PlusInterview

Ivan Fischer komt naar het Concertgebouw voor de Negende symfonie van Mahler: ‘Hij hoort bij de grootste vier componisten’

Als Ivan Fischer met zijn Boedapest Festival Orkest naar het Concertgebouw komt met de Negende symfonie van Mahler staat vast dat er iets onvergetelijks staat te gebeuren. Op 25 november is het zover. ‘Als het publiek hoest, ligt dat aan mij.’

Erik Voermans
Iván Fischer: ‘Bij de Negende heeft Mahler nooit de kans gekregen van alles te verbeteren. Wij moeten dat dus voor hem doen.’ Beeld Marco Borggreve
Iván Fischer: ‘Bij de Negende heeft Mahler nooit de kans gekregen van alles te verbeteren. Wij moeten dat dus voor hem doen.’Beeld Marco Borggreve

Hij spreekt niet vaak Nederlands meer, maar aan de telefoon vanuit Boedapest durft de Hongaarse dirigent Iván Fischer (hij heeft ook een Nederlands paspoort; daarin heet hij Ivan zonder accent) het wel aan. “Ik hoop alleen dat u het mij niet euvel zult duiden als er wat minder mooi geformuleerde zinnetjes tussen zitten.” In het gesprek over de Negende symfonie van Mahler, die Fischer op 25 november met zijn Boedapest Festival Orkest in het Concertgebouw ten gehore zal brengen, turf ik vervolgens in de loop van het interview, dat een uurtje duurt, niet één slecht geformuleerde zin.

Hij hoorde Mahlers Negende voor het eerst als zestienjarige, toen veel van zijn leeftijdgenoten naar The Beatles luisterden. Het stuk maakte een diepe indruk op hem. Minstens zo belangrijk waren zijn ervaringen in Wenen, waar Leonard Bernstein in de jaren zeventig bij de Wiener Philharmoniker alle symfonieën van Mahler kwam dirigeren.

“Hoewel het mij verboden werd, was ik bij alle repetities aanwezig. Ik verstopte me op het balkon van de Gouden Zaal. Wat me toen opviel, was dat het orkest vreselijk slecht speelde. Ze hadden geen Mahlertraditie. Bernstein bleef elegant en deed onverwachte dingen. Hij haalde bijvoorbeeld een keer een papiertje uit zijn zak en zei tegen het orkest dat hij in het vliegtuig een gedicht had geschreven. De exacte tekst weet ik na al die jaren niet meer, maar het was iets als ‘What am I doing here, me, a Brooklyn Jew, conducting Mahler?’”

“Ik heb grote bewondering voor Bernstein. Hij was echt een renaissancemens, dirigent, componist, schrijver, verteller. Hij was heel aardig voor mij als student en kwam naar mijn eerste Figaro luisteren in Wenen. Daar schreef hij zelfs iets over in een van zijn boeken. Ben ik nog steeds trots op.”

Heeft u een favoriete uitvoering van die Negende?

“Als je als dirigent zo’n werk studeert, zijn per definitie alle andere uitvoeringen problematisch. Zo denkt ongetwijfeld elke dirigent. Maar ook oudere opnamen van mezelf zijn soms verkeerd! Dat hoort bij je ontwikkeling. Ik hoorde onlangs een eigen opname van Mahlers Zesde symfonie en ik dacht: waarom zo snel! Er valt ook eigenlijk niets te vergelijken, want uitvoeringen zijn per definitie van avond tot avond verschillend. Elke zaal heeft zijn eigen akoestiek. Je moet je voortdurend aanpassen. De Grote Zaal in het Concertgebouw is een van de meest resonante concertzalen die er zijn. Daar duurt elk deel van een symfonie dus langer dan in een droge akoestiek, want de noten moeten ademruimte krijgen. Het is net als praten eigenlijk.”

In 2013 dirigeerde u een onvergetelijke Negende. Was het voor u ook een bijzondere avond?

“Sommige concerten onthoud je, omdat alles klopt. Wat dat precies is, is heel moeilijk uit te leggen. Sergiu Celibidache (excentrieke en fameuze Roemeense dirigent, red.) zei het ooit fraai: ‘Als alles lukt, dan ontstaat de muziek; het werk.’ Daar streef je naar en of je erin slaagt, heeft met duizenden details te maken. Ook de reacties van het publiek zijn een factor. Daarbij is niets voorspelbaar. Daarom bestaat perfectie ook niet.”

De Negende lijkt me moeilijk te dirigeren, vanwege de kwetsbaarheid, vooral aan het slot, als de muziek steeds verder uitsterft.

“Het is niet moeilijk. Juist niet, althans minder moeilijk dan de andere. Mahler heeft de Negende nooit kunnen horen. Hij heeft daardoor nooit meer de kans gekregen van alles te verbeteren, zoals hij altijd deed, met als doel verduidelijking van zijn bedoelingen. Wij moeten dat dus voor hem doen en dat geeft ons een grotere vrijheid.”

De Negende ademt de sfeer van afscheid. Maar waarvan precies?

“Je moet dat abstract zien. Hij neemt afscheid van iets waarvan hij houdt en kijkt terug met liefde. Hij is niet gedeprimeerd, maar voelt wel de pijn van het afscheid.”

Bent u bang dat er in het bloedstollend mooie slot-morendo wordt gehoest en alles stuk gaat?

“Als er wordt gehoest, is dat altijd jammer, maar dat moet ik dan mezelf aanrekenen. Kennelijk is het mij niet gelukt de aandacht van het publiek vast te houden. Met de musici van het orkest bespreek ik dit soort dingen. Bij onze concerten in Boedapest zat altijd een zeer betrokken oude dame uiterst aandachtig en stil te luisteren, volop genietend. Zij was de ideale luisteraar. Dus als er in een zaal waarin oppervlakkig wordt geluisterd nonchalant wordt gehoest, laten wij ons niet afleiden, maar denken we meteen aan haar en spelen verder.”

Hoe hoog staat Mahler voor u in het pantheon?

“Hij hoort voor mij bij de grootste vier: Bach, Beethoven, Mozart, Mahler. Alleen bij hen heb ik het gevoel dat elk noot op de juiste plaats staat. Mahler heeft niets zwaks geschreven, zelfs de finale van de Zevende symfonie niet!”

Boedapest Festival Orkest o.l.v. Ivan Fischer met Mahlers Negende symfonie, op 25/11 om 20.15 uur in het Concertgebouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden