende gitaar, stampende drums en dwingende bas gingen hij en zijn bandleden over tot een stripfiguurachtige koorzang: lalalalaaa. Schriefl liet zien dat esthetiek en humor samen kunnen gaan.

Zaterdag was vanaf de eerste stap in Ahoy' te merken dat de sterren beter stonden. In de toegangshal bracht de wandelende TBC Brass Band in New Orleansstijl, met tuba, een eerbetoon aan Michael Jackson met een rondborstige uitvoering van Shake your body down (to the ground).

De geest van de King of Pop waarde in het hele festival rond. Later op de avond speelden de drie virtuoze bassisten Stanley Clarke, Marcus Miller en Victor Wooden een testosteronuitvoering van Beat it. De variétédansgroep Harlem James Gang deed de moonwalk. En Jamie Cullum zong a capella Thriller.

De huisartiest was dit jaar de eigengereide duizendpoot John Zorn. Hij dirigeerde zijn gelegenheidsband Bar Kokhba, die zijn ingenieuze mix van klassiek, jazz, swing en country en oosterse- en filmmuziek ten gehore bracht. Zorn stapelde laag op laag en ritme op ritme, waardoor de luisteraar zich in een uitdeinend universum waande.

Grote publiekstrekker was componist, pianist, bandleider en arrangeur Burt Bacharach. Het was zijn eerste optreden in Nederland. Hij kroop achter de vleugel en opende met drie zangers het concert met een medley van zijn grote hits zoals Walk on by, What the world needs now en I say a little prayer. De beminnelijke oppermeester riep zijn 'special guest Traincha' het toneel op, waarna Trijntje Oosterhuis met Who'll speak for love liet horen tot welk een perfectie zij in staat is: elke noot plaatste ze met zorg, liefde en vakmanschap.

Nog zo'n zangeres die voor verbijstering zorgde, was Rachelle Ferrell. Samen met opperfunker George Duke stond ze op het grote podium. Toen Ferrell in het aangrijpende I can explain de regel 'You've got somebody else' zong, of eerder volbracht, was het of het schilderij De schreeuw van Munch tot leven kwam.

Uit de Amy Winehouseschool toonde Adele zich een begeesterder leerling dan Duffy. Seal maakte zijn comeback met oude hits als Crazy. Kyteman's hiphop orkest zorgde voor opstoppingen in de festivalgangen. Mensen gingen nog net niet bij elkaar op schoot zitten om hem al springend te zien dirigeren. Hartverwarmend was het concert van Melody Gardot, die op het podium de indruk wekte van een spinnende kat met haar zang vol rollende r'en, haar sluipende ritme en hier en daar een onverwachte uithaal.

En toen trad zanger, gitarist, producer Raphael Saadiq aan in de middelgrote zaal. Hij zong en nam ons mee naar de tijden van Smokey Robinson, Marvin Gaye en Sam Cooke. Hij danste en de shows van James Brown kwamen voor ogen. Hij en zijn band stuwden het bloed met een rotgang van de tenen via het hart naar de kruin. En de grote vraag was: wie was in vredesnaam die achtergrondzangeres? Signalement: donkere vrouw met vederlicht postuur, hoge soulstem, kortgestreken haar, mannenpak met stropdas - en een energie waar tien huishoudens een week op kunnen draaien. (MAARTJE DEN BREEJEN)

North Sea Jazz Festival 2009.
Met Duffy, Burt Bacharach, Soil & Pimp, John Zorn, Melody Gardot, Raphael Saadiq e.a.
Gezien: 10, 11 en 12 juli, Ahoy, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden