Plus Achtergrond

In Nicolaes Maes huizen wel drie schilders

Zijn schilderijen werden vroeger vaak aan Rembrandt toegeschreven. Het Mauritshuis haalt het werk van Nicolaes Maes nu voor het eerst uit de schaduw van zijn leermeester.

Een bijzondere subcategorie waar Maes zich op toelegde was de ‘luistervink’, zoals deze, die behoort tot de Wellington Collection in Londen. Beeld The Historic England Archive, Hi

Bijna driehonderd jaar geleden kocht Wilhelm von Hessen-Kassel een prachtige Rembrandt. Het werk kwam uit een nagelaten Amsterdamse collectie en in de veilingcatalogus werd het doek beschreven als ‘een schoon en deftig oud man van voren, in gepeins’. Het schilderij kreeg een mooie plek in de Kasselse Gemäldegalerie en sindsdien gold het daar als een publiekslieveling. Maar de signatuur van Rembrandt bleek vals en de oorspronkelijke naam was verwijderd. Jarenlang hadden kenners onenigheid over wie de maker zou kunnen zijn. Pas na een restauratie veertig jaar geleden bleek dat het schilderij eigenlijk van Nicolaes Maes (1634-1693) moest zijn.

De verwarring is begrijpelijk, want het imposante portret is geschilderd in de stijl van Rembrandt. Nicolaes Maes was een van zijn meest getalenteerde leerlingen. Maes verliet als jongen van dertien of veertien het ouderlijk huis in Dordrecht om in Amsterdam bij de grote meester in de leer te gaan. Hij bleef waarschijnlijk vier of vijf jaar bij Rembrandt in het atelier in de huidige Jodenbreestraat, waarna hij in 1653 als volleerd meester naar Dordrecht terugkeerde. Hij stichtte een gezin en bleef twintig jaar in Dordrecht werkzaam. In de loop van 1673 keerde hij terug naar Amsterdam, waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven bleef wonen.

Drie verschillende schilders

Als je de eerste overzichtstentoonstelling van Maes in het Mauritshuis overziet, denk je in eerste instantie met drie verschillende schilders te maken te hebben. Kunstkenners konden vroeger nauwelijks bevatten dat de intieme genrestukken en de elegante portretten door één en dezelfde persoon waren gemaakt. Op een moment werd zelfs gedacht dat er twee schilders met de naam Maes moeten hebben bestaan.

De eerste stukken op de tentoonstelling laten voornamelijk Bijbelse onderwerpen zien. Maes leerde als tiener bij Rembrandt hoe hij een scène met meerdere figuren moest opbouwen en hoe hij de hoofdrolspelers en hun emoties overtuigend moest weergeven. Dat lukt al heel aardig in het allereerste schilderij in de tentoonstelling, De wegzending van Hagar (1653). Daarop is de figuur van Abraham geschilderd met Hagar, de dienstmeid van zijn vrouw Sara. In het Bijbelverhaal had de oude Abraham met Hagar een zoon gekregen, maar nu stuurt hij moeder en kind de woestijn in. Bij het afscheid probeert Abraham de twee te zegenen, maar de jonge vrouw wendt zich af en je ziet haar denken: flikker maar op met je mooie praatjes.

In de daaropvolgende jaren schilderde Maes voornamelijk genrestukken, huiselijke voorstellingen ontleend aan het dagelijks leven. Maes schilderde meestal vrouwen, bijvoorbeeld als ze aan het kantklossen of naaien zijn. Vrouwen die zich geconcentreerd aan hun taak wijden golden in de zeventiende eeuw als het toonbeeld van deugdzaamheid. Maar Maes schilderde ook nogal wat slapende mensen, die juist als dom en lui worden voorgesteld. Een slapende man heeft zich tegoed gedaan aan drank en tabak en is aan een tafel in slaap gevallen. Een vrouw neemt daar dankbaar misbruik van en graait zijn portemonnee uit zijn broekzak.

Speciale subcategorie van het genrestuk waar Maes zich op toelegde is de ‘luistervink’. De vrouw des huizes bespiedt glimlachend een dienstmeid, die op de achtergrond stiekem bij haar geliefde is. De vrouw links houdt haar vinger op haar lippen. Ze kijkt de toeschouwer rechtstreeks aan en doet zo een beroep op ons, de kijkers, om stilletjes deelgenoot te worden van het tafereel bij het open venster.

Pseudohistorische kleding

Een schilderij uit Mansion House in Londen heeft nog een extra illusie. Het hele schilderij is geschilderd als een schilderij, waarvoor een gordijntje is gespannen. Door deze truc, die hij van Rembrandt moet hebben geleerd, wordt het hele tafereel een theater, waarbij de clou van het tafereel schuilgaat achter het gordijn.

Maes stopte eind jaren vijftig plotseling met het maken van genrevoorstellingen en legde zich toe op portretten. Hij ontwikkelde een elegante stijl die goed in de smaak viel bij opdrachtgevers in Amsterdam en Dordrecht, maar ook in andere steden in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Gezinnen in pseudohistorische kleding komen bij elkaar in geïdealiseerde parken of exotische landschappen met klaterende fonteinen en antieke beelden. Maar de wat oudere, conservatieve klant kon hij desgewenst ook bedienen met portretten in een wat soberder palet.

Vier portretten van twee broers, een zus en een nichtje uit Leiden raakten door de jaren heen verspreid en kwamen in drie verschillende collecties terecht. Nu hangen ze weer even bij elkaar, en alle vier de schilderijen hebben nog dezelf­de lijst. De vier familieleden lieten zich volgens de laatste mode portretteren. Ineens zijn de krullenbossen van de heren veel uitbundiger dan die van de dames.

Nicolaes Maes, Rembrandts veelzijdige leerling: t/m 19 januari in Mauritshuis, Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden