PlusAchtergrond

Internet onthoudt alles: het is niet makkelijk om je online voetafdruk te wissen

Mensen hebben het recht ‘om vergeten te worden,’ maar wie ooit in de krant terecht is gekomen, kan daar op internet voor altijd aan worden herinnerd. Het is niet makkelijk om je online voetafdruk te wissen.

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

Iedereen die zichzelf wel eens googelt weet: het internet vergeet niets. Dat je je ooit hebt ingeschreven bij Schoolbank.nl. Dat je eens hebt meegedaan aan een sponsorloop om geld in te zamelen voor het dierenasiel. En dat je jaren geleden met een nietszeggend interviewtje in een personeelsblad stond dat om een of andere reden online is beland. De meeste mensen zullen er hun schouders over ophalen, maar er kan ook informatie tussen staan die je minder welgevallig is. Met name berichten die ooit in de media zijn verschenen, kunnen mensen tot in het einde der tijden blijven achtervolgen. En het blijkt knap lastig om je online blazoen te zuiveren.

Dat ondervond ook de Rotterdammer die in 2017 als 22-jarige rechtenstudent aanwezig was bij een borrel van de jongerenafdeling van Forum voor Democratie bij Strand Zuid. Daar werd hij geïnterviewd door een verslaggever van Het Parool, die uit zijn mond optekent dat ‘Thierry Baudet precies is wat Nederland nodig heeft’. Jaren later heeft hij spijt van zijn uitspraak, hij ondervindt er naar eigen zeggen hinder van in zijn professionele leven. Hij diende een verzoek in bij de krant om zijn naam te verwijderen, maar ving bot. En ook de Raad voor Journalistiek oordeelde vorige maand dat de krant de quote niet hoeft te anonimiseren.

Voor de de Raad voor Journalistiek, de instelling die oordeelt of journalisten hun werk zorgvuldig uitvoeren, was de zaak aanleiding om nieuwe criteria vast te stellen voor verzoeken tot anonimisering. Bijvoorbeeld: was de persoon die in een artikel wordt opgevoerd meerderjarig? Was hij of zij zich voldoende bewust van de gevolgen van de publicatie? En hoe relevant is de informatie in het artikel?

Grijs gebied

Het is, zoals bij alle moreel-ethische afwegingen, een grijs gebied, erkent Frits van Exter, voorzitter van de Raad. “Vroeger kon er ook iets in de krant staan wat je niet beviel, maar dan werd de volgende dag de vis er in verpakt. Nu staan alle krantenberichten tot in het eind der tijden online, en staat het onderwerp privacy veel hoger op de agenda.”

En toch worden de meeste verzoeken om onwelgevallige berichten uit het archief te verwijderen niet gehonoreerd, zegt Rob van Leeuwen, chef digitaal van Het Parool. “Dat is een journalistieke afweging. Natuurlijk kun je in heel specifieke gevallen een uitzondering maken. Zoals bij mensen die jaren geleden vermist werden en weer gevonden zijn, of slachtoffers van misdrijven, daar dient het geen doel om ze met naam en toenaam te noemen. Maar in principe gaat het belang van het archief voor.”

Schets van de geschiedenis

Van Exter heeft begrip voor deze opstelling. “Om te beginnen wil je als journalistieke organisatie, omwille van de transparantie, zo min mogelijk met anonieme bronnen werken. Quotes moeten herleidbaar zijn. Daarnaast is de waarde van een archief niet te onderschatten. Met het risico pretentieus te klinken, maar als journalistiek maak je een eerste ruwe schets van de geschiedenis: je legt gebeurtenissen vast, laat mensen aan het woord en zo laat je zien wat er gebeurt in de wereld. Als je daar achteraf aan gaat peuteren, herschrijf je die geschiedenis.”

Het zou helpen als journalisten aan geïnterviewden vooraf duidelijk maken wat de gevolgen kunnen zijn van een publicatie, zegt Van Exter. “En er zijn gevallen denkbaar waarbij het belang van privacy van een persoon toch opweegt tegen het belang van een volledig en betrouwbaar archief.”

Zo dienden drie bezoekers van Lowlands in 2019 een klacht in tegen De Stentor, die ze had gevraagd naar drugsgebruik op festivals. Ze vertelden welke middelen ze allemaal tot zich namen, maar waren onaangenaam verrast toen ze zichzelf met naam en achternaam op de website van de krant terugvonden. Hier oordeelde de Raad voor de Journalistiek dat anonimisering ‘geen ernstige aantasting van het online opgeslagen artikel’ zou betekenen.

Juridisch gezien zijn de meeste zaken vrij helder. Er bestaat weliswaar het ‘recht op vergetelheid,’ ook wel het ‘recht om vergeten te worden’. Binnen de Europese Unie geldt sinds 2014 dat burgers aan organisaties mogen vragen om bepaalde verouderde of onjuiste privacygevoelige informatie te verwijderen. In Nederland is deze regel opgenomen in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Maar hierin wordt een uitzondering gemaakt voor journalistieke media.

Online reputatiemanagement

Mensen die last ondervinden van oude berichten in de media kunnen aankloppen bij Willem van Lynden van Mediamaze, een bedrijf gespecialiseerd in ‘online reputatiemanagement’. Jaarlijks roepen honderden mensen zijn hulp in. Van Lynden werkt volgens een vast stramien: waar mogelijk klopt hij eerst aan bij het betreffende medium. Soms wordt daar zijn verzoek tot verwijdering of het vervangen van een naam door initialen gehonoreerd, vaker niet. In dat geval kiest hij een andere route: een verzoek aan Google om het zoekresultaat te verwijderen. Dan blijft het artikel weliswaar op de site van het medium staan, maar is het via de zoekmachine niet meer te vinden bij het intoetsen van de naam.

Het vereist kennis van zaken en een hoop geduld om Google tot actie te laten overgaan. “Het begint met het invullen van een formulier. Dan mag je je zaak in 120 woorden uiteenzetten. Dat is natuurlijk veel te beknopt, dus sturen we er een pagina’s dik verzoek achteraan. Google heeft dan officieel een maand om te reageren, maar meestal duurt het een paar maanden. Als het verzoek niet wordt toegewezen, kun je naar de Autoriteit Persoonsgegevens gaan, die het ‘marginaal toetst’ aan de AVG en kan bemiddelen met Google. En als dat niet lukt, kun je proberen om bij de rechter je gelijk te halen.”

Wraakprono

Van Lynden zegt dat uiteindelijk zo’n 95 van zijn verzoeken slagen, maar dat hoge percentage komt ook doordat hij lang niet alle zaken aanneemt. “Sommige verzoeken zijn bij voorbaat kansloos. Berichten over een politicus die heeft gefraudeerd, een bestuurder die een gouden handdruk heeft gekregen, of een manager van een semi-publieke organisatie waar wordt geklaagd over een angstcultuur: zulke berichten krijg je nooit verwijderd, die klussen neem ik dan ook niet aan.”

“Maar iemand die vele jaren geleden eens aanwezig was bij een politieke manifestatie, of die in een ver verleden iets heeft gezegd waar hij of zij spijt van heeft gekregen maakt meer kans.”

Van Lynden weet onderhand welke argumenten er wel en niet toe doen. “In sommige gevallen reageert Google heel erg snel: wraakporno wordt altijd direct verwijderd, en ook bij cyberpesten worden de weblinks vrijwel altijd verwijderd. Maar als het gaat om nieuwsartikelen over strafrechtelijke zaken, bijvoorbeeld dat iemand jaren geleden een greep in de kas heeft gedaan bij de voetbalvereniging, ligt het al ingewikkelder. Dan moet je duidelijk maken dat het publieke belang – het voorkomen dat hij bij een andere club nogmaals de fout in gaat – niet opweegt tegen zijn persoonlijke belang: door één misstap in het verleden is hij kansloos bij elke sollicitatie.”

Tweede kans

Het recht om vergeten te worden is voor Van Lynden meer dan een puur juridische aangelegenheid. “Mensen maken nu eenmaal fouten, begaan stommiteiten of doen dingen die niet mogen. Daar worden ze ook voor gestraft en er zijn allerlei waarborgen om te voorkomen dat ze nog een keer de fout in gaan. Maar we hebben ook met z’n allen afgesproken dat iedereen een tweede kans verdient. Dat lukt niet als je de pech hebt dat jouw misstap voor eeuwig zichtbaar blijft op internet.”

Het besef dat alles wat in de media verschijnt, bijdraagt aan je digitale voetafdruk dringt steeds meer door. Het kan mensen huiverig maken om onder hun eigen naam te verschijnen in de media. Het antwoord hierop is volgens Van Exter om als journalist nog transparanter te zijn over je werkwijze, zowel vooraf als achteraf. De Raad voor Journalistiek oordeelde dan ook dat Het Parool het stuk over de Rotterdammer die Baudet bewierookte weliswaar niet hoefde aan te passen, maar hem wel beter had kunnen uitleggen waarom dit niet gebeurde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden