PlusBoekrecensie

Indra, een wajangleven: laverend tussen Indië en Holland

Indra Kamadjojo als verteller in het programma Tobias de Tovenaar in 1972.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Oudere lezers kennen hem nog: van zijn gratis voorstellingen op zondagmiddag in het Tropeninstituut, uit de cursiefjes die Simon Carmiggelt, zijn buurman aan het Weteringplantsoen, in Het Parool aan hem wijdde, als de verteller in de televisieserie Kantjil, het dwerghertje, als de dronken regent in De Stille Kracht, als vaste gast in De Late Late Lien Show: Indra Kamadjojo wás Indië, althans het beeld dat Nederland daarvan had of wilde hebben.

Hij liet zich graag voorstaan op een adellijke Javaanse afkomst, maar was de zoon van een hoge Nederlandse bestuursambtenaar en een inheemse vrouw, voorheen bijzit van de Hollander. Als het spaak loopt met de snelle carrière van zijn vader, verhuist het gezin naar Nederland, waar het hevige verlangen van de zoon om via een studie Indisch recht terug te keren naar de gordel van smaragd wordt gefnuikt, eerst door de bezuinigingen van de crisis, dan door de oorlog.

De lieve vrede

Opeens besluit hij geen Leo Breekveldt meer te heten, maar Indra Kama­djojo, en wordt hij danser. Zijn geboorteland ziet hij pas ruim een halve eeuw later terug. Dans is voor de oorlog in Nederland nog niet erkend als serieuze kunstvorm, maar Indra is niet eenkennig – als hij maar dansen kan. Hij ontwikkelt een eigen stijl, gebaseerd op klassieke Javaanse dansen, maar tooit zich desnoods ook met een sombrero, treedt op in cabaret en variété, zelfs met Heintje Davids.

Tijdens de bezetting collaboreert hij een beetje (de Duitsers, exotische cultuur verafschuwend, zijn juist gesteld op de oud-Javaanse ‘arische’ kunst), maar verbergt hij in een kast thuis ook lang een onderduiker. Hij is voor de onafhankelijkheid van Indonesië, maar danst tijdens de Nederlandse militaire acties ook ten bate van ‘onze jongens overzee’. Zijn biografe noemt hem een ‘pragmaticus’, soms lijkt hij een opportunist: hij neemt veel voor lief, alleen al om met dansen de kost te verdienen. Over discriminatie of racisme hoor je hem nooit: ervaart hij die niet of zwijgt hij voor de lieve vrede?

Charmante eenvoud

Na de soevereiniteitsoverdracht stijgt zijn populariteit enorm: zijn ‘etnische dans’ lijkt balsem voor de Nederlandse ziel na het pijnlijke verlies van ‘ons Indië’. Al vanaf het begin van de televisie in 1951 is hij daar regelmatig te zien. Met zijn ‘charmante eenvoud en indringendheid’ neemt hij het publiek voor zich in tot ver in Europa en de VS, als een ware ‘wijze uit het Oosten’. Als hij vier jaar later door reuma geveld wordt, is hij ontroostbaar, maar hij herneemt zich als voordrachtskunstenaar in woord en gebaar – en danst later ook weer, voorzichtig.

Hij wordt gaandeweg een autoriteit, een ­‘oosterse cultuurpaus’ in de Nederlandse danswereld, geteisterd door naijver en twisten. Als zakelijk directeur van Het Nederlands (later Nationaal) Ballet staat hij naast de legendarische, geduchte artistiek leider Sonia Gaskell, maar dat strookt niet met zijn irenische natuur: hij is ronduit bang voor haar.

Het leven van Indra Kamadjojo was, zoals voor de meeste Indo’s – ‘Indische mensen’ van gemengde afkomst, half- of liever dubbelbloed – een voortdurend laveren tussen identiteiten. Zo werd hij de man, zoals deze bijzonder gedetailleerde biografie laat zien, die Indië in de Nederlandse huiskamers bracht.

Lizzy van Leeuwen, Indra, een wajangleven. Atlas Contact, €29,99, 416 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden