PlusBoekrecensie

In Nisrine Mbarki’s poëziedebuut wordt de liefde al snel grimmig

In het poëziedebuut Oeverloos van Nisrine Mbarki (1977) neemt de lyrische ik verschillende rollen aan. Ze is een dochter van gescheiden ouders van verschillende afkomst, moeder en ontheemd reiziger. In afzondering valt ze samen met haar natuur.

Dieuwertje Mertens
Nisrine Mbarki. Beeld Willemieke Kars
Nisrine Mbarki.Beeld Willemieke Kars

Dat gebeurt nadat ze een avond ‘gewoontegetrouw’ de ideale gastvrouw speelde: ‘ik rits mijn vrouwenhuid vanaf de kruin open/het geduldige gezicht van de dochter (..) de opengereten moeder van de zoon (..) ik/dit wezen/kent nog steeds de weg naar het woud’.

Oeverloos opent met een blik van de lyrische ik op een zwart-witfoto van haar ouders, eind jaren zeventig. Ze denkt terug aan deze liefde, die aanvankelijk opgewassen leek tegen verschil in taal en cultuur. De liefde wordt echter al snel grimmig: ‘ze zullen elkaars taal en god oneindig vervloeken/zwerven met messen in de hand en dwangbuizen in de nacht’. Een ingewikkelde samentrekking, maar het is – kortom – een hysterische toestand. De ‘ik’ zal verwonderd toekijken.

De prozaïsche gedichten, veel reeksen, hebben een verhalend karakter. Het is soms even zoeken waarom Mbarki voor poëzie en niet voor proza koos. De strofes hebben dezelfde functie als die van alinea’s en de regelafbreking lijkt geen belangrijke rol te spelen (voor iedere zin een regel), maar soms gebeurt er onverwacht toch iets met de vorm – een zin die woord voor woord onder elkaar wordt geplaatst of één enkele zin die midden over de pagina loopt, waardoor de boodschap wordt benadrukt.

Verrassingen

De taaldichtheid is groot; in sommige gedichten zouden nog wat zinnen kunnen worden geschrapt. Denk bijvoorbeeld aan voorspelbare omschrijvingen als ‘in de metrotunnel is het warm en bedompt als altijd’; zo’n zin kun je makkelijk missen. Het alledaagse taalgebruik wordt afgewisseld met dichtregels waar je blik even achter blijft haken (‘god zit gehurkt achter de Alef’). In juist dat soort verrassingen zit de aantrekkingskracht van de gedichten.

Mbarki’s taalgebruik is beeldend en ze gebruikt (soms te) veel bijvoeglijke naamwoorden. Arabische woorden en Franse zinnen benadrukken de afkomst van de verteller, brengen haar dichter bij haar familie in de diaspora.

Daaraan valt niet te ontkomen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. De oever is in deze bundel geen plek die door de dichter wordt bereikt. Ze zwemt: ‘dichters zijn dromerige duivels met gevaarlijke gebeden/lezers zijn medeplichtig aan het verlangen om ergens/in te verdrinken’.

null Beeld

Oeverloos

Nisrine Mbarki
Uitgeverij Pluim, €12,99
78 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden