Plus

In heel Amsterdam zitten kunstenaars verstopt: ‘Een residentie haalt je uit je context’

Verspreid door de stad bieden oude drukkerijen, bouwketen en schoolgebouwen tijdelijke residenties voor kunstenaars. Schrijver Marloes Kemming brengt zes broedplaatsen en hun bewoners in beeld. ‘Als je de kracht van kunstenaars wil inzetten, moet je ze ook koesteren.’

Marloes Kemming

Paul van Egmond (48) en Marloes ­Kemming (38) resideren in een ­voormalige bouwkeet in Ruigoord.

Ingeklemd tussen de westelijke havens en industrie ligt kunstenaarsdorp Ruigoord. Gekraakt in de jaren 70 is het dorp een geliefde plek voor vrijbuiters. Sinds 2022 heeft Ruigoord een residentie, waar wisselende makers verblijven. Zo ook mijn vriend Paul van Egmond en ik; we delen de residentie voor drie maanden. Hij doet onderzoek naar de energietransitie en wilde ervaren hoe het is om onder windmolens te leven. “In elk gesprek over windenergie kreeg ik van tegenstanders te horen: jij hebt makkelijk praten, jij woont er niet onder. Ruigoord bood me de kans om maandenlang op zo’n 250 meter van twee windmolens van 130 meter hoog te verblijven, in een voormalige bouwkeet. Woningen staan doorgaans op minimaal 500 meter en zijn beter geïsoleerd, dus de ervaring hier is méér dan representatief.”

Marloes Kemming is schrijver van kinderboeken, haar vriend Paul van Egmond vroeg de residentie aan vanwege een windmolenonderzoek. Ze hebben er samen 3 maanden gewoond en gewerkt. Beeld Dingena Mol
Marloes Kemming is schrijver van kinderboeken, haar vriend Paul van Egmond vroeg de residentie aan vanwege een windmolenonderzoek. Ze hebben er samen 3 maanden gewoond en gewerkt.Beeld Dingena Mol

Zijn bevindingen wil hij, als voorstander van windenergie, verwerken in een documentaire. “De overlast van windmolens valt reuze mee, en we hebben de ­schone energie nodig.”

“Plekken als Ruigoord zijn belangrijk voor iedereen die zijn of haar eigen patronen wil bevragen. Een residentie haalt je uit je context; je doorbreekt gewoontes en schudt de boel een beetje op. In de breuklijnen ontstaat weer ruimte voor nieuwe inzichten.”

Ikzelf rondde hier mijn kinderboek Fabulant af, over een meisje zonder speciale krachten dat terechtkomt in een magische wereld. Op Ruigoord worden de residenten omgeven door groen en kunstwerken. Het hele dorp is een ode aan de verbeelding. Het is inspirerend om omringd te zijn door mensen die de wereld mooier maken met hun kunst, en die zo hard werken. Thuis kwam schrijven vaak na alle verplichtingen, maar hier gaat de kunst voor. Dat probeer ik na te leven.

Er zijn weinig residenties voor kinderboekenschrijvers. De plekken voor literaire schrijvers zijn enorm waardevol, maar aandacht voor kinderboekenschrijvers is ook hard nodig. Laaggeletterdheid en ontlezing nemen toe; dit ga je in de basis tegen door boeken aan te bieden die kinderen willen lezen. Steun dan ook de makers van die boeken.

Michael Tedja (51) resideert bij het NIAS in de Korte Spinhuissteeg.

Het kantoortje van schrijver Michael Tedja straalt niet direct creativiteit uit. Toch is de Letteren Fellow van het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS) enorm productief in zijn kamer vol universiteitsmeubilair. Met uitzicht op een tekening van dichter-schilder Lucebert werkt hij hier aan zijn vijfde roman.

Michael Tedja is schrijver en beeldend kunstenaar. Hij werkt momenteel aan een roman die in 2024 uit gaat komen. Beeld Dingena Mol
Michael Tedja is schrijver en beeldend kunstenaar. Hij werkt momenteel aan een roman die in 2024 uit gaat komen.Beeld Dingena Mol

“Ik onderzoek het verleden van mijn kunstenaarsfamilie. Biologische ­verwanten, maar ook kunstenaars die ik beschouw als mijn artistieke familie. ­Lucebert speelde een beperkte rol in mijn roman, maar recent zijn er antisemitische tekeningen van zijn hand opgedoken. In mijn artistieke familie zit dus opeens een racist, een antisemiet. Daar moet ik iets mee. Ik ga de rest van mijn residentie onderzoek doen naar die geschiedenis.”

NIAS-residenten zijn veelal wetenschappers. Ze volgen vijf maanden lang een intensief programma, gericht op kruisbestuiving. “Als Fellow woon je elke week seminars bij, waarin iemand zijn of haar onderzoek presenteert. Vooraf lees je een paper en daarna ga je erover in gesprek. De seminars kunnen over van alles gaan: wiskunde, de zee, nieuwe datatoepassingen. Ik vind lang niet alles interessant, maar ben geboeid door de botsing van kunst en wetenschap. Ik geloof dat kunst het hoogste is wat je kan toevoegen aan de maatschappij, zij vinden dat van de wetenschap.”

In de huidige groep is Tedja de enige schrijver. “In het begin was het even zoeken naar mijn rol. Ik wil deelnemen vanuit mijn eigen kracht en expertise, niet vanuit iets wat ik niet ben. Die rol heb ik inmiddels gevonden. We hadden laatst een seminar over de zee en ik heb toen een gedicht geschreven. Dat gedicht wordt nu gebruikt bij de presentatie van het onderzoek, een mooi voorbeeld van hoe twee kennissets elkaar versterken. Ik voeg een andere taal toe aan de groep.”

Moodboard met personages uit Tedja's roman.  Beeld Dingena Mol
Moodboard met personages uit Tedja's roman.Beeld Dingena Mol

Hoewel het instituut een woonruimte biedt voor wie dat nodig heeft, gebruikt Tedja de residentie om te werken; hij woont in Amsterdam. Met zijn 51 jaar en gevestigde positie voldoet hij niet aan het klassieke beeld van de jonge kunstenaar die een opstapje kan gebruiken. “In deze residentie kun je grenzen oprekken, je denken scherpen. De onderwerpen van de andere Fellows inspireren me en dwingen me op een andere manier te kijken. Het voelt als een overwinning wanneer het lukt om vanuit de literatuur antwoord te geven op iets wat niet literair is. Dat is echt een interventie.”

Lieve Hakkers (26) resideert bij De Ateliers op de Stadhouderskade.

Een metershoog oud klaslokaal aan de Stadhouderskade vormt de werkplek van beeldend kunstenaar Lieve Hakkers. Het imposante gebouw werd in 1874 gebouwd voor de Rijksacademie, die in 1992 verhuisde. Op de vloer van haar studio liggen zeven grote schilderijen en tientallen andere ­leunen tegen de muur. Hakkers en de andere deelnemers van het residentie­programma hebben net een show achter de rug waarbij de deuren van De Ateliers opengingen voor het publiek.

“Ik studeerde af in de pandemie – op afstand, met een powerpointpresentatie. Doordat ik direct deze plek vond bij De Ateliers, hoefde ik niet meteen de markt op en kon ik me concentreren op het maken van goed werk. Ik heb hier de tijd genomen om mezelf verder te ontwikkelen, beter te worden en dingen uit te proberen. Nu past het materiaal dat ik gebruik beter bij de inhoud van mijn werk.”

Lieve Hakkers is beeldend kunstenaar en werkt in De Ateliers aan de Stadhouderskade.  Beeld Dingena Mol
Lieve Hakkers is beeldend kunstenaar en werkt in De Ateliers aan de Stadhouderskade.Beeld Dingena Mol

De Ateliers richt zich als internationaal instituut op talentontwikkeling van jonge beeldend kunstenaars. Elk jaar melden meer dan duizend mensen van over de hele wereld zich aan voor het residentieprogramma. De tien deelnemers die worden geselecteerd krijgen twee jaar lang een woon- en werkplek. Uniek is daarbij de intensieve begeleiding van prominente vakgenoten.

“Elke dinsdag zet je de deur van je werkplek open en lopen de ‘tutoren’ ­binnen: gerenommeerde internationale kunstenaars die met je komen praten over wat je gemaakt hebt. Zo’n dag is soms best heftig, maar het helpt bij het reflecteren op je werk.”

Iedere deelnemer heeft een eigen ­beleving van de residentie, zegt Hakkers. “Sommigen vinden de luwte fijn, anderen willen eigenlijk meer in de maatschappij staan en weer anderen zijn kritisch op het instituut. Zelf vind ik het belangrijk dat er plekken blijven bestaan waar jonge kunste­naars tijd en ruimte krijgen om zich artistiek te ontwikkelen, zonder prestatiedruk. Kunstenaars krijgen vaak plekken aangeboden in buurten die moeten gentrificeren, maar zodra het gebied in waarde is gestegen, kunnen we weer vertrekken. Of er wordt een tegenprestatie geëist. Dat is best pittig. Kunstenaars hebben ook recht op een normale basis en ons een plek ­bieden is geen vorm van liefdadigheid. We brengen verfrissing, verbinding, nieuwe inzichten. Zonder creatieve mensen wordt de stad kil. Als je de kracht van kunstenaars wil inzetten, moet je ze ook ­koesteren.”

Nicolas Azebeokkhay (33) resideert bij Kanaal 10 op de Plantage Doklaan.

Residentie Kanaal 10 is onderdeel van Plantage Dok. Het gebouw heeft al meerdere levens achter de rug: als kerk, school en drukkerij. Inmiddels is het een broedplaats waar kunstenaars werken en culturele en maatschappelijke activiteiten organiseren. Elke paar maanden verwelkomen ze een nieuwe resident in hun midden. Zoals de Vlaamse Nicolas Azebeokkhay, beter bekend onder zijn artiestennaam Prins Nicolas, die vanuit zijn residentie de Amsterdamse kunstscene bestormt.

“In België zijn maar weinig broedplaatsen of residenties. Nederland doet dat veel beter. De residentie gaf me een veilige basis van waaruit ik mijn bestaan in Amsterdam kon opbouwen. Als de residentie gedaan is, blijf ik in de stad. Ik heb me hier de afgelopen maanden in de kunstscene gestort en inspirerende mensen leren kennen. Broedplaatsen zijn de ideale plek om je met gelijkgestemden te omringen, van elkaar te leren en elkaar te motiveren. Kunstenaar kan best een eenzaam beroep zijn en de community heeft mij veel gebracht.”

Prins Nocolas is beeldend kunstenaar en heeft een Artist Residency bij Kanaal 10.  Beeld Dingena Mol
Prins Nocolas is beeldend kunstenaar en heeft een Artist Residency bij Kanaal 10.Beeld Dingena Mol

Zo druk als het in de broedplaats is, zo stil is het in het atelier van Azebeokkhay. De grote ruimte heeft geen ramen waarachter het donker of weer licht wordt en eenmaal aan het werk gaan de uren ongemerkt voorbij. Aan de wanden hangt een oud doek ietwat verloren tussen het werk van de afgelopen maanden. “Ik werk veel. Ik wil maken, ik wil gezien worden. Als kind kreeg ik te weinig liefde, ik moest vechten om aandacht. Nu eis ik met de kunst die ik maak mijn plek op. Ik smijt mijn werk als het ware de wereld in.” In zijn werk staan genderrollen, identiteit en het verlangen om gezien te worden centraal. “Mijn stijl is daarbij theatraal: ik verlang ernaar om te acteren in de wereld. Dankzij Dok maakte ik een vliegende start in Amsterdam en nu wil ik door.”

Residenties en broedplaatsen zijn niet alleen belangrijk voor de makers, maar ook voor de stad, zegt Azebeokkhay. “Het sluiten van kunstenaarsplekken is funest voor de stad. Amsterdam is nu nog aantrekkelijk voor jonge kunstenaars, juist door collectieven zoals Plantage Dok. Broedplaatsen geven een extra dimensie aan de stad; het zijn interessante plekken. Ze kunnen jouw visie veranderen, je inclusiever en empathischer maken. Elke kunstenaar vertelt op de meest pure manier een verhaal en die verhalen confronteren, verbinden en verbreden je blik op de wereld.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Hobie Minnebreuker (25) resideert bij AGA LAB op de De Roos van Dekamaweg.

Het is een spannende dag voor beeldend kunstenaar Hobie Minnebreuker. Hij zit nu twee maanden in residentie bij AGA LAB en laat vanavond voor het eerst nieuw werk zien aan het publiek. “Ik ben echt de diepte ingegaan met mijn techniek.”

Hobie Minnebreuker maakt grafisch werk in het AGA Lab in Amsterdam West, waar hij tijdelijk woont en werkt. Beeld Dingena Mol
Hobie Minnebreuker maakt grafisch werk in het AGA Lab in Amsterdam West, waar hij tijdelijk woont en werkt.Beeld Dingena Mol

Die techniek is Toyobo, een niet-giftige drukmethode met lichtgevoelige platen. Minnebreuker gebruikte deze techniek in de zomer van 2022 al voor zijn afstudeerproject aan St. Joost in Breda, maar was nog niet uitgeleerd. “Deze residentie was een kans om me verder te verdiepen in Toyobo. Om meer te leren. Ik heb bewust voor één techniek gekozen en de tijd gebruikt om binnen die kaders te experimenteren. Ik wil de grenzen oprekken. Toyoboprints zijn bijna altijd zwartwit, maar door het gebruik van kleur en witte inkt krijgen mijn werken iets sculpturaals. Het zijn geen foto’s meer, maar objecten geworden.”

Voor grafische kunsten is AGA LAB een van de belangrijkste plekken in Nederland. Het Amsterdams Grafisch Atelier werd in 1958 opgericht door Amsterdamse kunstenaars die zich geen eigen atelier konden veroorloven. Een rondje door het atelier maakt dat nog steeds voelbaar: alles is hier groot, hoog en industrieel. Enorme ramen, persen en machines vullen de gymzaal van de voormalige technische school.

“Ik vond de ontmoeting met andere kunstenaars die in ‘de gym’ werken heel waardevol en leerzaam. Er is hier zoveel kennis te vergaren. Binnen het internationale residentieprogramma wordt elke week een ‘artist talk’ georganiseerd, waarbij je elkaars werk bespreekt. Door te reflecteren begrijp je zelf beter wat je maakt en word je uitgedaagd om verder

te gaan. Ik ben niet het soort kunstenaar dat als kluizenaar leeft en dan kant-en-klaar werk de wereld in stuurt: ik wissel graag uit.”

Voor veel residenties geldt dat deelnemers alles zelf betalen. Gesponsorde plekken zijn een uitzondering. “Het zou mooi zijn als er meer van dit soort plekken zouden komen, en financiële hulp om ze voor iedereen bereikbaar te maken. Deze kans gun ik anderen ook. Er wordt volop bezuinigd op broedplaatsen, terwijl ze zo belangrijk zijn. Jong talent heeft een inspirerende plek nodig, mensen om mee uit te wisselen en tijd om te experimenteren, ook met trage technieken. Ik ben een dag bezig met een print, maar kwaliteit heeft tijd nodig. Tijd bieden is dan ook het mooiste wat je voor kunstenaars kunt doen.”

Unfinished sculpture, door Hobie Minnebreuker. Beeld Hobie Minnebreuker
Unfinished sculpture, door Hobie Minnebreuker.Beeld Hobie Minnebreuker

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden