Plus

Incident of terroristische aanslag: de worsteling met woorden

Noemen we het drama in Utrecht een terroristische aanslag of een moordpartij die werd aangericht door een doorgesnoven gek? Een worsteling voor media en de autoriteiten die verder gaat dan semantiek alleen.

Hulpverleners op de plek van de schietpartij in de tram op het 24 Oktoberplein afgelopen maandag.Beeld anp

De termen waarin autoriteiten spreken over wat er maandagochtend in de tram op het 24 Oktoberplein in Utrecht gebeurde, lopen uiteen. De politie Utrecht en het Openbaar Ministerie houden vast aan de term 'schietincident', terwijl ­premier Mark Rutte het van meet af aan had over 'aanslag'. In zijn eerste schriftelijke reactie voegde hij daar aan toe: "Een daad van terreur is een aanval op onze beschaving."

Tussen 'incident' en 'daad van terreur' gaapt nogal een gat. Dat lijkt op het eerste oog een semantische kwestie, maar het gaat verder dan dat. Het grijpt niet alleen terug naar de motieven van de dader, maar bepaalt ook de impact van de daad op de samenleving.

Beladen terminologieën
"Een aanslag die het label terrorisme heeft, voelt anders dan een afrekening in het criminele circuit. Daarbij kun je denken: ik ben geen crimineel, ik heb niets te vrezen," zegt terrorismedeskundige Edwin Bakker.

Woorden hebben betekenis, zegt ook Jaap de Jong, hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden. "Aanslag, terrorist, terroristische motieven, jihadisme; we moeten ontzettend voorzichtig zijn met ­beladen terminologieën als er nog niets helemaal zeker is," zegt De Jong. "Met die woordkeuze wordt de impact van de gepleegde gruweldaad vele malen erger. Een schietincident door een doorgedraaid figuur is een ramp voor de mensen die het treft, maar een terroristische aanslag voedt angst in onze gehele samenleving. Daar moeten we mee oppassen."

Een paar uur na de schietpartij kwam Rutte dan ook met een opvallende als-dan-redenering: "Mocht dit inderdaad een terreurdaad blijken, dan past daarop maar één antwoord en dat antwoord luidt dat onze rechtsstaat en onze democratie sterker zijn dan fanatisme en geweld." Op dat moment was nog niets bekend over de verdachte en zijn drijfveren.

"Rutte zocht het randje op," zegt hoogleraar sociale psychologie Kees van den Bos. "Hij was duidelijk, maar stelde wel een disclaimer in." Al is dat niet het volmaakte scenario volgens de hoogleraar. "Idealiter worden er geen ­mededelingen gedaan tot alles is onderzocht. Maar we leven in een snelle samenleving waar iedereen zoekt naar antwoorden. Dan probeer je zo goed als mogelijk het incident te duiden. Het is lastig en de balans is precair."

Duivels dilemma
De juiste woordkeuze bepalen in een crisis­situatie zoals in Utrecht stelt de overheid telkens weer voor een duivels dilemma, weet De Jong, die onderzoek deed naar de rol van retorica in politieke communicatie en media. Het gebruik van te grote woorden kan onnodig angst zaaien, anderzijds kan het bagatelliseren van een gebeurtenis eveneens ongewenste gevolgen hebben. "Als er over slechts een schietincident wordt gesproken en er tegelijkertijd helikopters in de lucht hangen, moskeeën worden gesloten en het dreigingsniveau wordt opgeschaald naar het maximale niveau, gaan mensen zich afvragen of er niet meer aan de hand is. De berichtgeving van de overheid en het handelen van de veiligheidsdiensten lijken dan tegenstrijdig."

Het gevolg? "Onrust en wantrouwen. Burgers vertrouwen orders van hogerhand niet meer en maken eigen regels. Als dat maandag was gebeurd, dan hadden ouders bijvoorbeeld het advies van de burgemeester genegeerd en ­waren ze hun kind van school gaan halen om een veilige situatie voor zichzelf te creëren."

Live op Twitter
Vooral in de samenleving van tegenwoordig, waar alles kan worden gedeeld op sociale media, speelt informatieverschaffing van instanties een belangrijke rol. Als de overheid geen duidelijkheid verschaft, gaan mensen via sociale media zelf op zoek naar wat er aan de hand is, met het risico dat onjuiste informatie zich razendsnel verspreidt. Het arrestatieteam dat op zoek was naar de hoofdverdachte was maandag zelfs live te volgen via Twitter.

Er schuilt ook een gevaar in de wens om ­gedrag zo snel te labelen, weet Van den Bos. "Om snel duidelijkheid te geven, wordt er één label gebruikt, zoals terrorisme. Maar er kunnen voor een daad verschillende motieven zijn. Iemand kan tegelijk geestelijk niet in orde zijn en een ideologische extremist. Voor het grote publiek is dat een ingewikkelde boodschap, mensen denken zeker bij dit soort ernstige gebeurtenissen het liefste zwart-wit, terwijl de realiteit vaak gecompliceerder is."

Lees ook: Verwarring en angst, maar geen paniek in Utrecht en: Waarom zat Gökmen T. niet in hechtenis?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden