Plus

Jaap van Zweden: 'Ik schoof me niet naar voren bij het KCO'

Jaap van Zweden werd door een lyrische Joop van den Ende getipt als nieuwe chef van het Concertgebouworkest. Ook de critici in New York zijn inmiddels om. En nu is hij een week in Amsterdam voor de Zevende symfonie van Mahler. "Ik vind het een bijzonder stuk."

Beeld ANP

Nee, hij heeft het vurige, chauvinistische betoog van Joop van den Ende bij het televisieprogramma Podium Witteman, waarom de volgende chef-dirigent van het Concertgebouworkest een Nederlander moet worden, en wel Jaap van Zweden, niet gezien.

Maar hij heeft er wel over gehoord. Jaap van Zweden kijkt er in de dirigentenkamer van het Concertgebouw wat ongemakkelijk bij. En nu we het er toch over hebben, wil hij graag iets rechtzetten. Hij heeft zichzelf nooit naar voren geschoven als opvolger van Gatti, 'want dat doe je niet bij het KCO'.

Chauvinisme
"Je wordt voor die positie gevráágd. Wat nu het allerbelangrijkste is voor het instituut Concertgebouworkest, is dat ze de beste nemen die er voor ze is. Daar ligt mijn chauvinisme en daar alleen. Het gaat niet om mij. Ik heb mijn eigen prioriteiten. Ik heb in New York niet een of ander lullig orkestje. Ook de New York Philharmonic is een instituut van groot formaat, 177 jaar oud. Daar concentreer ik me op. En ik vind het een eer om voor het orkest in Amsterdam te staan, maar meer is er niet aan de orde."

Het is goedbeschouwd een wonder dat we het er überhaupt over hebben, want voor een violist die pas op zijn 38ste is begonnen met dirigeren, had hij een reusachtige achterstand. Een positie bij een toporkest 'was toen wel heel far fetched'.

"Normaal gesproken had het niet gekund, zeker in een tijd waarin het gaat om jong, jong jong, of waarin je bij voorkeur ook nog een vrouw moet zijn die er goed uitziet. En dat begrijp ik allemaal. Ik kon goed viool spelen, maar als dirigent moest ik toen ik begon alles nog bewijzen."

Repertoire uitbreiden
"Ik heb zeven jaar in alle rust bij Het Orkest van het Oosten gezeten, om mijn repertoire uit te breiden. En daarna ging het snel, dat moet ik toegeven, maar je wilt niet weten hoe hard ik ervoor heb gewerkt. Ik sta nog steeds om zeven uur op en om half acht zit ik al te studeren. Daar hou ik pas om half vijf in de middag mee op en dan heb ik vaak nog een concert 's avonds."

"Tussen alle bedrijven door voor mijn orkest in Hong Kong even Wagners Ring des Nibelungen leren, dat is geen peulenschil hoor. En ik ben best trots op hoe dat is uitgepakt. Vooral de Götterdämmerung is helemaal gelukt, vind ik zelf. Zo goed mogelijk mijn werk doen, is altijd m'n goal geweest."

"En wat daar dan achteraan komt, komt meestal op het conto van managers, die over carrières denken. Dat speelde voor mij helemaal niet toen ik op een boerderijtje in Twente zat. Ik denk zelfs dat je jezelf in de weg zit als je echt voor een carrière gaat. Dat zijn meestal niet de leukste mensen, omdat ze altijd wel ergens verongelijkt over zijn."

Mahlers Zevende symfonie
Van Zweden is in zijn geboortestad voor drie uitvoeringen van Mahlers Zevende symfonie, een stuk dat hij nog weinig heeft gedirigeerd. "Ik heb hem natuurlijk wel dertig keer als lid van het orkest onder Haitink gespeeld. Het leuke is dat het KCO zo is verjongd dat er nu mensen in zitten die die Zevende nog nooit hebben uitgevoerd. Ik vind het een heel bijzonder stuk, dat onlosmakelijk is verbonden met zijn Zesde."

"Je zou ze eigenlijk samen op één concert moeten uitvoeren. Eerst de Zesde, waarin Mahler de donkerste duisternis in gaat en na de pauze de Zevende, waarin hij in de finale uit de tunnel komt en het licht tegemoet gaat. Dat is puur Wagner! Het zit vol met dingetjes uit Die Meistersinger. In het laatste akkoord, waarin hij de dynamiek eerst terugneemt en dan weer aanzet, hoor ik toch weer zijn twijfel of zijn vrouw Alma wel echt van hem houdt."

Klompjes goud
"Ik vind het heerlijk om in die stukken te spitten en te graven. Ik zit die thema's voortdurend van binnen mee te zingen. Je bent als dirigent een happy detective; altijd op zoek naar klompjes goud. Zo hebben we onze autistische zoon ook opgevoed. Ik heb die spreuk aan de muur hangen."

In New York was de pers aanvankelijk gereserveerd over de Nederlander die vanuit Dallas naar New York kwam. "Ze zijn nu helemaal om. Fire in my mouth van Julia Wolfe was een groot succes, Mozarts Jupiter-symfonie ook. Lyrische recensies. Dat zijn leuke dingen, want het is hoe je het wendt of keert toch een factor. Maar ja, Mahler en Bernstein, mijn voorgangers, zijn ook jarenlang de grond in geschreven. In mijn geval speelde mee dat ik uit Texas kwam. Daar hebben ze in New York toch hun gedachten over."

"Ik denk dat ik ze heb verrast. Ik doe het volgende seizoen een Matthäus, maar ook heel veel nieuwe muziek, veertien wereldpremières, van onder anderen Steve Reich, Olga Neuwirth en Helmut Lachenmann. En in januari kom ik terug bij het KCO met de Sacre, een nieuw stuk van Martijn Padding, Softly Bouncing, en twee delen uit Mahlers Tiende in een orkestratie van Willem Mengelberg. Dat lag hier in een kluis. Het is nog nooit gespeeld!"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden