PlusBoekrecensie

In dit pijnlijke zelfonderzoek ontleedt Natascha Wodin waarom ze haar Oekraïense schoonmaakster zo nodig moest helpen

Door haar Oekraïense schoonmaakster werd Natascha Wodin, Duitse schrijfster van Russisch-Oekraïense origine, geconfronteerd met de demonen uit haar verleden. Nu krijgt Nastja’s tranen een toegevoegde zware lading door de oorlog in Oekraïne.

Marjolijn de Cocq
Natascha Wodin. Beeld Rowohlt
Natascha Wodin.Beeld Rowohlt

Ze moet zich nu ergens in een ‘Nederlands gat’ bevinden, Nastja uit Oekraïne die op een dag in 1992 in het leven van Natascha Wodin stapte. De schrijfster, net naar Berlijn verhuisd, ontsnapt uit een desastreus tweede huwelijk. Ze verkiest Nastja als schoonmaker uit het keur van Oost-Europese vrouwen, al die Lena’s en Tanja’s en Katja’s die na de val van de Muur in het Westen hun geluk zoeken.

Nastja uit Kiev, geboren in 1942, was opgegroeid als ‘kind van de Oktoberrevolutie’ en werd bouwkundig ingenieur voor het grotere goed van de Sovjet-Unie. Decennia had ze in grauwe, afstompende sleur geleefd – haar rol van moeder en grootmoeder combinerend met hard werken: ‘het collectieve lot van de Sovjetvrouwen’. Na meer dan 25 dienstjaren kreeg ze, de Oekraïense staatskas leeg, haar laatste loon uitgekeerd in de vorm van een zakje rijst.

Haar huwelijk is al kapot, haar dochter woont al illegaal in Nederland – en dan slaagt ze erin een toeristenvisum voor Berlijn te bemachtigen. Dat visum laat ze bewust/onbewust verlopen; haar kleinzoon Slava, door haar dochter achtergelaten bij zijn grootmoeder en door haar ondergebracht bij zijn grootvader, heeft meer aan het geld dat ze stuurt vanuit Berlijn dan aan samen honger lijden.

De eerste Oekraïense

Wodin kiest aanvankelijk voor een afstandelijke verhouding: zij de bazin, Nastja de betaalde arbeidskracht. ‘Ik deed alsof ik het goede humeur en de zorgeloosheid die ze tentoonspreidde, geloofde – hoewel of juist omdat ik van begin af aan besefte dat mijn lot me opnieuw had ingehaald toen ik Nastja koos.’ Want Nastja, met haar tranen bij de Oekraïense volksmuziek die Wodin op een dag opzet, is na haar moeder de eerste Oekraïense met wie ze in Duitsland te maken krijgt.

Over die moeder schreef ze het indringende Ze kwam uit Marioepol, in 2019 hier gepubliceerd. Wodin, op 8 december 1945 geboren in Duitsland als Natalja Nikolajevna Vdovina, had decennialang vergeefs geprobeerd meer te weten te komen over haar. Ze had met haar man als dwangarbeider gewerkt voor de Duitsers en had elf jaar na de oorlog een einde gemaakt aan haar leven. Maar in 2013 was er op internet ineens een hit: ‘Ivasjtsjenko, Jevgenia Jakovlevna, geboortejaar 1920, geboorteplaats Marioepol.’

Ze ontrafelde een hartverscheurende familiegeschiedenis – terugvoerend naar uitgerekend de Oekraïense havenstad waar de Russische troepen sinds de invasie op 24 februari een apocalyptische ravage hebben aangericht. ‘Dat uitgerekend Marioepol van de landkaart is gewist, is moeilijk voor mij,’ zei Wodin onlangs in een zeldzaam interview met de Volkskrant. Het was of haar moeder nogmaals de dood in werd gedreven.

Het verhaal van haar zeer getroebleerde jeugd kreeg een vervolg in Ergens in dit duister (de Nederlandse vertaling verscheen in 2020), waarin Wodin zich in het verhaal van haar Russische vader verdiept. Toen haar moeder zich in oktober 1956 verdronk in de rivier de Regnitz was hij op tournee met een Russisch kozakkenkoor en bleef hij twee weken onvindbaar. Wodin was tien, haar zusje vier.

Gebrandmerkt

De meisjes werden uitbesteed aan pleegouders en tehuizen – Russische kinderen in naoorlogs Duitsland. ‘Gebrandmerkt’, zoals Wodin in de Volkskrant zei, een oud trauma dat door de oorlog in Oekraïne opnieuw wordt losgewoeld. Maar dat eerder ook haar verstandhouding tot Nastja zou bepalen. ‘Hoewel het mijn vaste voornemen was geweest nooit meer in een Oost-Westkwestie te duiken, daar had ik er in mijn leven al te veel van meegemaakt.’

Wanneer Nastja na drie jaar vertelt dat ze teruggaat naar Kiev, had haar verhaal met de Oekraïense kunnen aflopen. Ze had de dingen op hun beloop moeten laten, schrijft Wodin in deze pijnlijke memoir, waarin ze ontleedt hoe haar bemoeienis leidt tot een ongelijke vriendschap en vaak meer kwaad dan goed doet.

Maar ze stelt die ene vraag: Wat is er gebeurd? ‘Voor mijn geestesoog verscheen opnieuw, zoals zo vaak in verband met Nastja, mijn moeder, die in Duitsland niet welkom en altijd met uitzetting bedreigd was geweest. Voor haar had ik niets kunnen doen, ik was toen nog een kind, maar voor Nastja kon ik wel iets doen, ik kon het in elk geval proberen.’

Uiteindelijk heeft Nastja, die in Duitsland niet kon aarden met haar heimwee als de ‘grote duistere ziekte’ waaraan ook Wodins moeder had geleden, in Oekraïne toch nog bijna tien jaar het leven kunnen leiden waarnaar ze zo verlangde. Ze hield bij haar terugkeer vast aan haar zwaar bevochten Duitse nationaliteit. Ze had daarbij, schrijft Wodin in haar toegevoegde nawoord van maart 2022, ook aan de mogelijkheid van een oorlog in Oekraïne gedacht.

‘Maar dat was eerder een theoretische gedachte geweest (...) veel waarschijnlijker waren nog een economische catastrofe, de herhaling van armoede en chaos, een fatale politieke ontwikkeling die ze met haar Duitse paspoort kon ontvluchten. Ze had niet op tanks, raketten en bommen gerekend.’

Inmiddels is ze in Nederland herenigd met haar dochter, ergens in de omgeving Zwolle. Wrang detail: dat paspoort had ze niet nodig gehad bij haar vlucht door Polen. En voor Nastja gelden niet de privileges die Oekraïense vluchtelingen genieten in Europa. Zij is Duitse.

null Beeld

Nastja’s tranen
Natascha Wodin
vertaald door Anne Folkertsma
Atlas Contact, €22,99
192 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden