PlusErelijst

In Gran Torso brak Helmut Lachenmann met alle tradities van het strijkkwartet

In deze rubriek bespreekt de muziekredactie van Het Parool een klassieker uit de geschiedenis van pop, jazz of klassieke muziek, die het waard is opnieuw te beluisteren. Deze keer: Gran Torso van Helmut Lachenmann uit 1971, uitgevoerd door het Arditti String Quartet.

null Beeld

Vijftig jaar geleden schreef de Duitse componist Helmut Lachenmann zijn eerste strijkkwartet, dat hij Gran Torso doopte. Het duurde 24 minuten. Società Cameristica Italiana bracht het op 6 mei 1972 in de Duitse plaats Bremen première, waar het zoals met eigenlijk alle werken van Lachenmann de kritiek verdeelde in felle voorstanders en even felle tegenstanders. De tegenstanders stoorden zich aan het ‘zinloze gekraak, geschuur, geknars en gekraak’ en de momenten ‘waarop er niets gebeurde’. Ze vonden het een ontheiliging van alles wat het edele genre strijkkwartet nou juist zo buitengewoon mooi maakte. De voorstanders, onder wie de Duitse musicograaf Heinz-Klaus Metzger, vonden dit onbenullig gezwets, al gebruikten ze andere bewoordingen. Lachenmann was nu eenmaal geen Beethoven, een bewering die je trouwens ook eenvoudig kon omdraaien. Beethoven was dood. Lachenmann leefde nog (en dat doet hij nog steeds; hij is inmiddels 85).

Terug in de tijd Tien jaar voordat Lachenmann zijn Gran Torso componeerde, schreef zijn landgenoot Michael von Biel zijn Zweites Streichquartett. Daarmee reet Von Biel de klassieke opvatting van het strijkkwartet finaal aan flarden. Een krachtiger breuk was ook nauwelijks mogelijk. Welluidende akkoorden, fraaie melodieën en aanstekelijke ritmes waren vervangen door geluiden die je óók op twee violen, een altviool en een cello kon maken, door harder op de stok te duwen, dichter bij de kam te spelen, of zelfs helemaal naast de kam, kortom, door een variëteit aan technieken te gebruiken waaraan voordien weinigen hadden gedacht. De klanken die Von Biel wilde botsten zozeer met de gangbare opvattingen over wat muziek voor een strijkkwartet moest zijn, dat nogal wat mensen er paniekaanvallen van kregen. Zo niet Helmut Lachenmann, die voortging op de weg die Von Biel had aangewezen door klankwerelden te ontginnen die voordien slechts waren voorbehouden aan de wereld van de elektronische muziek. De term die Lachenmann erbij bedacht was Instrumentale Musique Concrète.

Gran Torso is een amalgaan van strijktechnieken, die zich naar de grens van het nog hoorbare bewegen en na negen minuten imploderen in leegte, in stilte, in de afwezigheid van strijkkwartetgeluiden. Die stilte houdt ruim een minuut aan, waarna er opnieuw een stamelende opeenvolging van raadselachtige ruisgeluiden op gang komt. Criticus Metzger vond die stiltepassage een ‘buitengewoon emotionele impact’ hebben. Hij schreef van een ‘verzonken hoogtepunt’. Lachenmann zelf zei dat hij dat moment als zeer bevrijdend ervoer en dat hij daarna als componist alles aandurfde.

Waarom nu herbeluisteren? Omdat Gran Torso prachtig is. Het aardigste is de drie verschillende uitvoeringen van het stuk die op Spotify staan achter elkaar te beluisteren, om te horen hoe de verschillende kwartetten de aanwijzingen van Lachenmann hebben geïnterpreteerd.

Verder luisteren? Wie nieuwsgierig is geworden naar de klankwereld van Lachenmann, moet beslist ook luisteren naar zijn andere twee strijkkwartetten, Reigen seliger Geisten (1989) en Grido (2002).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden