Plus Literatuur

In de nieuwe Griet op de Beeck regent het bijvoeglijke naamwoorden

Fictie Griet op de Beeck Let op mijn Woorden Prometheus, €19,99 416 blz.

Let op mijn woorden, de titel van de nieuwe roman van de Vlaamse Griet Op de Beeck (1973), kan ironisch worden opgevat. ‘Ik hoop dat ge weet dat ge tegen mij álles kunt zeggen,’ is een uitspraak die de moeder van Lise vaak herhaalt. Het tegenovergestelde is natuurlijk het geval. In het ongelukkige gezin waarin Lise opgroeit is taal vooral een middel om zaken te verhullen, wil Op de Beeck overbrengen. De schrijver zelf doet het omgekeerde.

De ouders van Lise maken veel ­ruzie. Vader verliest zich dagelijks in de drank, moeder vergrijpt zich aan de taart. Haar broertje vlucht zo vaak mogelijk naar vriendjes. Lise neemt de rol van mediator op zich: zij probeert zo veel mogelijk te voorkomen dat haar ouders ruzie krijgen. 

Ondertussen zoekt ze troost in een affaire met een leraar. Dan is er ook nog haar getroebleerde oudere zus, die op een dag binnenvalt en haar vader van misbruik beschuldigt; een thema dat ook al aan bod kwam in haar vorige roman, Dit is wat we hebben (2017).

Ongelukkige gezinnen

Het ongelukkige gezin is een terugkerende factor binnen het oeuvre van Op de Beeck. Over dat ongeluk mag bij de lezer absoluut geen twijfel bestaan. In de woonkamer hangt een schilderij met daarop ‘moeizaam geschilderd fruit’ in ‘een vaas met pessimistische kleuren’. 

Dat moeizaam geschilderde fruit is op zich nog wel een grappige vondst, maar wat zijn pessimistische kleuren? Het behang zit vol ‘verzuurd verdriet en ingehouden boosheid’. De ruimte is doordesemd van de emoties van de bewoners.

Het regent bijvoeglijk naamwoorden. Al die emoties mag de lezer niet zelf uit de context opmaken, nee, die moeten worden samengevat en onderstreept (‘Lise hoorde veel onverteerd verdriet’). In stilistisch opzicht doet de roman denken aan een goedkope Australische op eikenhout ­gelagerde Chardonnay: alsof je met een houten plank op je kop wordt ­geslagen.

Dat is erg jammer, want de dialogen die Op de Beeck schrijft zijn goed. Met name die met moeder; dat zijn eerder monologen. Moeder is een ­karikaturale vrouw die nooit luistert en maar blijft raaskallen en zo veel mogelijk overbodige zaken benoemt, opdat het geluid maar in de wereld blijft. Alles aan haar neemt te veel ruimte in beslag: haar omvang, haar woorden.

Net zoals de roman. Het verhaal is niet alleen minutieus opgetekend met heel veel oog voor (overbodige) details, maar ook inhoudelijk behoorlijk corpulent. De roman valt in twee delen uiteen, die Lise als puber en als volwassene portretteren. En dan is het aantal thema’s en verhaallijnen – alcoholisme, obesitas, incest, anorexia, Lise’s onvermogen om gezonde relaties aan te gaan, leukemie bij kinderen – zo overdadig dat ze doodslaan en het onduidelijk is op welke woorden we nu precies moeten letten.

Lees ook: dit aangrijpende Parool-interview met Griet op de Beeck uit 2017, over haar liefdeloze jeugd. ‘Ik besef nu dat mij iets is aangedaan dat ik niet heb verdiend.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden