Plus Interview

Ivo Victoria schreef over zijn dementerende moeder: ‘Een fuck you naar Alzheimer’

In zijn liefdevolle boek Alles is OKÉ vermengde Ivo Victoria feit en fictie over het leven van zijn dementerende moeder. Om haar te laten schitteren, en om meer grip te krijgen op de werkelijkheid.

Ivo Victoria: ‘Bij sommige scènes zou ze wel hebben gezegd: ‘Da had nou nie gemoeten hè, manneke’. Beeld Marc Driessen

‘Ik merk dat ik steeds vaker over Amsterdam schrijf. Het duurt natuurlijk een tijdje, voordat plekken in een nieuwe stad geschiedenis krijgen. Gaandeweg maak je je een stad eigen.” Zeventien jaar woont Vlaming Ivo Victoria – pseudoniem van Hans Van Rompaey – nu in Amsterdam. Zeventien jaar waarin hij begon met schrijven, en steeds verder verhollandste. “Dat merk ik vooral in mijn spreektaal.” In zijn nieuwe boek, Alles is OKÉ, speelt die taal een grote rol. En dan met name het Antwerps dialect van Victoria’s moeder, aan wie het boek een liefdevol saluut is.

“In de tijd dat ik in Amsterdam woon, is mijn band met mijn moeder veranderd. Zij heeft mij, van een afstand, zien ontwikkelen tot schrijver. Op mijn beurt heb ik haar vanuit hier ouder zien worden na de dood van mijn vader.” En ook: van een afstand langzaam steeds verder zien demen­teren – het hoofdthema in Alles is OKÉ.

Hiermee schaart Victoria zich in een lange traditie van romans waarin Alzheimer een grote rol speelt: van Bernlefs Hersenschimmen tot Voorbij Voorbij, het recente boek van Clairy Polak over hetzelfde onderwerp. “Ik denk niet dat we nou echt graag over alzheimer lezen of schrijven,” zegt Victoria. “Maar het is een dusdanig bevreemdende ervaring om iemand die je zeer dierbaar is op die manier te zien veranderen, dat ik erover wilde schrijven. Door te schrijven krijg je meer grip op de werkelijkheid.”

Onder ogen zien

Een vorm van literaire therapie is het volgens Victoria niet. “Maar het schrijven was alleszins troostrijk. En: het biedt inzichten. Iemand die overlijdt, dat snappen we allemaal, zeker als die persoon 83 is. Maar iemand die verdwijnt – want zo zie ik dementie – terwijl je ernaast zit, daar valt geen verklaring voor te vinden, behalve een medische. Dat vind ik onacceptabel. Vanuit daar ben ik gaan schrijven, ook als een soort fuck you naar de Alzheimer: ik heb het gebruikt voor een verhaal.”

Victoria schetst in de ik-vorm rake, intieme scènes met veel dialoog, waarin hij, als in het buitenland woonachtige zoon, zijn moeder steeds verder in verwarring ziet raken, haar herinneringen steeds gefragmenteerder. Een beschrijving die dicht bij de realiteit staat. “Ik had mijn moeder al een paar maanden niet opgezocht, en we moesten weer eens naar Antwerpen. Dat bezoek liep heel vreemd: er waren een aantal momenten dat ze volkomen verstarde, afdwaalde van het gesprek,” zegt Victoria.

“Die avond gingen mijn vrouw en ik naar het theater in Antwerpen en lieten de kinderen bij mijn moeder achter. Dat hadden we voor die tijd talloze keren gedaan, maar die avond had ik er een ongemakkelijk gevoel bij. Mijn vrouw ook. Dat was een beslissend moment; het ging allemaal goed natuurlijk, maar ik beeldde me van alles in. Toen moest ik het onder ogen zien, dat we haar vaker moesten gaan bezoeken.”

Intieme miniatuurtjes

In eerste instantie was Victoria’s reactie op de diagnose Alzheimer bij zijn moeder afwijzend. “Ik heb het nooit tegen mijn zussen en broer gezegd, maar de eerste gedachte die ik had, was: daar heb ik helemaal geen tijd voor! Heel erg natuurlijk.”

Toch ging hij zich in de ziekte verdiepen. “Ik ben veel gaan lezen, en heb in Tilburg de Into D’mentia-experience gedaan. Daar hebben ze een flat nagebouwd van iemand in de eerste ­fase van dementie. Je beweegt je daar doorheen en krijgt langzaam inzicht in wat er zoal in het hoofd van zo iemand omgaat.”

Het kostte hem aanvankelijk moeite om over zijn moeder te schrijven. “Ik vind dat soort al te persoonlijke verhalen al gauw exhibitionistisch worden en houd niet van boeken die persoonlijk leed al te erg uitventen. Het heeft lang geduurd voordat ik de juiste balans vond.”

FICTIE Ivo Victoria Alles is oké Lebowski, €21,99, 224 blz.

Die balans vond Victoria door de intieme minia­tuurtjes waarin hij in gesprek is met zijn moeder af te wisselen met het verhaal van mevrouw Stevens, een gedecideerde godsdienst­lerares die een hoogoplopende vete uitvecht met de directeur van haar school, een naargeestige man die kantoor houdt in de kelder. “Mevrouw Stevens lijkt sterk op mijn moeder, en is ook op haar gebaseerd. Zij was ook lerares, en vertelde deze anekdote vaak. Het was echt een van haar wapenfeiten.” 

Deze anekdote werkte Victoria uit tot een groot, heroïsch verhaal. “Ik wilde haar echt opvoeren als een heldin, haar nog één keer laten schitteren door zo’n relatief klein verhaal zo groot te maken. Er zijn momenten geweest tijdens het schrijven dat ik dacht: maak ik haar nu niet belachelijk? Maar eigenlijk is dat een heel aanmatigende gedachte. Want dat zou betekenen dat een klein leven niet goed genoeg kan zijn.”

Klein leven

Als zodanig valt het boek te lezen als een pleidooi voor een klein leven, wat op zichzelf al waardevol is. Victoria: “Ja, het gaat er helemaal niet om of je de zeven zeeën hebt bevaren. Voor mijn moeder wás haar leven groots en meeslepend. Zij kon dingen die ze op school had meegemaakt vertellen met de allure van een grootse gebeurtenis. Uiteindelijk is dat wat je leven waardevol maakt: de intensiteit waarmee je dingen beleeft.” Aan het eind van het boek ­lopen de twee verhaallijnen in elkaar over, waarbij het niet meer duidelijk is wat feit en wat fictie is. “Ik vond dat erg leuk om te schrijven. Sommige scènes lijken echt, maar die heb ik verzonnen. En ook andersom. Dat maakte niet zoveel uit: als het maar waarachtig is.”

Hij denkt dat zijn moeder trots zou zijn op het boek. “Ook al zou ze ook wel zeggen bij sommige scènes ‘Da had nou nie gemoeten hè, manneke.’ Mijn eerste boek ging ook over ons gezin, en daar was ze heel blij mee. Ik denk dat ze trots was om vast te stellen dat ons gezin waardevol genoeg was geweest om een roman over te schrijven.” Op dezelfde manier koestert hij de hoop dat mensen zijn moeder een aardige dame zullen vinden. “Dat iedereen een beetje van haar gaat houden.” 

Ivo Victoria

Ivo Victoria, pseudoniem van Hans Van Rompaey (Antwerpen, 1971), debuteerde in 2009 met Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt), en schreef sindsdien vier romans. Hij houdt een veelgeprezen literaire blog bij en is sinds begin oktober columnist van De Morgen. Victoria woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden