PlusKunstrecensie

In de kunst van Amie Dicke zijn schoonheidsidealen een bron van kracht en iets om van te walgen tegelijk

null Beeld Centraal Museum Utrecht / Gert Jan van Rooij
Beeld Centraal Museum Utrecht / Gert Jan van Rooij

De fotobewerkingen van de Amsterdamse kunstenaar Amie Dicke gaan over vrouwelijke schoonheid in de mode, maar ook over de blik die haar tot dwangbuis maakt. Mannen komen er niet goed van af in deze tentoonstelling in een oud landhuis in Bunnik.

Edo Dijksterhuis

De spijkers zijn in haar gezicht geslagen van het oog via de wang tot de kin. Het lijkt wel een gestold spoor van metalen tranen. Maar er zitten ook nagels onder haar neus en mond, een soort industriële puisten of een piercinghobby die uit de hand is gelopen. Het tijdschrift met dit toegetakelde model op de cover is slordig omwonden met smerig bruin plakband. De naam van de publicatie is hierdoor bijna onleesbaar maar op het stickertje links beneden is nog prima te lezen dat fashionista’s er €16,49 voor hebben moeten neertellen.

Hold Her (2015) heet dit werk van Amie Dicke, en het is onderdeel van een grote solotentoonstelling in Landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik. In die titel valt mededogen te lezen voor het model dat hier aan de muur is gespijkerd als een letterlijke pin-up. Maar dat vasthouden kan ook een restrictie impliceren, een op de plaats en onder de duim houden. Dat is wat modetijdschriften in de optiek van velen doen door jonge vrouwen onhaalbare schoonheidsidealen voor te houden en ze ondertussen ook nog geld uit de zak te kloppen.

Knetteren

Die dubbelzinnige houding jegens de hedendaagse beeldcultuur, in het bijzonder de modefotografie, is een constante in het oeuvre van Dicke. Enerzijds is de Amsterdamse kunstenaar erdoor gefascineerd en ziet ze de mode-industrie als bron van schoonheid en vrouwelijke kracht. Maar anderzijds walgt ze van de ingebakken rolpatronen en objectivering van het vrouwelijk lichaam. In haar beste werken klinken beide emoties even hard door en knettert het behoorlijk.

Van dat kaliber bevat deze tentoonstelling flink wat werk. De selectie uit het oeuvre van de afgelopen twintig jaar is scherp en sterk. Dickes sterk ontwikkelde gevoel voor esthetiek komt bovendien goed tot zijn recht in de lege zalen van het buitenverblijf. Omdat er niet in de wanden van dit monument geboord mag worden, zijn de foto’s en collages als paaldansers aan steigerpijpen opgehangen. Ze zijn zo geplaatst dat binnen de kamers en via doorkijkjes mooie dwarsverbanden en beeldrijmen ontstaan.

Haren of tranen

Modetijdschriften zijn Dickes belangrijkste bronmateriaal. Ze knipt foto’s uit glossy’s, vergroot ze uit en combineert ze tot nieuwe beelden. Sinds 2001 snijdt ze heel precies delen van afbeeldingen weg met een chirurgische scalpel. Het is een tegelijkertijd uithollen en opladen. Ze snijdt vlees weg en maakt de foto’s van schaars geklede modellen minder lichamelijk, waardoor de vrouwen minder een object worden. De lijnen die ontstaan geven ruimte aan nieuwe invulling. Zoals in Spinsters (2009-2017), waarin drie vrouwen met elkaar verbonden zijn door een netwerk van draden die ontspringen aan hun hoofd en daarom op haren lijken maar ook voortvloeien uit hun ogen als zichtlijnen of tranen.

Weghalen kan bij Dicke omslaan in bedekken, zoals blijkt uit Camouflage (2022). Alleen de bevallig gekruiste benen en de linkerarm van het model zijn zichtbaar, de rest is verdwenen onder een laag foundation. Die make-up mag doorgaans niet zichtbaar zijn maar moet wel alle oneffenheden wegwerken. Hier verdwijnt juist al het bloot en blijft enkel een wolk lichaamskleur over.

Leg hem in de as

Mannen komen er bij Dicke zelden goed van af. Maar zij zijn het ook die met hun blik vrouwen tot lustobject degraderen. Dus maakt de kunstenaar hun het kijken onmogelijk en zet ze hen zelf te kijk. Dat doet ze bijvoorbeeld door de hoofden in Background Men (2012) met schuurpapier uit te vegen: niks geen male gaze meer. In Ash Him (2006) wordt de afgebeelde man nog steviger aangepakt. Er zijn brandende wierookstokjes in zijn ogen en mond gestoken en de as die ervan af is gevallen bedekt vrijwel zijn hele gezicht. De geest van de toxische mannelijkheid is hier effectief bezworen en uitgebannen.

Ook in Handle Him (2019) wordt de mannelijke blik geblokkeerd, dit keer door de hand van de kunstenaar. Maar dit voelt minder hardvochtig dan de andere werken, bijna zelfs een beetje liefhebbend. Deze man moet beschermd worden, waarschijnlijk tegen zichzelf.

Amie Dicke: Solo. T/m 21 augustus in Landhuis Oud Amelisweerd, Bunnik

Landhuis Oud Amelisweerd

Oud Amelisweerd is een van de sfeervolste tentoonstellingsplekken van Nederland. De Utrechtse baron Gerard Godard Taets van Amerongen liet het landhuis in 1770 bouwen als zomerverblijf met groot park eromheen. In verloop van tijd heeft het huis meerdere bewoners gehad, onder wie Lodewijk Napoleon Bonaparte, de Franse koning van Nederland tussen 1806 en 1810. De indeling, vloeren, deuren en plafonds in het pand zijn ongewijzigd sinds de oplevering 2,5 eeuw geleden. Bij restauraties zijn achttiende-eeuws Chinees papieren behang en zeer zeldzaam goudleerbehang gevonden.

Nadat het Armando Museum in Amersfoort was afgebrand werd de overgebleven collectie hier tentoongesteld. De nieuwe incarnatie van het Armando Museum ging echter na vier jaar failliet en toen werd het een tijdje stil in Oud Amelisweerd. Sinds vorig jaar valt het buitenverblijf onder Stadsherstel, dat het Centraal Museum heeft uitgenodigd om vier jaar lang twee solotentoonstellingen per jaar te maken met midcareer kunstenaars. Na Amie Dicke komen onder anderen Han Schuil en Marijke van Warmerdam aan bod.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden