Plus

Ingeborg leeft met een 'fucktumor' in haar hersens

Hoe je niet kunt wegrennen van een 'fucktumor' in je hersens. In Levenshaast beschrijft Ingeborg van Beek haar harde les. "Het is je brein, het raakt je in je zijn."

Ingeborg van Beek beschrijft in Levenshaast haar harde les. Beeld Ernst Coppejans

Ze had haar boekpresentatie donderdag liefst in een kerk georganiseerd, zegt Ingeborg van Beek. Maar de locatie is het Sir Albert Hotel geworden, aan de Albert Cuyp. Ook toepasselijk, in de lounge die The Library is gedoopt (want aan de linkerzijde een wand met Oude Kaften). "Al moet ik nu wel een andere manier vinden om in de hemel te komen."

Daar is ook de afspraak, in The Library. Ze regelt thee, ze heeft ontzettende zin in thee en geduld is niet haar beste eigenschap. "Gelukt! Dat is ook zó'n afwijking als je de Hogere Hotelschool hebt gedaan. Komen ze niet snel een drankje aanbieden, dan loop ik wel even. En dan neem ik gelijk nog wat tafels af." Ze bijt in haar macaron. "Suiker, daar krijg je kanker van. Quinoa moet ik."

Langzaam groeien
Een harde lach, zoals die vaker zal klinken. De zelfspot altijd dichtbij; over haar hysterische ambitie, haar escapisme, de rare dingen die ze heeft gedaan met de dood op de hielen. Het vuur achterna, dat ze altijd in zich heeft gehad. En dat alleen maar werd aangewakkerd toen zij, succesvol communicatieadviseur, moeder van twee heel kleine kinderen, een hersentumor bleek te hebben. Ze had levenshaast.

Die tumor is er één van de langzaam groeiende soort en kon na de diagnose twee jaar geleden grotendeels worden verwijderd. Maar die tumor is wel aan het doen wat de specialisten hadden verwacht. Langzaam groeien. "Ik weet niet hoe lang ik nog heb. Maar dat weet jij ook niet. Ik weet alleen zekerder dat ik sneller dood zal gaan."

Het boek: something good out of something bad?
"Ja, absoluut. Ik heb altijd al die tomeloze ambitie gehad die me drijft en dwars zit bij deze verschrikkelijke diagnose. Maar die heb ik nu hiervoor ingezet. Adriaan van Dis zei in Het Parool dat schrijven nooit therapie mocht worden. Maar het opschrijven waar je na zo'n diagnose doorheen gaat, is wel degelijk een heel louterende ervaring. Toen ik had besloten het boek te schrijven, kreeg ik ook persdrang, ik heb het in een recordtempo geschreven."

Ingeborg van Beek (Breda, 1976) studeerde Hogere Hotelschool en liep stage in Parijs, Brussel en Koeweit. Daarna werkte ze in marketing, communicatie en pr. In 2007 begon ze een eigen adviesbureau. Van Beek is ambassadeur voor deen schrijft voor De Telegraaf over haar ziekte.Een deel van de opbrengst van Levenshaast (Uitgeverij Xander, 19,95) gaat naar Stop Hersentumoren.

"Dat vuur, dat ik moet en ik zal waardoor alles wordt aangewakkerd, is een heel belangrijke drijfveer. Ik loop ook nog steeds hard; halve marathons. Na een aantal kilometers wil ik dan eigenlijk niet meer, maar dan weet ik: ik loop 'm uit, ik heb die fucktumor en ik zal de fucking wereld laten zien wat ik kan. Die hysterische ambitie had ik altijd al. Alleen moet ik die nu wel anders inzetten. Want door die diagnose zijn de dingen anders geworden. En dan zeg jij: hoezo anders? En dan zeg ik: minder, het wordt minder."

Wat dan minder?
"Minder overzicht bijvoorbeeld. Mijn IQ en denkkracht zijn hetzelfde gebleven, maar dat schaken op meer borden tegelijk, dat multitasken dat ik zo graag deed en waarvan ik het in het begin heel belangrijk vond dat ik het bleef doen, dat gaat niet meer. Ik kan één ding tegelijk heel goed doen, maar alle tien ballen in de lucht houden niet meer. En dan komt het verdriet opzetten. Het is je brein, het raakt je in je zijn. Shit, moet ik dan een thuisbordurende kankerpatiënt worden? Dan ga ik nog liever gewoon dood - met alle respect voor thuisbordurende kankerpatiënten. Laatst zei iemand ook: ga pianospelen, dat is goed voor je hersens en je concentratie."

Weer zo'n goedbedoeld advies van weer iemand die geen idee heeft?
"Het is voor mij een brug te ver, ik hoef me niet nog iets nieuws eigen te maken. Ik wil vooral de dingen die ik nu leuk vind zo lang mogelijk doen. Misschien neem ik wel mediteren als nieuwe hobby of iets anders dat rust geeft, dat lijkt me wel heel erg chill."

Mediteren? Voor iemand die haast huiverend beschrijft hoe ze door een hippiemoeder met yoga en zen is grootgebracht?
"Ja vreselijk, dan zat ik heel onrustig op zo'n kussentje te denken aan glitternagellak en uitgaan en andere dingen waar tienermeisjes aan denken. Maar toch: na die levenshaast komt levensrust. In het begin heb ik echt de meest hysterische dingen gedaan, het escapisme heel erg opgezocht."

"Work hard, play harder. En nóg harder. Om er vervolgens achter te komen dat het nú gebeurt. Ik leef nú, nóg, en op een gegeven moment merk je dat al die dingen die je najaagt niet zo veel toevoegen. Dat was mijn harde les, die ik niet iedereen gun. Ik ben eerst dat vuur achternagegaan. Maar het moment dat het stil is in mij, dat ik in het nu ben, is veel belangrijker."

Dat klinkt wel heel mindful.
"Ik heb diverse cursussen mindfulness gevolgd, maar daar nooit die stilte gevonden. Als zo'n troela voor zo'n klasje het had over 'in het nu heel aandachtig aanwezig zijn' dacht ik aan een cliëntmeeting of de vaatwasser die nog moest worden uitgeruimd of 'de luiers zijn op'."

"Maar dat bestaan in het nu - wat dat betreft is het in die twee jaar na de diagnose een stuk rustiger in mij geworden. Dat ik weet dat het gaat om een handje kleffe chocoladepasta in je gezicht, je dochter van twee die zindelijk wordt, je zoon van vijf die om drie uur 's nachts op je buik springt - al die fruttelmomentjes. Dat ik als een scan slecht is naar het Vondelpark wil met de kinderen, of naar Artis, naar de stokstaartjes kijken. Dat is gaaf en ik hoop dat het lang genoeg duurt. Zodat zij zich dat nog kunnen herinneren als zij met hun kinderen - die ik niet ga zien - naar Artis gaan. Ik ben blij dat het kwartje op tijd is gevallen. Ik had alleen gewild dat dat zonder die fucktumor had gekund."

Daar zit die echte grote pijn: de kinderen.
"Ja, en dat went maar lastig. Wat ik me nou zo bedacht heb, en daar doe ik mijn best voor: ik geef ze zo veel mogelijk mee wat ik belangrijk vind in het leven en dan moet ik ze laten gaan. Daar moet ik niet te lang over nadenken want dan ga ik heel hard huilen. Het is heel paradoxaal. Ik wil dat mijn kinderen zo min mogelijk pijn hebben van mijn dood. Als ze me zo jong verliezen, weten ze niet beter. Maar ik wil ze toch zo lang mogelijk meemaken. En het fijne daarvan is wel: zo kan ik ze de basis meegeven van die brabomoeder die ze heeft gebaard."

Want dat had ook nog anders kunnen zijn?
"Toen ik de diagnose kreeg, zagen we een enorme tennisbal. Maar hoe gevaarlijk de tumor zou zijn, konden we pas na de operatie weten. Het had ook de zwaarste graad kunnen zijn, er is een tijd geweest dat ik aan het idee moest wennen dat ik binnen een jaar dood kon zijn. Dan moet je alles in heel korte tijd loslaten. Vervolgens komt er relatief goed nieuws: je kunt nog wel even mee. Alleen verdwijnt daarmee die levenshaast natuurlijk niet meteen."

"Ik geloof wel in een positieve instelling. Stel, de specialist heeft gelijk en ik ben voor mijn vijfenveertigste dood. Dan heb ik nog bijna vijf jaar en die zijn fucking mooi. Je kunt niet de hele tijd van de ene extatische ervaring in de andere rollen. Maar ik denk dat heel veel mensen vergeten te genieten, ik kan er in mijn omgeving zo honderd aanwijzen die rennen en razen en niet scherp hebben wat belangrijk is."

"Stel dat bij jou het zwaard van Damocles naar beneden klettert? Wat dan? Ga je dan als een razende die bucketlist afwerken? Ook zo'n overrated ding. Ga je lekker aan de pillen? Klim je op iemand anders? Seks, drugs en rock-'n-roll? Bucketlist item nummer 5048: dansen in m'n blote reet op de Noordpool? Ik heb gemerkt dat het lonkt. Maar uiteindelijk is het een kortdurende sugar rush."

Van Beek de boodschapper: tel je zegeningen?
"Ik moet oppassen dat ik niet ga preken. Ik vind in de file staan nog steeds heel erg kut hoor. Maar de kans voor persoonlijke groei kun je pakken. Ik ben eerst gaan rennen, rennen is de makkelijkste manier. Maar ik zag ooit ergens de tekst: 'Volg je hart want dat klopt.' Mijn hersens kronkelen, maar mijn hart klopt nog wel even. Ja, zet maar op een tegeltje."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden