Plus

In Oorlogszoon beschrijft Ivo Weyel de impact van stilzwijgen

Door het onderduikdagboek van zijn vader werd Ivo Weyel zich bewust van de verholen angsten waarmee hij opgroeide. In Oorlogszoon beschrijft hij de impact van stilzwijgen.

Ivo Weyel: 'Ik deed dingen waarvan ik dacht dat mijn ouders zich er niet prettig bij zouden voelen, al bij voorbaat niet'Beeld Herman van Heusden

In zijn werkkamer, hoog boven de Amstel tegen­over Carré, bladert hij door de ordner met meer dan duizend vol getypte - 'getijpte', zoals hij zegt - velletjes luchtpapier.

Rond 1200 raakte hij de tel kwijt, nooit meer opnieuw begonnen. Door het lezen van dit 'Dagboek onderduik' van zijn vader, van 18 juni 1943 tot 23 juni 1945, kantelde het ­leven van Ivo Weyel (63).

Zijn ogenschijnlijk vrolijke jeugd, met een vader die zo de clown kon uithangen dat zijn moeder in haar broek plaste en hij en zijn broer buikpijn kregen van het lachen, bleek een 'camouflagenet over vaders leed', zoals hij schrijft in Oorlogszoon.

Ik kan me zo voorstellen dat dit boek uit noodzaak is geschreven. Door het dagboek van uw vader kwam u zichzelf tegen.
"Noodzakelijk? Nou nee, ik zal maar eerlijk zijn. Ik ben niet zo'n schrijver die móet schrijven om te kunnen ademen. Ik vond het dagboek van mijn vader toen we het huis van onze ouders leegruimden. En het is zo prachtig dat ik er iets mee wilde. Maar het schrijven was geen heilig moeten. Al poepte ik het er wel zo uit toen ik eenmaal begon."

Niet therapeutisch dus? U legt zichzelf - met een grote dosis zelfspot, dat wel - behoorlijk op de divan.
"Wel in de zin dat ik nu meer durf te doen wat ik zelf wil. Dingen waarvan ik dacht dat ik ze niet kon. Over mezelf praten was er nooit bij. 'Mossel', noemden mijn vrienden me. Ik had dat al veel eerder wél moeten doen. Maar in mijn familie was het altijd: 'Niet over praten.' Niet over leed, niet over de oorlogsjaren van mijn vader, maar ook niet over Hirsch & Cie., de modezaak van mijn familie aan moederszijde waarover ik in Het Parool schrijf. Ook succes mocht je niet te veel etaleren, rijke Joden zouden alleen maar antisemitisme opwekken."

U hebt het lezen van het dagboek uitgesteld.
"Voorin zat zijn Jodenster, met de draadjes er nog aan, ik werd er echt lichamelijk onpasselijk van. De oorlog kwam zo dichtbij, ik heb het letterlijk dichtgesmeten."

En toen u begon te lezen, ging de mythe van dat leuke gezinnetje aan diggelen.
"Mijn vader heeft zo goed geacteerd dat we niet wisten dat er iets aan de hand was. Dat maakte het dubbel zo moeilijk te verwerken. Je ziet in het dagboek het huiswerk dat hij maakte: 'Als ik de oorlog overleef, dan ga ik...' 'Als ik kinderen krijg, dan...' Hij had al van te voren bedacht hoe hij anderen er vooral níet mee zou belasten."

Maar daardoor heeft hij u júist belast.
"We leefden op drijfzand, dat heb ik onbewust toen toch aangevoeld. Ik ben overgevoelig, ik heb een antenne van hier tot Tokio, dus ik pik alle kleine dingetjes op. Ik wist: er moest geen rimpeling bijkomen, geen extra ballast. Mijn homo­seksualiteit was zo'n rimpeling, daar praatten we dus niet over. Ik heb ze enorm willen beschermen, zwakzinnig rekening met hen gehouden. Ik deed dingen waarvan ik dacht dat ze zich er niet prettig bij zouden voelen, al bij voorbaat niet."

Zoals?
"Nou gewoon, een dure auto kopen. Dat deed ik dus ineens toen ze dood waren: een Jaguar. Een puberale reactie. Het is allemaal de schuld van mijn ouders, maar wel een 'schuldeloze schuld', zoals ik het in het boek noem. Wij speelden voorbeeldgezinnetje, terwijl het koffertje met leed onder het bed was geschoven."

'Opzouten met die eeuwige angst', spoort u zichzelf aan nu u beseft waar uw angsten en depres­sies vandaan komen. Lukt dat?
"Het is nog heel vers, ik weet het niet. Het komt voor dat ik de straat niet op durf, ik kan op iedere hoek worden neergestoken. Voor de reisverhalen die ik schrijf durf ik eigenlijk mijn hotel niet uit. Ik dóe het wel, dan neem ik een dubbele dosis medicijnen. Chemisch geluk, heerlijk. En ik weet het net zoals mijn vader te verbergen."

"Ik ben een blauwdruk van mijn vader. Maar ik denk dat het sowieso helpt dat mijn ouders nu dood zijn, hoezeer ik van hen hield en hou. Vanaf dag één is dat een enorme bevrijding geweest, een last van mijn schouders. Ik heb het gevoel dat ik pas nu mijn eigen leven mag leiden."

Non-fictie

Ivo Weyel, Oorlogszoon - de onderduikjaren van mijn vader en het leven daarna. Atlas Contact, €19,99. 190 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden