PlusAchtergrond

Intieme uitwisseling tussen kunstenaars in piepkleine ruimte rongwrong

De tentoonstelling When Two Artists Meet in de piepkleine kunstruimte rongwrong is onderdeel van de serie Ephemeral Evidence. ‘Wij zijn op zoek naar een intieme uitwisseling tussen kunstenaars.’

Dit schilderij draagt de sporen van de geschiedenis, met onder meer een gaatje waar een stukje granaat is ingeslagen.

Voor de tentoonstelling When Two Artists Meet hebben de Libanese kunstenaars Charbel-joseph H. Boutros en Stéphanie Saadé twee haren aan elkaar vastgeknoopt, van elke kunstenaar één. Dit collectieve werk is onderdeel van hun duo-tentoonstelling in de kunstruimte rongwrong, gecureerd door Vincent Verhoef en Arnisa Zeqo. Vriendschap tussen kunstenaars loopt als een rode draad door de programmering van rongwrong. Het is opgericht door vrienden, en vaak zijn de tentoonstellingen het resultaat van langlopend vriendschappelijk contact.

Je loopt makkelijk voorbij aan de piepkleine expositieruimte op de Binnen Bantammerstraat. Zichtbaarheid heeft ook niet hun hoogste prioriteit. Medeoprichter Arnisa Zeqo legt uit: “Ik heb sinds de oprichting van rongwrong, acht jaar geleden, ook altijd als curator bij andere instellingen gewerkt, maar het voelde vaak alsof er iets miste. Ik was op zoek naar een ruimte waarin andere dingen onder woorden gebracht konden worden, waarin een meer intieme uitwisseling kon plaatsvinden.”

Tekens in het stof

In de tentoonstelling van Boutros en Saadé staat het registreren van vluchtige gebaren centraal. Het bijna onzichtbare Free Poetry van Saadé komt voort uit een archief met abstracte krabbels die voorbijgangers tekenden in oppervlaktes van stoffige auto’s of ramen in Beiroet. Zij heeft deze tekens nagemaakt in transparant vinyl, en plakte ze op het raam.

Boutros kiest objecten waar hij tijd mee heeft doorgebracht en verzegelt ze in kaarswas. Dit deed hij bijvoorbeeld voor Night Cartography #3 bij een slaapmasker waar hij twee maanden lang zijn “dromen en wensen” in heeft gestopt. “De afgelopen tijd zijn er heftige protesten tegen de regering gaande in Beirut,” vertellen de curatoren. “Vrienden van ons demonstreerden tijdens een vrouwenmars met kaarsen, die zijn nu voor dit werk gebruikt. Deze hele tentoonstelling is een soort portaal naar Beirut. Het politieke speelt altijd op de achtergrond”.

Op de eerste verdieping van rongwrong vinden regelmatig etentjes met geprekken plaats. Tijdens het laatste etentje was een onopvallend, beschadigd landschapsschilderij, dat door Boutros en Saadé Becoming Painting is gedoopt, het voornaamste onderwerp van gesprek. “Het heeft een bijzondere geschiedenis,” vertelt Zeqo. “Dit soort schilderijen dient vaak als statussymbool voor de middenklasse. Deze komt uit het huis van de grootouders van Stéphanie, die elkaar in Beiroet ontmoetten en besloten hun fortuin te zoeken in Guadeloupe. Zij verkochten daar hoeden. Toen ze na vijftien jaar eindelijk genoeg geld hadden verdiend, keerden ze terug naar Beiroet, waar ze dit schilderij kochten. Een jaar later vond er een verschrikkelijke inflatie plaats en verloor hun geld zijn waarde. Een paar maanden later brak de burgeroorlog uit. Hun huis bevond zich in de zone waar het meest gevochten werd. Je ziet de schade van de granaten. Waar ze het schilderij raakten ontstaan er kleine gaten, maar je ziet ook hoe ze het patroon van scheurtjes in de verf veranderen, het veroudert anders. Dit schilderij bevat sporen van deze geschiedenis.”

Kunstenaarsvrienden

When Two Artists Meet is onderdeel van het programma Ephemeral Evidence van rongwrong. De curatoren beschrijven het programma als resultaat van een onderzoek naar ‘hoe uitwisselingen tussen kunstenaars tot stand komen. Deze vluchtige momenten worden meestal niet gedocumenteerd, omdat ze zo marginaal zijn’.

Een inspiratiebron was het tijdschrift Ephemera van Ulises Carrión, een conceptuele kunstenaar die in de jaren ’70 en ’80 in Amsterdam woonde. Zeqo: “De tijdschriften bestaan uit handgeschreven anekdotes over het dagelijks leven van kunstenaarsvrienden. Dat gaat in de trant van: ‘Ja, Marie kwam langs, en toen hadden we lunch met Frank’. Hij had ook een kunstruimte in Amsterdam, Other Books and So, en was een autoriteit op het gebied van kunstenaarsboeken. Nadat hij in de 1989 aan aids overleed is zijn werk in de vergetelheid geraakt.”

Ephemeral Evidence opende in oktober met Zeppelin Room, een tentoonstelling van Louwrien Wijers. Ook zij gebruikt al decennialang informeel contact van kunstenaars als materiaal. Ze had haar studio bekleed met zeppelin-canvas en nodigde daar kunstenaars als Carolee Schneeman en Marina Abramovic in uit; de uitgeschreven gesprekken noemde ze ‘mentale sculpturen’.

De tentoonstelling in rongwrong was een reconstructie van deze studio, waarin nieuwe gesprekken plaatsvonden. Zeqo: “Ook deze tentoonstelling was een portaal, naar haar studio op de Herengracht, die ze een paar jaar geleden kwijtraakte als gevolg van prijsstijgingen. Dit is historisch gezien een kunstenaarsbuurt, maar nu wonen er steeds minder. Ook dat is onderdeel van het onderzoek van Ephemeral Evidence; het kijken naar wat er in het verleden in de buurt gebeurde. Dat wordt de focus voor de tentoonstellingen van volgend jaar. Wij zoeken naar bewijs voor wat er is geweest, maar wat is weggeduwd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden