PlusInterview

Inez van Loon schrijft over stukjes vergeten geschiedenis

In Sara’s Walkabout van Inez van Loon emigreert de 13-jarige Sara met haar familie in 1959 naar Australië. Het lukt haar niet om haar plek te vinden. Er volgt een avontuurlijke reis door de wildernis.

Inez van Loon begon met schrijven om haar skatende zoon aan het lezen te krijgen. Beeld Nosh Neneh
Inez van Loon begon met schrijven om haar skatende zoon aan het lezen te krijgen.Beeld Nosh Neneh

“Ik ben slecht in skypen,” mailt Inez Van Loon (55). “Kunnen we ergens gezellig op 1,5 meter afspreken?” Geen computerscherm, maar een ontmoeting buiten in de zon. Ieder op de uiterste punt van een bankje bespreken we, te midden van de wekelijkse bloemen- en plantenmarkt op het Amstelveld, haar nieuwe historische jeugdboek Sara’s Walkabout. Het is het verhaal van een meisje dat in de jaren vijftig met haar ouders en broertje naar Australië emigreert, gestimuleerd door de Nederlandse overheid. Daar moeten ze onder slechte omstandigheden leven en werken. Sara raakt bevriend met Otis, een ‘halve’ Aboriginaljongen, die als kind bij zijn ouders is weggehaald. Ze loopt weg van huis en samen gaan ze op zoek naar Otis’ ­familie. Ze maken een zwerftocht, een walk­about, zoals Aboriginals een tocht voor jongens om volwassen te worden noemen.

Hoeveel wist u van de Nederlanders die in de jaren vijftig naar Australië emigreerden?

“Ik wist dat het emigreren voor deze mensen zeker geen ‘luxeprobleem’ was, zoals je tegenwoordig weleens hoort. Ik heb voor dit boek veel research gedaan. De Nederlandse overheid vreesde in de jaren vijftig voor overbevolking en stimuleerde mensen om te verhuizen naar onder meer Australië, waar arbeidskrachten nodig waren. Het leven daar klopte niet met het beeld dat ze tijdens de voorlichtingsavonden voorgespiegeld kregen. De emigranten moesten wonen in verbouwde kippenhokken en twee jaar voor de overheid werken, bijvoorbeeld in asbestmijnen. Teruggaan kostte te veel geld. Het was heel zwaar. De emigranten assimileerden ontzettend snel en werden daarom door Australiërs de ‘onzichtbare immigranten’ genoemd.”

Vond u het belangrijk ook een groot deel van de Aboriginalcultuur in Sara’s Walkabout te verwerken?

“Ja, ik ben altijd geïnteresseerd geweest in die cultuur. En in een boek moet wel wat gebeuren, dus op een gegeven moment bedacht ik de ­walkabout die Sara met Otis maakt. Ik wilde het verhaal vertellen van de stolen generations. De Engelsen die in 1788 in Australië aankwamen eigenden zich het land en de Aboriginals toe. Meer dan honderdduizend Australische kinderen uit gemengde huwelijken, de ‘halve’ Aboriginals, zijn bij hun familie weggehaald om op de ‘blanke manier’ (her)opgevoed te worden in tehuizen en bij pleeggezinnen.”

Van Loon begon meer dan tien jaar geleden met schrijven om haar zoon, een skateboarder, aan het lezen te krijgen. Haar vijfdelige boekenserie Skatewise (2009-2013) gaat over een groep skatende vrienden. Vervolgens schreef ze zes historische boeken. Van Loon: “Ik wil over vergeten stukjes geschiedenis schrijven.”

Schrijft u liever over onderwerpen waar u al bekend mee bent, zoals skateboarden, of over historische onderwerpen waar u onderzoek naar moet doen?

“Met de Skatewise-serie heb ik veel ‘actiekinderen’ aan het lezen gekregen, dat is fijn. Maar ook voor die boeken heb ik onderzoek gedaan. Ik schrijf eigenlijk altijd over onderwerpen waar ik zelf nieuwsgierig naar ben, en die vaak betrekking hebben op iets wat ik in mijn jeugd heb meegemaakt. Toen ik in de kleuterklas zat vertelden twee vriendinnetjes van mij dat ze naar Australië gingen emigreren, dat maakte enorm veel indruk. Dat, en het feit dat vluchtelingen zo in het nieuws zijn en dat de zogenoemde ­‘gelukzoekers uit de jaren vijftig’, een term die dus niet klopt, er dan bij worden gehaald, ­waren de aanleidingen om Sara’s walkabout te schrijven.”

Uw historische boeken hebben ook uiteenlopende onderwerpen. Heeft u altijd al zoveel verschillende interesses gehad?

“Ja, eigenlijk wel. Ik heb sociologie gestudeerd met als afstudeerrichting kindercriminologie, maar ik heb ook Oost-Aziatische kunstgeschiedenis en Chinees gedaan. Ik heb de meest verschillende banen gehad. Ik was assistent van ­iemand die in schilderijen handelde en ik heb lesgegeven aan de Rietveldacademie. Schrijven is voor mij de manier om al mijn interesses te koppelen. Aan mijn studie sociologie heb ik veel omdat ik daar geleerd heb onderzoek te doen. Ik schrijf voor jongeren omdat die nog zo open naar de wereld staan, die kun je nog dingen uitleggen. Daarbij laat ik niet alleen maar de rauwe werkelijkheid zien, want ik vind het belangrijk dat kinderen nog ergens een blauwe lucht kunnen zien. Kinderen moeten nog wel kunnen slapen van mijn boeken.”

Wat is het grootste verschil tussen het schrijven over personen die echt bestaan hebben, zoals u bij eerdere boeken gedaan heeft, of het schrijven over zelfbedachte karakters zoals Sara?

“Mijn boek Mathilde, ik kom je halen ging over mijn grootmoeder, en dat vond ik best heel gevoelig en moeilijk. Bij Sara was het wat relaxter schrijven, maar ook dan moet je je kunnen verplaatsen in die tijd. Ik vond het belangrijk om niet met de vooroordelen van nu te schrijven, maar echt vanuit de blik van een jong meisje van toen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden