PlusInterview

ITA-directeur Wouter van Ransbeek vertrekt: ‘Je moet jezelf dwingen om nieuwe dingen te proberen’

Hij had zich zijn afscheid iets anders voorgesteld. Met veel handen schudden, mooie woorden en omhelzingen. Het stond voor morgen gepland, maar moet even wachten tot betere tijden. Creatief directeur Wouter van Ransbeek (1977) verlaat ITA na ruim vijftien jaar in stilte.

Hans Smit
Wouter van Ransbeek vertrekt als creatief directeur van ITA. Beeld Jitske Schols
Wouter van Ransbeek vertrekt als creatief directeur van ITA.Beeld Jitske Schols

“Het is een iets hardere overgang voor mij, maar het is ook een overgang,” zegt hij bij de cappuccino, thuis aan de eettafel. “Ik had het ook echt niet verwacht, deze avondlockdown, ik dacht dat we door de donkere dagen heen waren. Jammer, want in december en vooral met kerst bruist het in de Schouwburg. Het is ook de tijd waarin de hele theaterfamilie er neerstrijkt.”

Wat doet het met u?

“Ik voel bij mezelf en om me heen dat in de eerste twee lockdowns veel mensen kracht hadden, dingen ontwikkelden en theater opnieuw wilden veroveren. Ook bij ons, bij ITA. Ik denk dat we bijvoorbeeld met het oprichten van ITA Live, iets waar ik al lang mee bezig was, een soort van veerkracht getoond hebben. We máákten theater. We hebben de routine van ons vak niet verleerd. Ik heb samen met Margreet Wieringa (zakelijk directeur ITA) en Ivo van Hove (artistiek directeur ITA) geprobeerd om een perspectief te bieden aan een huis dat eigenlijk niet meer kon doen waarvoor het op aarde was. Toneelspelen. Deze lockdown is mentaal zwaarder”’

Als u begint over ITA Live, en over die ‘theaterfamilie’ zie ik uw ogen schitteren. Waarom gaat u eigenlijk weg?

“Nou ja, als je kunstenaars met wie je werkt dwingt om altijd weer naar een leeg blad papier te gaan, moet je jezelf ook dwingen om nieuwe dingen uit te proberen. Als ik terugkijk op mijn leven wil ik liever kunnen zeggen: ik kan niet geloven dat ik dit of dat geprobeerd heb, dan zeggen: had ik dat maar gedaan. Ik heb gigantisch veel mee mogen maken: toen ik hier in 2006 kwam was TGA een gerenommeerd gezelschap, maar internationaal stond het nog niet aan de top; al die grote gastregisseurs en buitenlandse tours waren er toen niet.

Ik heb talentontwikkelingsproject TA-2 opgezet, waar onder anderen Eric de Vroedt en Thibaud Delpeut hun eerste regiestappen konden zetten. En we hebben de Rabozaal geopend. Daarmee gingen we van vijftig naar ruim tweehonderd voorstellingen per jaar in de Schouwburg! Ik heb de fusie geleid van Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam tot ITA… Ik weet niet waar ik het meest trots op ben. Wat ik wel fijn vind is dat Ivo en ik elkaar op verschillende momenten gestimuleerd hebben om groots te denken en ideeën samen te ontwikkelen en uit te bouwen. Ons denken is heel complementair en ik denk dat onze persoonlijkheden extreem complementair zijn aan elkaar. Daardoor hebben we elkaar ook geholpen om stappen te zetten.”

Wat zal hij u missen...

“En ik hem ook, hè? Maar ik sluit niet uit dat we in een andere gedaante ooit weer eens gaan samenwerken.”

“Creativiteit is het loslaten van zekerheden,” zei u in een eerder interview met Het Parool.

“Inderdaad, ik heb mezelf een jaar gegeven om gesprekken te voeren, een aantal dingen uit te proberen en me misschien te bekwamen in andere takken van sport.”

Er wacht geen theater op uw leiding?

“Haha, nee, niet de Young Vic in Londen of De Singel in Antwerpen. Maar wie zal zeggen wat de toekomst brengt? Ik ben denk ik ook een goudzoekertje, ofzo. En bovendien, dát heb ik al gedaan. Als ik een theater wil leiden dan moet ik echt niet weggaan, want er is nergens in de wereld een theater wat zo’n groot producerend gezelschap combineert met een gigantische nationale en internationale programmering. Dat bestaat gewoon niet.

Met Wende (Snijders, red) ben ik ook meer in de muzieksector terechtgekomen. Er lopen ook een aantal gesprekken met grote filmproducenten in Engeland en Amerika… Ik ga gewoon kijken wat er komt.”

U noemt Wende, uw levenspartner. U werkt ook samen; wordt u nu een beetje meer ‘de man van’?

“Haha, ik was ook al ‘de man van Ivo’, maar natuurlijk ben ik in de eerste plaats de man van Wende, dat ben je als creatief producent, de man achter. We ontwikkelen al zes jaar alles samen. Ik heb mee aan de basis gestaan van Mens, het idee om een moderne vorm van chanson te gaan ontwikkelen met schrijvers van nu in plaats van te refereren aan een Frans nostalgisch idioom. We gaan nu De Wildernis maken, haar nieuwe show. Die zou in januari in première gaan, maar moet voor de vierde keer verschoven worden. En we werken aan een nieuw project in Londen, een vervolg op Wendes Kaleidoscoop. Dat wordt een grootse tv-productie. Mijn bemoeienis met haar werk zal wel toenemen, denk ik.”

En zien we u nog aan het Leidseplein?

“Het zal wel wennen zijn, ik kom al bijna zestien jaar via de artiesteningang binnen, het leukste van de wereld vind ik dat ik elke voorstelling zo kon binnenwandelen. De vanzelfsprekendheid om me in dat gebouw vrij te bewegen en kunstenaars te kunnen verwelkomen, dat verdwijnt allemaal. Ik moet nu door de voordeur.”

En in de rij voor de kassa.

“Haha, ja, ik heb nu meer tijd dus ik zorg natuurlijk dat ik de eerste ben die kaarten boekt voor nieuwe voorstellingen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden