PlusInterview

Isa Hoes: ‘Ik leef niet langer steeds met de voet op de rem’

Isa Hoes: ‘ik ontwikkelde mezelf pas laat. Ik zat in mijn schulp en wist niet hoe ik daar uit moest kruipen.’ Beeld Mark Uyl

Het was niet de bedoeling dat Isa Hoes zou acteren in de verfilming van haar eigen boek Engel, maar ze deed het toch. ‘Ik vond mezelf een actrice voor toneel.’

Op de minuut nauwkeurig steekt Isa Hoes op de afgesproken tijd haar hoofd om de hoek van de bibliotheekkamer van een hotel op de Prinsengracht. Haar feloranje jas geeft haar op deze stille zaterdagochtend een opgewekte uitstraling. Het compliment voor haar strakke timing wuift ze weg: “Nee joh, ik woon hier tijdelijk schuin tegenover.”

Het is in oktober tien jaar geleden dat Isa Hoes (53) alleen kwam te staan met de zorg voor haar zoon Merlijn (inmiddels 21) en dochter Vlinder (nu 15). Kort na de zelfverkozen dood van haar man Antonie Kamerling besloot ze te verkassen van Zevenhoven naar Amsterdam. “Ik liep destijds bij de psychiater. Hij zei: ‘Jij doet alles wat volgens de boekjes niet mag. Echt alles. Maar volgens mij doe je het heel goed’.”

Nu, een decennium later, is Merlijn het huis uit en gaat Vlinder steeds vaker de hort op. “Ik dacht: waarom betaal ik zo veel voor de hypotheek, het gas, water en licht? Het was zo’n groot huis, dat kon best iets kleiner.”

En zo verkocht ze het, nog zonder iets nieuws te hebben. “Ik wil wel weer iets kopen in Amsterdam, ik hoop dat de huizenprijzen wat dalen. Maar impulsief een huis verkopen is wel typisch Isa. Ik ben ervan overtuigd dat je juiste beslissingen neemt als je dicht bij je gevoel blijft.”

De aanleiding voor het interview is de bioscooppremière, woensdag, van de film Engel, gebaseerd op het kinderboek dat ze met haar dochter schreef.

In 1995 zei u: ‘Als ik niet voor acteren had gekozen, zou ik een beetje truttig zijn geworden, een huismus.’

“Truttig is misschien een flauw woord, maar ik kom wel uit een beschermd, degelijk, net middenstandsgezin uit Den Bosch. Ik was het vierde kind, het nakomertje en, dat moet ik ook zeggen: wat de meisjes deden, was voor mijn ouders toch wel ietsje minder interessant. Heel traditioneel. Terwijl mijn moeder wel zelfstandig was. Ze werkte, zat voor de VVD in de gemeenteraad, was best vooruitstrevend. Ik koos voor de toneelschool in Maastricht, dat was niet gebruikelijk. Achteraf beschouwd had ik dat nodig om eruit te breken, om niet veilig in Brabant te blijven hangen.”

Een jaar later zei u: ‘Ik had vroeger de neiging om iedereen stom te vinden. Ik nam een hautaine houding aan om niet te worden gekwetst.’

“Ja… Afstandelijk, zodat mensen niet dichtbij konden komen. Dat had ik als tiener al. Nu ben ik socialer, ik ontwikkelde mezelf pas laat. Ik zat in mijn schulp en wist niet hoe ik daar uit moest kruipen. Dat was zelfs nog zo toen ik al met Antonie was. Bij hem kon ik mezelf zijn, bij anderen hield ik nog dat scherm omhoog.”

Hoe hebt u dat doorbroken?

“Dat zal rond 2000 zijn geweest. Ik had minder werk dan Antonie, terwijl ik mezelf een betere acteur vond. Toen ik dat tegen hem zei, was zijn antwoord: ‘Dat ben ik met je eens.’ Ik vroeg: ‘Hoe bedoel je?’ ‘Ja’, zei hij, ‘jij leeft natuurlijk altijd een beetje met de voet op de rem.’

En toen klikte er iets bij me. Beeldend als ik ben, zag ik het meteen voor me. Ik stelde me voor niemand open, behalve voor Antonie. Ik vroeg hem wat ik moest doen en hij zei: ‘Misschien je voet van de rem halen?’”

“Er waren toen audities voor Rozengeur & Wodka Lime. Hoewel ik al voor een toneelrol was vastgelegd, gaf ik me daar toch voor op. Gewoon doen, voet van de rem. Ik kreeg de rol en ontmoette op de set Barry Atsma en Medina Schuurman, met wie ik dierbare vriendschappen heb gekregen. Dat voelde als een cadeautje voor die voet van de rem.”

Nog een citaat uit 1996: ‘Ik vind het nog steeds moeilijk om tevreden over mezelf te zijn.’

“Ik dacht dat ik te lelijk was voor televisie en film. Daar had ik een beeld bij van heel knappe vrouwen. Ik vond mezelf een actrice voor het toneel, want dan zitten mensen ver weg in de zaal. Toen ik voor het eerst op tv verscheen in Goede tijden, slechte tijden heb ik huilend voor de tv gezeten. Ooo, die close-ups, doe maar niet! Ik had echt een heel slecht beeld van mezelf.”

Intussen hebben we het nog niet over de film gehad. Gemaakt naar aanleiding van uw boek, u bent creatief producent, en u acteert ook nog zelf.

“Ja, en zo leuk: met Barry Atsma als vader. Idee van de regisseur, ik had zelf niet bedacht om in Engel te spelen. Wij drieën kennen elkaar van Rozengeur & Wodka Lime, volgens mij begonnen we destijds meteen met een blootscène. Lig je daar naakt, stel je je intussen even aan elkaar voor. Acteren is toch ook een raar vak hè, maar dat terzijde.”

Engel is zo’n lieve film geworden, ik verwacht en hoop dat mensen met een grote glimlach de bioscoop uit komen. Het is een soort sprookje over een meisje dat een magisch klokje vindt dat alleen werkt bij mensen met een goed hart. Het zorgt ervoor dat als je ergens aan denkt, het er meteen ook in het echt is. Die magie past bij mij, net als het geloof dat iedereen uiteindelijk een goed hart heeft.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden