Plus

Jaap van Zweden is thuis als chef-dirigent in New York

Jaap van Zweden staat donderdagavond voor het eerst als chef-dirigent voor het New York Philharmonic Orchestra. Een goede match, denkt hij: 'New Yorkers zijn net zo brutaal als Amsterdammers.'

Chefdirigent Jaap van Zweden tijdens een repetitie met het New York Philharmonic. Beeld anp

Het appartement is nog wat kaal, de Van Zwedens zijn net gearriveerd in New York. Er staat één studeer­tafel in de ruime woon­kamer met uitzicht op het Lincoln Center, waar Jaap van Zweden (57) woensdagavond voor het eerst als chef-dirigent het voornaamste ­orkest van de stad leidt.

De partituren liggen opengeslagen met het potlood ernaast, enkele dagen voor het openingsconcert waar New York al weken naar uitkijkt.

De stad hangt vol reusachtige posters met de kale schedel van Jaap van Zweden. Als hij vanuit zijn appartementencomplex Broadway op stapt, staat hij binnen een paar minuten oog in oog met zichzelf.

U woonde hier als 16-jarige jongen, toen u dankzij een beurs kon studeren aan de ­prestigieuze Juilliard School. Hoe is het om ­terug te zijn?
"Heel leuk natuurlijk. De school staat naast de zaal van het orkest. Heel gek, vanuit mijn kantoor kijk ik zo in de studeerkamer waar ik vroeger heb gestudeerd. Ik ben hier geweest van 1977 tot 1979. De school is aan de buitenkant iets verbouwd, maar die kamer is nog hetzelfde."

New York moet in de jaren zeventig een stuk rauwer zijn geweest.
"Ik woonde in de 97ste Straat, Spanish Harlem, dat was toen wel linker dan nu. Ze konden me beroven, maar ze wisten dat er niets te halen was bij een jongetje met een vioolkistje."

"Er werd mij wel verteld dat ik in een niet al te veilige buurt woonde, maar ik had geen keus, mijn ouders hadden het geld niet. Ik had een concours gewonnen en daardoor kon ik hier studeren. Ik had 200 dollar per maand om te eten, dat was het wel. Ik had een kamertje met alleen een bed en een tv'tje. Het contrast met nu is erg groot."

Was het een mooie tijd?
"Ik vond het erg lastig, de eerste acht maanden was ik helemaal alleen. Op school was het ieder voor zich, zo competitief. Tot ik een keer een competitie won, toen kwamen mensen naar me toe. Hoe heet je eigenlijk, waar kom je vandaan? Dat was pas na een maand of zes."

"Daarna kreeg ik wat vrienden. Gingen we voetballen in Central Park of 's avonds naar concerten van de New York Philharmonic. Toen werd het leuk. Maar het was vooral acht uur per dag studeren. Nu ben ik terug en moet ik weer acht uur per dag werken. Ik zit alleen in een beter appartement."

Sterker, The New York Times bestempelde Jaap van Zweden deze zomer tot de best betaalde ­dirigent van Amerika. In het seizoen 2015-2016 verdiende hij bij het symfonieorkest van Dallas volgens de krant 3,6 miljoen dollar (ruim 3 miljoen euro).

Van Zweden merkt op dat een bonus die over verschillende jaren verspreid is uitbetaald foutief is meegerekend, maar veel woorden wil hij er niet aan vuil maken. Of hij nog steeds op één staat nu hij van subtopper Dallas naar de absolute wereldtop in New York is gekomen?

"Ach, dat weet ik niet. De beloning is zo ongeveer gelijk, ik geloof dat het iets minder is zelfs."

Voelt u druk als een van de toonaangevende kranten van de Verenigde Staten meekijkt?
"Er is hier negen jaar een chef-dirigent geweest die elke week door de heren critici de hemel in werd geschreven. En toch eindigt hij met een vrij geringe carrière. Je kunt wel een beroemde krant zijn, maar uiteindelijk kun je iemands carrière niet maken."

"Het zijn de orkesten en de spelers die dat doen. En je hebt ook nog het publiek. Ik heb hier eens een Mahler­symfonie opgevoerd. Het orkest en het publiek gingen helemaal uit hun dak, bij de krant vonden ze het niet zoveel. En juist vanwege dat concert ben ik later gekozen als nieuwe baas."

U koos een gewaagd programma voor het ­openingsconcert. Legt u de lat hoog?
"Als je hier staat, moet je alles kunnen, dus maakt het niet uit. We proberen inderdaad niet makkelijk weg te komen, we spelen een nieuwe compositie van Ashley Fure. Zij gebruikt instrumenten zoals we dat niet gewend zijn. Ze wil bijvoorbeeld dat je een potlood tussen de snaren van een viool steekt."

CV

Geboren in Amsterdam, 12 december 1960
1977 winnaar Nationaal Vioolconcours Oscar Back, daarna studie aan de Juilliard School, New York
1979-1995 eerste concertmeester Concertgebouworkest
1996-2011 chef-dirigent bij achtereenvolgens Orkest van het Oosten, Residentie Orkest en Radio Filharmonisch Orkest
2008-2018 muzikaal directeur Dallas Symphony Orchestra
2012 chef-dirigent Hong Kong Philharmonic Orchestra
2018 chef-dirigent New York Philharmonic Orchestra

"Als je op dat potlood tikt, geeft dat een apart geluid. Maar we spelen ook een klassiek pianoconcert van ­Ravel en Le Sacre du Printemps van Stravinsky. Dat is altijd een pittig stuk om te dirigeren."

"Het zijn zoveel mensen op het podium en het is zwaar neergeschreven, maar het moet vrij doorzichtig klinken. En de stemmen moeten goed te horen zijn. Dat is niet makkelijk."

Voelt u zenuwen?
"Tuurlijk, er is altijd druk. Maar zenuwen zijn er alleen als je iets moet doen wat je eigenlijk niet kunt."

Het orkest gaat ook een compositie van Louis Andriessen spelen. Gaat u meer Nederlanders introduceren in New York?
"Ik vind het leuk om een ambassadeur te zijn voor de componisten van ons land. We hebben een gouden lichting. Er zijn wel Nederlanders die hier al bekend zijn, maar hoe meer, hoe beter."

"Violiste Simone Lamsma komt ook. Ik vind het altijd fantastisch als een groot Nederlands talent dat nog niet in New York heeft opgetreden, hier komt."

Is het lastig een stempel te drukken op een ­instituut als dit 177 jaar oude orkest?
"Dat is juist een uitdaging. Ik vind het leuk om te inspireren met nieuwe ideeën, over de soort klank die we moeten maken, bijvoorbeeld. We gaan binnenkort Bruckner spelen. Onze zaal is daarvoor niet bij uitstek geschikt, dus is de vraag hoe we die akoestiek, de nagalm van een kerk, meer zelf creëren."

Jaap van Zweden tijdens een repetitie in New York Beeld ANP

"Daar heb ik me jaren in verdiept en ik denk dat het een nieuwe manier van spelen voor dit orkest kan zijn. Ik breng een andere energie teweeg op het podium. Ik verheug me erop dat samen met de musici te doen."

In Dallas kreeg u eens het verwijt dat die ­'energie' te fanatiek was.
"Dat was de klacht van misschien twee, drie mensen die niet goed konden meekomen met de rest. Ik heb ervan geleerd dat ik nog meer een gentleman kan zijn. Dat neemt niet weg dat als iemand niet goed speelt, het orkest wil dat ik dat zeg."

"Ik ben zelf opgegroeid in een toporkest, het Concertgebouworkest. Daar werd het ook gezegd als iets niet goed was. Wat voor de mensen in Dallas misschien wat aan de fanatieke kant was, was voor mij heel normaal. Zo ben ik grootgebracht."

"Er wordt wel gezegd dat New Yorkers dezelfde brutaliteit hebben als Amsterdammers. Ik denk dat we elkaar zo alleen maar kunnen oppoken tot grote hoogten."

Verwacht u nog wel eens in Amsterdam te zijn?
"Af en toe dirigeer ik in Europa en dan probeer ik altijd wel even naar Amsterdam te gaan. Als ik richting pensioenleeftijd ga, wordt het ook Amsterdam. Als ik op een leeftijd kom waarop ik wat ga minderen en meer kan relaxen, wat toch wel leuk schijnt te zijn, dan denk ik dat ik graag bij de kinderen in de buurt wil zijn."

"En zeker ook bij mijn kleinkinderen. En met alle respect voor elke andere grote stad in de wereld, ik hou het meest van Amsterdam."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden