PlusInterview

Jaap Robben wilde zijn Poolse klussers vriendschap bieden en dat bleek niet gemakkelijk

Als het huis van Jaap Robben (37) wordt verbouwd door Poolse klussers, wil hij contact met ze maken. Niet makkelijk als je elkaars taal niet spreekt. Hij schreef er de novelle Zwijgmannen over.

Maaike Lange
Jaap Robben kon met zijn Poolse klussers alleen met gebaren en korte woorden communiceren. Beeld Jacqueline de Haas
Jaap Robben kon met zijn Poolse klussers alleen met gebaren en korte woorden communiceren.Beeld Jacqueline de Haas

Jaap Robben verhuisde negen jaar geleden naar een dorp net over de grens in Duitsland. Toen hij zijn huis wilde verbouwen, huurde hij Poolse werknemers in. Het duurde niet lang of hij raakte gefascineerd door de mannen die elke ochtend in een busje arriveerden en ’s avonds weer vertrokken zonder veel woorden gewisseld te hebben. Zij en hij waren nieuwkomers in hetzelfde dorp, maar hun leven leek zo anders.

Robben zocht naar een manier om met de mannen te communiceren. Dat viel niet mee, ze spraken elkaars taal niet. ‘Zou je alsjeblieft deze muur willen stuken,’ werd een kort: stuken. “Heel ongemakkelijk,” zegt Robben.

Hij besloot over de klussers te gaan schrijven, met de bedoeling meer over ze te weten te komen en dichterbij ze te komen. Hij vertelde dat allereerst aan de mannen, wijzend naar zijn boekenkast. Dat daar al een rijtje romans en kinderboeken met zijn naam stond, waaronder de bestseller Birk, en Zomervacht, genomineerd voor de Man Booker Prize, zei de klussers niet veel. “Ze snapten ook niet precies wat er over hen te schrijven viel,” zegt Robben. Toch worden ze gaandeweg Facebookvrienden. Hij maakt eten voor de groep en met kerst reist hij mee naar hun families. Het resultaat is Zwijgmannen, een mooie novelle over vriendschap, en over zien en gezien worden.

Waardoor werd u geraakt bij de Poolse klussers?

“De eerste paar keren vond ik het lastig hoe ik met ze moest omgaan. En moeilijk om te zien hoe ze met zichzelf omgingen. Bij het slijpen droegen ze bijvoorbeeld geen beschermende maskers. Ze keken me niet echt aan, ik kon hun namen niet verstaan. Ik dacht: wie zijn dit? Wie zijn deze mannen die zo vaak in mijn huis komen?”

“Mijn vriendin en ik hadden net ons eerste zoontje. Een van de klussers zwaaide naar hem en liet een foto zien van een kind dat even oud was. Ik dacht, ik zit in dezelfde levensfase als deze man, maar hij is hier en niet bij zijn kind. Waarom niet? Ik ging hun levens invullen omdat ik ze niet kon verstaan. Toen ik besloot over ze te schrijven, kreeg ik een ingang om elkaar te leren kennen.”

Ontstond er een vriendschap?

“Het benaderen van iemand die je niet kent, heeft iets onzekers. Je vraagt je af: zitten ze wel op mij te wachten? Je denkt al snel dat de ander iets negatiefs over je denkt. Door een blik, of door het zwijgen. Onze karakters verschillen misschien te veel voor een hechte vriendschap. Maar ik heb vriendschap willen aanbieden. Ik denk dat als mensen naar Nederland komen en nieuwe Nederlanders worden, of naar Duitsland en nieuwe Duitsers worden, we vergeten vriendschap aan te bieden. We geven een huis, maar geen vriendschap. Om als nieuwkomer vriendschappen te vinden is heel moeilijk, maar vriendschap is belangrijk om te wortelen.”

U verhuisde negen jaar geleden naar Duitsland. Zochten de buren wel contact met jullie?

“Het ging gelijk op. Buren kwamen een bloemetje brengen, of wij bij hen. Iwan en zijn klusmannen wonen hier in hetzelfde dorp, maar zij horen er minder bij dan wij. Dat is pijnlijk. Ze integreren ook niet. Dat willen ze niet. Ik ontdekte dat ze met hun ziel, hoofd en aandacht thuis in Polen zijn. Ze zijn alleen fysiek in Duitsland. Zij hadden soms ook nare ervaringen. Ze mochten wel komen werken, maar dan werd gezegd dat ze hun busje om de hoek moesten zetten. Of dat ze alleen naar binnen mochten door de achterdeur. Het is alsof ze behandeld worden als werkpaarden, en daardoor ontmenselijkt worden.”

De Polen worden mensen van vlees en bloed als ze wijzen naar overtrekkende ganzen of een stekje willen van de clematis voor thuis, merkte hij.

“Als je let op de signalen die iemand geeft of dingen die iemand aanwijst, leer je elkaar kennen. We zijn zo gehecht aan taal, dat we soms niet zien hoe iemand nog meer communiceert. Als iemand dan een stekje van een clematis wil, is dat zo teder, die grote dikke werkhanden met het kleine stekje. Hij stuurde een foto ervan naar zijn vrouw. Omdat we elkaar tijdens de verbouwing veel zagen, was er ruimte om dit op te pikken. Praten met gebaren vraagt geduld.”

Als u met kerst meegaat naar Polen, zijn de rollen ineens omgedraaid.

“Het hele gezin sprak Pools, zelfs de hond verstond beter Pools dan ik. Ik voelde me opgesloten in de taal, vreemd en ongemakkelijk. Toen voelde ik hoe zij zich bij mij hadden gevoeld. Ik gaf Iwans vrouw een doosje met glazen kerstengeltjes en daar reageerde ze niet op. Ik kreeg het gevoel dat ik iets verkeerds had gegeven, maar zal het nooit weten. Het blijft raden naar elkaars intenties.”

Ziet u ze nog?

“De meeste mannen zijn weer in Polen. Alleen Iwan zie ik soms in het dorp. Het contact verdwijnt toch.”

Maar u hebt ze zichtbaar gemaakt met het boek.

“Het is iets wat mij aan het hart gaat: onzichtbare levens zichtbaar maken. Ze lopen als ‘de ander’ door het dorp. Bijna onzichtbaar. Voor de nieuwkomer is het veel moeilijker contact te leggen dan voor diegene die in het land is geboren. Dat contact kun jij leggen. Door iemand op te merken, te groeten, hallo te zeggen.”

null Beeld

Fictie

Jaap Robben
Zwijgmannen
De Geus, € 15,
120 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden